Structurele risico’s zijn financieel vertaald en in de meerjarenbegroting verwerkt. Ons weerstandsvermogen is ten opzichte van eerdere begrotingen afgenomen maar is nog steeds gezond te noemen. Door de stagnerende economie en geopolitieke onrust zullen de risico’s voor de gemeente sterk toenemen.
Garantieverplichtingen; gemeente staat borg voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening
Onder een garantieverplichting wordt verstaan het borg staan door de gemeente voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening. Door de borgstelling door de gemeente kan de stichting of vereniging gunstigere voorwaarden bedingen. Per 1 januari 2026 staan we garant voor:
- Woonpunt: een 7-jarige bulletlening ter grootte van € 17.000.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt geheel plaats aan het einde van de looptijd in 2028. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
- Woonpunt: een 49-jarige bulletlening ter grootte van € 9.500.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt plaats aan het einde van de looptijd op 3 juli 2076. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
- Oos Heim: een resterende garantstelling van € 166.700 inzake een uitgegeven obligatielening van 1.000 obligaties met een nominale waarde van € 250 per stuk. Per 1-6-2016 zijn alle obligaties uitgegeven. De gemeente heeft als onderpand een hypothecair recht op de opstallen (gemeenschapshuis) verkregen ad € 250.000.
- Eind jaren tachtig zijn de risico’s van hypothecaire geldleningen aan woningcorporaties ondergebracht bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Onze gemeente vervult hierbij een achtervangrol. Indien de woningcorporaties en vervolgens het WSW niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, kunnen de banken de gemeente verzoeken de openstaande saldi te voldoen. Per 30 juni december 2026 staan we garant voor € 29,9 mln.
Langlopende leningen; gemeente verstrekt lening aan een derde partij, die handelt uit hoofde van een publieke taak
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2013 een lening van € 500.000 verstrekt aan BMR. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 373.986. Hierbij wordt de aflossingstermijn jaarlijks, op verzoek hiertoe, kwijtgescholden.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2018 een lening van € 400.000 verstrekt aan het Cultureel Centrum te Eijsden. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 352.222. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De marktwaarde bedraagt € 629.000 en de executiewaarde van de marktwaarde bedraagt € 440.300.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2018 een lening van € 185.000 verstrekt aan de Koninklijke Oude Harmonie te Eijsden. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 151.597. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De executiewaarde na verbouwing is € 365.000.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2017 een lening ad € 208.600 verstrekt aan het Dorpshuis te Mheer. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 157.029. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde in verhuurde staat € 298.000. De executiewaarde is 70%, zijnde € 208.600.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2019 een lening van € 433.300,- aan de Stichting Sociaal Centrum Eijsden. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 344.597. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2021 een lening van € 250.000 aan de Stichting Gemeenschapshuis Cadier & Keer. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 250.000. De gemeente heeft als onderpand het pand gelegen aan de Limburgerstraat 78 te Cadier en Keer. Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde € 620.000. De executiewaarde is 70%, zijnde € 434.000.
- In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2020 een lening van € 1.871.465 verstrekt aan Enexis Holding N.V.. De lening dient ter financiering van extra investeringen in het kader van de verduurzaming van de energievoorziening. De lening is in de vorm van een converteerbare hybride aandeelhouderslening op verzoek van Enexis aan de aandeelhouders. De aflossing van de lening kan eenzijdig door Enexis plaatsvinden, voor het eerst na 10 jaar (per 30-11-2030) en vervolgens jaarlijks.
Langlopende leningen; Duurzaamheid en Startersleningen
- In het kader van het "Zonnepanelenproject" zijn, in samenwerking met VoltaNXT, 15-jarige annuïtaire leningen verstrekt aan individuele huishoudens en instellingen binnen de gemeente ten behoeve van de aanschaf en aanleg van zonnepanelen, met een vast rentepercentage van 1%. De resterende hoofdsom van uitstaande leningen per 1-1-2026 bedraagt € 2.243.960
- In het kader van het project "PlusJeHuis" zijn, in samenwerking met VoltaNXT, 15-jarige annuïtaire leningen verstrekt aan individuele huishoudens binnen de gemeente ten behoeve van de aanschaf en aanleg van duurzaamheidsmaatregelen, met een vast rentepercentage van 1%. De resterende hoofdsom van uitstaande leningen per 1-1-2026 bedraagt € 72.724
- In het kader van duurzaamheid zijn - via de Verordening Duurzaamheidslening - aan een drietal maatwerkleningen verstrekt aan agrarische bedrijven, met als onderpand hypothecaire zekerheid en/of verpanding van SDE+ subsidie, met een vast rentepercentage van 1%. De resterende hoofdsom van uitstaande leningen per 1-1-2026 bedraagt € 389.000
- De gemeente verstrekt - via Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN) - Duurzaamheidsleningen. De resterende hoofdsom van uitstaande leningen per 1-1-2026 bedraagt € 296.000
- De gemeente verstrekt - via Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN) - Startersleningen. De resterende hoofdsom van uitstaande leningen per 1-1-2026 bedraagt € 1.954.000
Algemene uitkering
De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. Bij het gemeentefonds is de normeringssystematiek van toepassing. Dit betekent dat de groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. Dalen de rijksuitgaven dan daalt ook het volume van de gemeentefondsuitkering en andersom. Aangezien de definitieve vaststelling van de netto rijksuitgaven achteraf plaatsvindt, bestaat de mogelijkheid dat een gedeeltelijke verrekening van de algemene uitkering, in zowel positieve als negatieve zin, kan plaatsvinden.
Deelnemingen
De gemeente heeft een aantal deelnemingen, waarvan de aandelen in de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) en Enexis de belangrijkste deelnemingen met een hoog rendement zijn. Het geraamde dividend van de BNG voor 2026 bedraagt € 131.000. De dividenduitkering van Enexis is voor 2026 geraamd op € 324.000.
Open-eindregelingen
De gemeente kent verschillende open-eindregelingen. Bij deze regelingen is vooraf niet volledig te bepalen hoeveel inwoners of organisaties hiervan gebruik zullen maken en welke financiële omvang daarmee gemoeid is. De begroting is gebaseerd op de meest actuele ramingen van de uitvoerende instanties. Een hogere vraag, stijgende tarieven of gewijzigde regelgeving kan echter leiden tot overschrijding van de geraamde lasten. Voor de belangrijkste open-eindregelingen is daarom een risico-inschatting opgenomen.
de Jeugdwet;
de Wet maatschappelijke ondersteuning;
de Participatiewet;
de Wet publieke gezondheid (GGD);
de Wet Veiligheidsregio’s;
Leerlingenvervoer en de Leerplichtwet.
Daarnaast is de gemeente Eijsden-Margraten aangesloten bij nog een aantal verbonden partijen, zie Paragraaf 6: Verbonden partijen. Hierin is een bepaalde afhankelijkheid ontstaan. Bij stijgende kosten van een verbonden partij is er niet altijd de mogelijkheid om direct uit te stappen. De zeggenschap van de gemeente Eijsden-Margraten in de verbonden partijen was veelal beperkt. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is bedoeld om meer invloed uit te oefenen vanuit de Raad m.b.t. de Verbonden Partijen.
Ontwikkelingen sociaal domein
Het sociaal domein is en blijft één van de belangrijkste pijlers van onze gemeente. Ons doel is dat alle inwoners de juiste zorg en ondersteuning krijgen en dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Sinds 2015 zijn wij verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, nieuwe taken binnen de Wmo en de Participatiewet. Hoewel we inmiddels veel ervaring hebben opgedaan, nemen de uitdagingen eerder toe dan af.
Het grootste financiële risico binnen het sociaal domein is de groeiende kloof tussen de kosten van zorg en ondersteuning en de rijksmiddelen die de gemeente hiervoor ontvangt. Door vergrijzing, complexere hulpvragen, arbeidsmarktkrapte en stijgende tarieven nemen de uitgaven verder toe. Omdat veel regelingen een open-einde karakter hebben, zijn deze uitgaven beperkt voorspelbaar en moeilijk vooraf te begrenzen.
Jeugd
De kosten van jeugdhulp blijven stijgen, terwijl de invloed van de gemeente op verwijzingen en zorgkosten beperkt is. De Hervormingsagenda Jeugd moet het stelsel verbeteren en financieel houdbaar maken. De vraag is echter of de maatregelen tijdig voldoende resultaat opleveren.
Begin 2027 wordt het tweede zwaarwegende advies van de Commissie-Van Ark verwacht. De commissie onderzoekt de voortgang van de Hervormingsagenda, de ontwikkeling van de uitgaven en de financiële afspraken tussen het Rijk en gemeenten. De gevolgen voor de rijksmiddelen en voor Eijsden-Margraten zijn nog onzeker.
Daarnaast blijft de financiële positie van regionale jeugdhulpaanbieders een risico. Problemen bij aanbieders kunnen leiden tot uitval van zorg, herplaatsingen en aanvullende gemeentelijke bijdragen.
Wmo
Door de vergrijzing neemt de vraag naar hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding en mantelzorgondersteuning toe. Vooral hulp bij het huishouden vormt een financieel risico door de groeiende vraag, personeelstekorten en stijgende tarieven.
Het kabinet is voornemens hulp bij het huishouden per 1 januari 2029 als Wmo-maatwerkvoorziening te schrappen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor inwoners die deze hulp niet zelf kunnen regelen. De precieze uitwerking hiervan is nog niet bekend. Het risico bestaat dat het Rijk al rekening houdt met een besparing, terwijl de gemeentelijke kosten niet evenredig afnemen. Ook kan de druk verschuiven naar mantelzorgers of zwaardere vormen van ondersteuning.
Participatiewet
De Participatiewet in Balans wordt gefaseerd ingevoerd. De wet biedt meer ruimte voor maatwerk, vertrouwen en ondersteuning, maar vraagt ook om aanpassing van beleid, processen en systemen. De structurele uitvoeringskosten en de dekking daarvan zijn nog niet volledig duidelijk.
Daarnaast leiden stijgingen van het minimumloon en cao-lonen tot hogere kosten voor beschut werk, loonkostensubsidies en sociale werkvoorzieningen. De oprichting van het nieuwe sociale ontwikkelbedrijf voor onze regio zorgt bovendien voor een benodigde extra investering. Daarnaast zorgt het structurele verlies van MTB voor blijvende druk op de gemeentelijke bijdrage.
Overkoepelend risico
Binnen alle drie de domeinen stijgen de kosten sneller dan de beschikbare financiering. Landelijke hervormingen gaan uit van besparingen, terwijl onzeker is of deze tijdig en volledig worden gerealiseerd. Hierdoor bestaat het risico dat rijksmiddelen worden verlaagd voordat de gemeentelijke uitgaven daadwerkelijk afnemen.
De ontwikkelingen worden gevolgd via de reguliere P&C-cyclus. Financiële afwijkingen, nieuwe wetgeving en risico’s bij regionale aanbieders worden waar nodig bestuurlijk voorgelegd.
Financiering
De financiering van het financieringstekort vindt plaats binnen de kaders van de Wet Fido. De renteontwikkelingen laten de laatste periode een wisselend beeld zien, waarbij het verschil tussen korte en lange rente beperkt is en kan fluctueren. Om flexibiliteit en risicospreiding te waarborgen, wordt het financieringstekort gefinancierd met een combinatie van kort- en langlopende leningen.
Binnen de Wet Fido gelden beperkingen voor het aantrekken van kortlopende financiering. Daarbij worden de volgende renterisico’s onderkend:
- De korte rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
- De lange rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
- De verhouding tussen korte en lange rente kan wijzigen, waardoor kortlopende financiering relatief duurder wordt.
Indien één of meerdere van deze risico’s zich voordoen, kan dit een nadelig effect hebben op het begrotingssaldo.