Paragrafen

Paragraaf 1: Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen vormen na de algemene uitkering de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Deze heffingen kunnen worden gesplitst in:

  • heffingen die dienen als algemeen dekkingsmiddel van de gemeentelijke uitgaven;
  • heffingen waartegenover een aanwijsbare prestatie staat die door de gemeente ten dienste van de inwoner wordt uitgevoerd.

Alle heffingen zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde verordeningen, met de daarbij behorende tarieventabellen. Met betrekking tot het tarievenbeleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • De gemeentelijke belastingen stijgen niet hoger dan de inflatie.
  • Een kostendekkende afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • We gaan uit van het profijtbeginsel: diegene die van een gemeentelijke dienst of voorziening gebruik maakt, betaalt voor de daarmee gemoeide kosten.
  • Over de hoogte van het tarief van de toeristenbelasting vindt zoveel als mogelijk afstemming plaats met de Lijn 50 gemeenten.

Onderstaand treft u een overzicht aan van de heffingen die door onze gemeente worden opgelegd en de bijbehorende opbrengsten.

Tabel: overzicht heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Tabel: overzicht heffingen
Belasting
(bedragen x € 1.000,-)
Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Onroerende zaakbelasting (OZB) € 6.152 € 6.502 € 6.549
Rioolheffing € 3.639 € 3.791 € 3.801
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht € 3.620 € 3.913 € 3.930
Toeristenbelasting € 886 € 1.187 €  1.216
Hondenbelasting € 163 € 178 € 162
Forensenbelasting € 76 € 82 84
Totaal € 14.536 € 15.653 € 15.742

Onroerendezaakbelasting (OZB)

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Onroerendezaakbelasting (OZB)

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belastingen dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
De OZB wordt geheven van:
• de eigenaren van alle woningen en
• de eigenaren en gebruikers van alle bedrijfspanden, overige gebouwen en bouwgrond binnen de gemeentegrenzen.

Grondslag van de heffing
De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde (waarde volgens de Wet Onroerende Zaken). De tarieven voor de Ozb zijn mede afhankelijk van de op grond van de WOZ getaxeerde waarden.

Tarieven
Voor de OZB worden verschillende tarieven gehanteerd voor woningen en niet-woningen. De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Onroerende Zaakbelasting (OZB) Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Eigenaren woning 0,1113% 0,1107% 0,1107%
Eigenaren niet-woning 0,1701% 0,1672% 0,1672%
Gebruikers niet-woning 0,1461% 0,1432% 0,1432%

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Rioolheffing

Doel van de belasting/heffing
De opbrengsten van deze belasting worden specifiek benut ter dekking van de uitgaven voor het in standhouden van de riolering.

Wie is belastingplichtig?
Belastingplichtig zijn:
a) de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering (eigenarendeel) en
b) de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd (gebruikersdeel), zie ook grondslag van de heffing.

Grondslag van de heffing
Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en het gebruikersdeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor zover het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd uitgaat boven 300 m³.

Tarieven
Uitgangspunt bij de bepaling van de tariefstelling is kostendekkendheid. Om schommelingen in de tariefstelling te voorkomen is een voorziening ingesteld.

Rioolheffing Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Vast bedrag per woning in eigendom € 294 € 303 € 303
Vast bedrag per niet-woning in eigendom € 294 € 303 € 303
Vast bedrag per gebruik > 300 m3 € 131 € 135 € 135

Tabel: dekkingspercentage rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Tabel: dekkingspercentage rioolheffing
Rioolheffing
(bedragen x € 1.000,-)
Rekening
2025
Lasten taakvelden (incl. (omslag)rente)  
5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie 57
7.2 Riolering 4.081
  -/- Correctie BTW-compensatiefonds - 675
Totale lasten 3.463
     
Baten taakvelden (excl. Heffingen en mutatie voorziening)  
7.2 Riolering - 4.138
  -/- Correctie rioolheffing 3.801
  -/- Mutatie voorziening 337
Totale baten 0
     
Netto kosten 3.463
     
Overig toe te rekenen kosten  
BTW-compensatiefonds 675
     
A. Totale kosten 4.138
     
Opbrengst heffingen  
Rioolheffing 3.801
     
B. Totale opbrengsten 3.801
     
C. Mutatie voorziening (= A -/- B) - 337
     
Dekkingspercentage (= B / A * 100 %) 92 %

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Doel van de belasting/heffing
De opbrengsten van deze belasting worden specifiek benut ter dekking van de uitgaven voor het verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.

Wie is belastingplichtig?
De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis.

Grondslag van de heffing
Voor de afvalstoffenheffing gelden twee grondslagen.
Op de eerste plaats wordt er een vastrecht gehanteerd.
Daarnaast is er een prijs per kilo aangeboden afval.

Tarieven
Uitgangspunt bij de bepaling van de tariefstelling is kostendekkendheid. Om schommelingen in de tariefstelling te voorkomen is een voorziening ingesteld.

Afvalstoffenheffing Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Eenpersoonshuishouden € 170,00 € 184,00 € 184,00
Meerpersoonshuishouden € 226,00 € 244,00 € 244,00
Restafval / gewicht in minicontainer en citybin per kilo € 0,35 € 0,38 € 0,38
Restafval / lediging citybin 40 liter € 1,10 € 1,15 € 1,15
Restafval / lediging minicontainer 140 liter € 2,90 € 3,05 € 3,05
Restafval / lediging minicontainer 240 liter € 3,90 € 4,10 € 4,10
Restafval / aanbieding ondergrondse container (trommel 60L) € 2,80 € 2,95 € 2,95
GFT-afval / gewicht in minicontainer en citybin per kilo GRATIS GRATIS GRATIS
GFT-afval / lediging citybin 40 liter € 1,10 € 1,15 € 1,15
GFT-afval / lediging minicontainer 140 liter € 2,90 € 3,05 € 3,05
GFT-afval / lediging minicontainer 240 liter € 3,90 € 4,10 € 4,10

Tabel: dekkingspercentage afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Tabel: dekkingspercentage afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
(bedragen x € 1.000,-)
Rekening
2025
Lasten taakvelden (incl. (omslag)rente)  
2.1 Verkeer en vervoer 424
7.3 Afval 3.770
  -/- Correctie BTW-compensatiefonds - 663
7.4 Milieubeheer 0
Totale lasten 3.531
     
Baten taakvelden (excl. Heffingen en mutatie voorziening)  
7.3 Afval - 4.194
  -/- Correctie reinigingsrechten 3.929
  -/- Mutatie voorziening -124
Totale baten - 389
     
Netto kosten 3.142
     
Overig toe te rekenen kosten  
BTW-compensatiefonds 663
     
A. Totale kosten 3.805
     
Opbrengst heffingen  
Reinigingsrechten 3.929
     
B. Totale opbrengsten 3.929
     
C. Mutatie voorziening (= A -/- B) 124
     
Dekkingspercentage (= B / A * 100 %) 103 %

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Toeristenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Daarnaast wordt een deel van de opbrengst aangewend voor de revitalisering van het (water)toerisme en de recreatie in onze gemeente.

Wie is belastingplichtig?
Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente zonder in het bevolkingsregister van de gemeente te zijn opgenomen.

Grondslag van de heffing
Op grond van de verordening is per persoon per overnachting een bedrag verschuldigd.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

€ 0,30 per overnachting zal worden ingezet t.b.v. landschapsfonds/natuurontwikkeling.

Toeristenbelasting Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Per persoon per overnachting € 2,20 € 2,70 € 2,70

Hondenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Hondenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
Deze belasting wordt geheven van de binnen de gemeentegrenzen wonende houder van één of meerdere honden.

Grondslag van de heffing
De heffing heeft een fiscaal karakter en is gebaseerd op het aantal honden dat door een belastingplichtige wordt gehouden.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Overige informatie
De aanslag hondenbelasting wordt tegelijkertijd met de onroerende zaakbelastingen en rioolheffing opgelegd.

Hondenbelasting Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
1ste hond € 80,00 € 82,00 € 82,00
2de hond € 85,00 € 87,00 € 87,00
3de en volgende hond € 90,00 € 92,00 € 92,00
kennel € 600,00 € 616,00 € 616,00

Forensenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Forensenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
Deze belasting wordt geheven van personen die niet binnen onze gemeente wonen, maar wel een gemeubileerde woning voor zichzelf of hun gezin ter beschikking houden gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar.

Grondslag van de heffing
Als maatstaf voor de heffing geldt de waarde van de onroerende zaak zoals deze op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken is vastgesteld.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Overige informatie
De aanslag forensenbelasting wordt achteraf per jaar opgelegd.

Forensenbelasting Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
Vast bedrag per woning € 533,00 € 533,00 € 533,00
Vermeerderd met percentage van de WOZ waarde 1,07% 0,89% 0,89%
Maximaal aanslagbedrag   € 3.500 € 3.500

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Leges

Doel van de belasting/heffing
De gemeente brengt leges (rechten) in rekening als vergoeding voor diensten die zij verricht. De diensten waarvoor leges moeten worden betaald staan in de tarieventabel die bij de verordening op de heffing en de invordering van leges Eijsden-Margraten 2025 hoort. 

Wie is belastingplichtig?
De belastingplicht geldt voor diegene die de dienst heeft aangevraagd, of voor diegene voor wie de dienst wordt verleend.

Grondslag van de heffing
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in de bijlage, de tarieventabel van de verordening op de heffing en de invordering van leges Eijsden-Margraten 2025.

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Lokale lastendruk

Hieronder is de gecombineerde aanslag voor 2025 voor een gezin met 2 kinderen in een woning met een WOZ waarde van € 425.000 en bij een afvalaanbod van 170 kg restafval en 20 ledigingen.

Belastingsoort Aanslag
2025
OZB eigenaar woning € 531
Rioolheffing € 303
Afvalstoffenheffing € 371
Totaal € 1.205

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

Wij hanteren de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets worden de kosten van bestaan conform de bijstandsnorm voor 100% meegenomen. Kwijtschelding kan alleen worden verleend voor het vastrecht gedeelte van een aanslag afvalstoffenheffing.

Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1: Lokale heffingen - Kaderstellende documenten

Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Met de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing doet de gemeente verslag van de risico's die zij mogelijk loopt bij de uitvoering van de beleidsdoelstelling of die zij heeft opgelopen tijdens de beleidsbepaling in voorgaande jaren en die financieel niet zijn afgedekt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de paragraaf over het weerstandsvermogen en risicobeheersing ten minste de volgende onderdelen bevat:

  1. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's
  2. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
  3. een inventarisatie van de risico's
  4. een overzicht van de kengetallen
  5. een geprognosticeerde balans

1. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 1. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

In september 2013 heeft uw gemeenteraad de 'beleidsnota voor risicomanagement en weerstandsvermogen' vastgesteld, waarin het gemeentelijk beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s is beschreven. Het wettelijk kader voor deze beleidsnota ligt besloten in het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe sterk wij als gemeente zijn om risico's met financiële gevolgen op te vangen, zonder dat wij ons beleid hoeven te wijzigen. Door aandacht te hebben voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller ons dwingt tot bezuinigen. De berekening van het weerstandsvermogen is als volgt:

Beschikbare weerstandscapaciteit

Het BBV omschrijft de (beschikbare) weerstandscapaciteit als zijnde 'de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken'. Dit wil zeggen hoeveel vrij besteedbare middelen de gemeente achter de hand heeft om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Daarbij is belangrijk dat de financiële tegenvallers geen invloed hebben op het uitvoeren van de begroting en bestaand beleid. 

Bij de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit staat voor het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de taken op het gewenste niveau. Hiertoe kunnen in zijn algemeenheid de reserves worden gerekend. Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Tot de structurele weerstandscapaciteit behoren de onbenutte belastingcapaciteit en de structurele ruimte in de begroting. Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit betrekt de gemeente:

Benodigde weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie van alle mogelijke risico's in relatie tot de in de beleidsnota vastgestelde kans-, gevolg- en tolerantiematrix.  Afhankelijk van de behaalde risicoscore in de tolerantiematrix wordt vervolgens met een percentage het financieel risico dat de gemeente mogelijk loopt bepaald:

Afhankelijk van kans, impact, aard van het risico, urgentie, organisatie(cultuur), draagvlak en de beschikbare middelen wordt afgewogen of en welke soorten beheersmaatregelen per risico genomen moeten worden.  En zo ja, met welke urgentie. Er zijn verschillende strategieën waarop kan worden omgegaan met risico's. De verschillende opties sluiten elkaar niet altijd uit en niet alle opties zijn geschikt voor elke situatie.  Wij hanteren hierin de volgende strategieën:

  1. reduceren: acties inzetten die het risico terugbrengen tot een acceptabel niveau,
  2. vermijden: de activiteit waar een risico door ontstaat wordt beëindigd, op een andere manier vorm gegeven of dat voorgenomen beleid wordt vanwege de risico's niet uitgevoerd, ook werkprocessen zijn zodanig ingericht dat op die manier risico's worden vermeden,
  3. overdragen: de activiteiten die door het risico geraakt worden, worden (deels) uitbesteed aan een derde partij die daarbij ook het risico overneemt, 
  4. accepteren: als een risico niet wordt vermeden, verhinderd of overgedragen, dan wordt het risico geaccepteerd en moet eventuele schade via de weerstandscapaciteit worden afgedekt. 

Op grond van deze risicoanalyse wordt tot slot bepaald hoeveel middelen gereserveerd moeten worden ter afdekking van deze risico's: de benodigde weerstandscapaciteit. 

Beoordeling weerstandsvermogen

Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) is een beoordelingstabel weerstandsvermogen opgesteld. Hierin kan de betekenis van de berekende ratio worden afgelezen:

Cijfer A (uitstekend) is het hoogste cijfer. De gemeente is uitstekend in staat om zelf de geïdentificeerde risico’s op te vangen. Cijfer F (ruim onvoldoende) is het laagste cijfer. Als één of meerdere risico’s zich voordoen, komt de continuïteit van de gemeente in gevaar.

2. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 2. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Algemene reserve

De algemene reserve zijn alle reserves niet zijnde bestemmingsreserves, die zijn bedoeld als buffer (weerstandscapaciteit) voor het opvangen van financiële tegenvallers. Meerjarig vertoont de algemene reserve het volgende beeld:

Jaar
(bedragen x € 1.000.000,-)
Stand per
1 januari
Stand per
31 december
2025 € 12,8 € 13,4

Bestemmingsreserves

Een bestemmingsreserve is een afgezonderd vermogensbestanddeel waaraan uw gemeenteraad een specifieke bestemming voor bepaalde doeleinden heeft gegeven. Dit betekent dat een groot gedeelte van de bestemmingsreserve niet zondermeer vrij inzetbaar is. Uiteraard kunt u een bestemming c.q. het te bereiken doel door de inzet van een reserve altijd wijzigen. Meerjarig vertonen de bestemmingsreserves het volgende beeld:

Jaar
(bedragen x € 1.000.000,-)
Stand per
1 januari
Stand per
31 december
2025 € 10,6 € 9,3

Stille reserves

Van een stille reserve is pas sprake als de directe opbrengstwaarde van de materiële vaste activa hoger is dan de boekwaarde en als het activum niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening is verbonden. In de praktijk zal dit alleen voordoen bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De meeste gemeentelijke eigendommen zoals schoolgebouwen, sportvelden, dorpshuizen, gemeentehuis, brandweerkazernes en gemeentelijke werkplaatsen (werf, milieu straat) worden ingezet voor de uitoefening van gemeentelijke taken en zijn duurzaam verbonden aan de bedrijfsuitoefening. Omdat de omvang van de stille reserves lastig te kwantificeren is, wordt dit niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Post onvoorziene uitgaven

In de programmabegroting is een post onvoorzien ad € 25.000 opgenomen. Deze buffer kan ingezet worden om incidentele tegenvallers in het lopende begrotingsjaar op te vangen. Dit is volgens de regelgeving van het BBV. Vanwege het incidentele karakter van deze tegenvallers heeft dit geen structurele gevolgen voor de begroting van een volgend jaar.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die de gemeente heeft om nog extra eigen inkomsten via belastingen en heffingen te genereren. De onbenutte belastingcapaciteit kan bepaald worden aan de hand van de norm die het rijk hanteert voor het bepalen van de artikel 12-status Financiële verhoudingen wet. Volgens deze norm zijn de eigen ozb inkomsten op peil als het rekentarief 0,1648 % voor eigenaren van woningen bedraagt (bron: herziene meicirculaire gemeentefonds 2025). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt derhalve voor het jaar 2025 € 2.065.425.  In 2025 hoefde deze onbenutte belastingcapaciteit niet ingezet te worden om onverwachte tegenvallers op te vangen. De afvalstoffenheffing en het rioolrecht zijn in principe kostendekkend en worden dus bij het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit buiten beschouwing gelaten.

Jaar
(bedragen x € 1.000.000,-)
Onbenutte belastingcapaciteit
2025 € 2,1

3. Inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 3. Inventarisatie van de risico's

Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor kunnen immers verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd. Risico’s die in het kader van het weerstandsvermogen wel relevant zijn kunnen – volgens het BBV – onderverdeeld worden in:

  1. Financiële risico’s;
  2. Risico’s op eigendommen;
  3. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie.

A. Financiële risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - A. Financiële risico's

Structurele risico’s zijn financieel vertaald en in de meerjarenbegroting verwerkt. Ons weerstandsvermogen is ten opzichte van eerdere begrotingen afgenomen maar is nog steeds gezond te noemen. Door de stagnerende economie en door de val van het kabinet zullen de risico’s voor de gemeente sterk toenemen. De rijksoverheid is niet langer een voorspelbare partner. Wet- en regelgeving veranderen in een hoog tempo, taken worden naar de gemeente verlegd zonder dat duidelijkheid bestaat over de beleidsvrijheid en de financiële gevolgen c.q. dekking ervan voor ons.
De VNG voert nog altijd gesprekken m.b.t. taken versus mensen en middelen waarbij de stelling is dat de gemeenten over onvoldoende middelen beschikken om de taken uit te voeren.

Garantieverplichtingen; gemeente staat borg voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening

Onder een garantieverplichting wordt verstaan het borg staan door de gemeente voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening. Door de borgstelling door de gemeente kan de stichting of vereniging gunstigere voorwaarden bedingen. Per 1 januari 2026 staan we garant voor:

  • Woonpunt: een 7-jarige bulletlening ter grootte van € 17.000.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt geheel plaats aan het einde van de looptijd in 2028. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
  • Woonpunt: een 49-jarige bulletlening ter grootte van € 9.500.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt plaats aan het einde van de looptijd op 3 juli 2076. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
  • Oos Heim: een resterende garantstelling van € 175.000 inzake een uitgegeven obligatielening van 1.000 obligaties met een nominale waarde van € 250 per stuk. Per 1-6-2016 zijn alle obligaties uitgeven.  De gemeente heeft als onderpand een hypothecair recht op de opstallen (gemeenschapshuis) verkregen ad € 250.000.
  • Eind jaren tachtig zijn de risico’s van hypothecaire geldleningen aan woningcorporaties ondergebracht bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Onze gemeente vervult hierbij een achtervangrol. Indien de woningcorporaties en vervolgens het WSW niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, kunnen de banken de gemeente verzoeken de openstaande saldi te voldoen. Per 31 december 2025 staan we garant voor € 26,1 mln.

Langlopende leningen; gemeente verstrekt lening aan een derde partij, die handelt uit hoofde van een publieke taak

  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2018 een lening van € 400.000 verstrekt aan het Cultureel Centrum te Eijsden. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 352.222. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De marktwaarde bedraagt € 629.000 en de executiewaarde van de marktwaarde bedraagt € 440.300.
  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente een lening verstrekt aan de Koninklijke Oude Harmonie te Eijsden ad. € 185.000. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 151.597.  Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De executiewaarde na verbouwing is € 365.000.
  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2017 een lening ad € 208.600 verstrekt aan het Dorpshuis te Mheer. De lening bedraagt per 1-1-2026 € 157.029. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde in verhuurde staat € 298.000. De executiewaarde is 70%, zijnde € 208.600.
  • Lening Stichting Sociaal Centrum Eijsden: In 2019 is een lening van € 433.300 verstrekt in het kader van de publieke taak aan de Stichting Sociaal Centrum Eijsden. De gemeente heeft als onderpand het pand gelegen aan de Prins Hendrikstraat 21 te Eijsden. Per 1-1-2026 bedraagt het openstaande saldo van deze lening € 359.040.
  • Lening Stichting Gemeenschapshuis Cadier & Keer: In 2021 is een lening van € 250.000 verstrekt in het kader van de publieke taak aan de Stichting Gemeenschapshuis Cadier & Keer. De gemeente heeft als onderpand het pand gelegen aan de Limburgerstraat 78 te Cadier en Keer.  Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde € 620.000. De executiewaarde is 70%, zijnde € 434.000. Per 1-1-2026 bedraagt het openstaande saldo van deze lening € 250.000.
  • Lening Enexis: in het kader van de publieke taak is per 30 november 2020 een lening van € 1.871.465 verstrekt aan Enexis. De lening dient ter financiering van extra investeringen in het kader van de verduurzaming van de energievoorziening. De lening is in de vorm van een converteerbare hybride aandeelhouderslening op verzoek van Enexis aan de aandeelhouders. De aflossing van de lening kan eenzijdig door Enexis plaatsvinden, voor het eerst na 10 jaar (per 30-11-2030) en vervolgens jaarlijks.

Algemene uitkering

De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. Bij het gemeentefonds is de normeringsystematiek van toepassing. Dit betekent dat de groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. Dalen de rijksuitgaven dan daalt ook het volume van de gemeentefondsuitkering en andersom. Aangezien de definitieve vaststelling van de netto rijksuitgaven achteraf plaatsvindt, bestaat de mogelijkheid dat een gedeeltelijke verrekening van de algemene uitkering, in zowel positieve als negatieve zin, kan plaatsvinden. 

Sociaal Domein

Het sociaal domein blijft een prioriteit voor onze gemeente, waarbij we ons inzetten voor de welzijnsbehoeften van onze inwoners en het creëren van een inclusieve samenleving. Inmiddels zijn we ruim 10 jaar verantwoordelijk voor de Jeugdwet, nieuwe taken binnen de Wmo en de Participatiewet. 

Het sociaal domein blijft een groot risico voor de gemeentelijke begroting door de discrepantie tussen Rijksmiddelen en de werkelijke kosten. De Commissie Van Ark (2025) concludeert dat het huidige financieringsmodel onvoldoende aansluit op de toenemende vraag en regionale verschillen binnen de Wmo, Jeugdwet en andere sociale taken. De commissie heeft een aantal aanbevelingen gedaan aan het rijk, die de noodzaak voor een integrale aanpak benadrukken waarbij het Rijk en gemeenten samenwerken om zowel de jeugdzorg te hervormen als de onderliggende maatschappelijke oorzaken van de hoge zorgvraag aan te pakken. Dit impliceert een herziening van financiële afspraken, een bredere beleidsfocus en realistische tijdspaden voor implementatie. 

Het is aan de betrokken partijen om deze aanbevelingen serieus te nemen en te vertalen naar concrete acties die bijdragen aan duurzame verbeteringen in de jeugdzorg en aanverwante domeinen. Vraag is in hoeverre het Rijk deze aanbevelingen overneemt en doorvoert.

Binnen de Wmo leiden vergrijzing en het abonnementstarief tot hogere kosten, doordat de zorgvraag groeit en deze niet volledig gedekt wordt door Rijksmiddelen. Bij de Jeugdwet nemen de kosten toe door de stijgende vraag naar gespecialiseerde zorg en de beperkte capaciteit bij zorgaanbieders. Open einde regelingen vergroten de financiële risico’s omdat gemeenten verplicht zijn om zorg te leveren, ongeacht budgettaire beperkingen.

De Participatiewet brengt aanvullende uitdagingen met zich mee. Het begeleiden van kwetsbare doelgroepen naar werk wordt steeds complexer door de krappe arbeidsmarkt en een groeiend aantal mensen dat extra ondersteuning nodig heeft. Dit leidt tot hogere uitgaven voor re-integratie en bijstandsverlening.

Ook de opvang van statushouders legt druk op de begroting. Gemeenten hebben te maken met een stijgende instroom en de verplichting om huisvesting en begeleiding te bieden. Tegelijkertijd ontbreken vaak de benodigde middelen en capaciteit om deze taak adequaat uit te voeren, wat kan leiden tot vertraging en maatschappelijke spanningen.

Deze maatregelen bieden enige mitigatie, maar zonder structurele oplossingen op landelijk niveau blijft de financiële houdbaarheid van het sociaal domein onder druk staan. Zonder structurele Rijksmiddelen blijft het risico bestaan dat gemeenten reserves moeten aanspreken of zorgvoorzieningen moeten beperken. Om de risico’s te beheersen, zetten we in op preventie en loopt er landelijk een actieve lobby richting het Rijk. Tegelijkertijd worden voorzieningen kritisch herzien en blijft monitoring van financiële ontwikkelingen cruciaal.

Het grootste (financiële) risico blijft dat de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning leidt tot overschrijding van het budget. Met name t.a.v. de Jeugdwet kunnen naast het Sociaal Team, ook huis- en jeugdartsen, rechters en gecertificeerde instellingen zoals Bureau Jeugdzorg, zorg toekennen. De gemeente is verplicht om de toegekende zorg te betalen.

De regelingen binnen het Sociaal Domein zijn open einde regelingen. Naast het risico dat er een groter beroep op de regeling wordt gedaan, is de beheersbaarheid moeilijk. Dit omdat de financiële verplichtingen niet zijn beperkt tot een vast budget of een einddatum. In plaats daarvan kunnen de kosten van de regeling blijven toenemen naarmate de vraag toeneemt, en dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de financiële stabiliteit en duurzaamheid van de organisatie.

Om de risico’s in beeld te brengen en te volgen is voor alle 3 domeinen een maandelijkse monitoring opgezet. In deze maandelijkse monitoring worden de hierboven geschetste ontwikkelingen nauwlettend in de gaten gehouden. In de begroting is de meest realistische inschatting van de uitgaven aan Participatie, Wmo en Jeugdzorg verwerkt. De situatie en met name de ontwikkeling van de kosten wordt steeds beter gemonitord onder andere door middel van ontwikkelde dashboards, die naast inzicht in de financiën ook informatie verschaffen over inhoudelijke kwesties zoals aantallen, gemiddeld verbruik per cliënt, regievoering, etc. 

Specifieke Risico’s Sociaal Domein

Sociale werkvoorziening
De Rijkssubsidie voor de Sociale Werkvoorziening loopt jaarlijks terug mede hierdoor kent MTB (waar de sociale werkvoorziening van onze gemeente is ondergebracht) een verlies. De gemeente Eijsden-Margraten heeft jaarlijks op basis van haar aandelen belang een aandeel van 11% in het tekort van de MTB. Op basis hiervan is een aanvullende bijdrage aan MTB opgenomen in de begroting van afgerond € 450.000.
De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de re-integratieketen van Maastricht-Heuvelland naar aanleiding van de positie van MTB. Dit heeft geleid tot het KplusV rapport. Op basis van dit rapport hebben de gemeenten gekozen om een business case uit te werken voor de fusie van de organisaties (MTB, Annex en Podium24). Dit traject loopt nog waardoor eventuele uitkomsten meerjarig nog niet in de begroting zijn verwerkt. 

Jeugd

Xonar:  Xonar voldoet aan de voorwaarden voor trede 2 van het draaiboek maar kan nog niet volledig voldoen aan de voorwaarden voor de aanbestedingen van de jeugdregio. Er is een risico dat (delen van) de komende aanbestedingen niet gegund kunnen worden. Daardoor is er een verhoogd risico van nieuwe discontinuïteit. Om deze reden wordt de monitoring door de Jeugdautoriteit in 2026 gecontinueerd. Vanuit de jeugdregio zullen er elk kwartaal accountgesprekken plaatsvinden met Xonar over de strategische ontwikkelingen en financiële situatie bij Xonar, de gegevens vanuit het Early Warning System worden daarbij gebruikt.  

In het bindend advies van de Jeugdautoriteit is geregeld dat bij nieuwe continuïteitsproblemen de gemeenten niet opnieuw kunnen worden aangesproken op een financiële bijdrage. In zo’n situatie wordt ingezet op scenario’s voor overdracht van zorg naar andere zorgaanbieders. 

De gemeenteraden in de jeugdregio hebben voor het herstelplan van Xonar maximaal en voor zover nodig € 8,0 mln. ter beschikking gesteld. In een RIB hebben wij u geïnformeerd dat aan Xonar afgerond € 4,2 mln. financiële steun is verstrekt. Dit bedrag wordt definitief vastgesteld aan de hand van een nog te ontvangen accountantsverklaring over rechtmatige declaratie. Daarnaast is aan JENS een garantie verstrekt van € 1,8 mln. in verband met tijdens het dienstverband bij Xonar opgebouwde ontslagvergoedingen van overgestapte medewerkers. De garantie eindigt op 1-1-2029. Het risico beoordelen wij als laag. Het totale beslag op de € 8,0 mln. is daarmee € 4,2 mln. + € 1,8 mln. = € 6,0 mln. De resterende € 2,0 mln. valt nu vrij naar de gemeenten met de aantekening dat er nog steeds een verhoogd risico is op discontinuïteit van Xonar en daarmee het risico van frictiekosten als gevolg van de herplaatsing van cliënten bij andere zorgaanbieders. Voor de gemeente Eijsden-Margraten is de vrijval, onder voorbehoud van de nog te ontvangen accountantsverklaring, € 25.377. 

Mutsaersstichting: Mutsaersstichting heeft in de afgelopen periode verbeteringen gerealiseerd maar is zeker nog niet uit de problemen. Voor 2025 wordt een negatief exploitatieresultaat verwacht. Dit is conform de verwachting in het continuïteitsplan. De exploitatie is nog zwak en daardoor erg gevoelig voor incidentele tegenvallers. Daarom blijven de Limburgse gemeenten ook in 2026 samen met de Jeugdautoriteit via maandelijkse monitoring de ontwikkelingen op de voet volgen en sturen waar mogelijk bij. Ook Zuid-Limburg neemt sinds november 2025 deel aan deze monitoring. 

Voor 2026 is sprake van een conservatieve begroting, met maximaal ingecalculeerde bekende risico’s om de kans op tegenvallers te minimaliseren. 

De jeugdregio heeft eerder om principiële redenen besloten geen financiële bijdrage te verlenen in het continuïteitsplan van de Mutsaersstichting. Tegelijkertijd zijn de gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor de continuïteit van de jeugdzorg. In het geval van Mutsaersstichting ging het bij aanvang van het herstelplan om 700 à 800 van onze jeugdigen in zorg waarvoor wij verantwoordelijkheid dragen. Die verantwoordelijkheid nemen wij zeer serieus.  

Het ministerie geeft aan gebruik te maken van het instrument van in deplaatstelling als de gemeenten niet voldoen aan de wettelijke plicht om voldoende jeugdzorg in te kopen. Dit komt neer op een gedwongen betaling van € 2,9 mln. door de gemeenten in de jeugdregio Zuid-Limburg waarbij de coördinatie en regie uit handen worden gegeven. In deze context hebben de wethouders jeugdzorg van de jeugdregio besloten de colleges en gemeenteraden te adviseren akkoord te gaan met een financiële bijdrage van in totaal € 2,9 mln.. De financiële bijdrage is in de vorm van een geldlening en onder voorwaarden. Een delegatie van de wethouders jeugdzorg heeft contact gehad met de jeugdregio’s Midden- en Noord-Limburg en het ministerie. In deze contacten is benadrukt dat het uiteindelijk aan de gemeenteraden is om een uitspraak te doen over een financiële bijdrage.  

In de periode januari t/m maart 2026 nemen de gemeenteraden een besluit over een financiële bijdrage. Het aandeel van de gemeente Eijsden-Margraten is € 54.122. 

Pactum: In de jeugdregio Zuid-Limburg levert Pactum slechts op beperkte schaal zorg. De organisatie is actief op basis van onder-aanneming en niet rechtstreeks door de gemeenten gecontracteerd. Door de verkoop van vastgoed heeft Pactum tot nu toe geen beroep hoeven te doen op financiële steun van de contracterende gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en in Gelderland. Voor Zuid-Limburg verwachten wij ook voor de toekomst geen financiële claim. Het financiële risico voor Zuid-Limburg wordt op dit moment als laag ingeschat, mede gezien de beperkte contractuele exposure.  

Via Jeugd: Het herstelplan van Via Jeugd is in juli 2025 vastgesteld door de wethouders jeugdzorg van de jeugdregio. De gemeenten hebben de financiële problemen bij Via Jeugd kunnen oplossen door de reguliere bekostiging van de JeugdzorgPlus (JZ+) deels met terugwerkende kracht aan te passen naar de sterk gewijzigde situatie en regelgeving. Daardoor is voor het herstelplan geen financiële steun van de gemeenten nodig.   Het herstelplan bestrijkt de periode 2025 t/m 2027 en is gebaseerd op aannames over continuïteit van zorgvolume, substitutie van JZ+ naar ambulante zorg en de inrichting van Zorg- en Onderwijsknooppunten. De JZ+ in de traditionele vorm zoals wij die nu kennen wordt in de komende jaren via om- en afbouw fors afgebouwd en vervangen door andere zorgvormen.  

Wij zien twee risico’s die forse gevolgen kunnen hebben voor de aannames in het herstelplan en daarmee de continuïteit van Via Jeugd.  

  • Het recent nieuw gesloten contract voor JZ+ van Landsdeel Zuidoost (bestaande uit delen van Brabant en volledig Limburg), waaraan ook de jeugdregio Zuid-Limburg vanaf 2027 deelneemt. In het contract wordt reeds geanticipeerd op de om- en afbouw van JZ+. De ambulante zorg die ervoor in de plaats komt is geen onderdeel van het contract. Afwijkingen in volumeontwikkeling of instroom in ambulante zorg kunnen gevolgen hebben voor de exploitatie en positionering van Via Jeugd binnen Landsdeel Zuidoost. 

  • De vorming van Zorg- Onderwijsknooppunten (ZOK) krijgt mogelijk een andere invulling dan voorzien in het herstelplan dat uitgaat van een volwaardig ZOK voor Via Jeugd. Het implementatieplan voorziet in het werkgebied van Landsdeel Zuidoost enkele mini-ZOK. Indien de uiteindelijke inrichting afwijkt van de uitgangspunten in het herstelplan, kan dit gevolgen hebben voor zorgvolume, samenwerking met onderwijs en de financiële uitgangspunten van de organisatie. 

Hoewel Via Jeugd voldoet aan de voorwaarden van trede 2 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp is in overleg tussen de organisatie zelf, Jeugdautoriteit en de gemeenten besloten de indeling in trede 3 vooralsnog te handhaven. Nu het nieuwe contract JZ+ van Landsdeel Zuidoost is gesloten en de bestuurlijke fusie met Stichting Koraal per 1 juli 2025 gerealiseerd is wordt een afschaling naar trede 2 opnieuw in overleg besproken en overwogen. De ontwikkelingen bij Via Jeugd worden gevolgd via een drie maandelijkse monitoring door gemeenten en jeugdautoriteit. 

Inkomsten uit beleggingen

De gemeente heeft een aantal deelnemingen, waarvan de aandelen in Enexis  en de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) de belangrijkste deelnemingen met een hoog rendement zijn.  De dividend uitkering van Enexis is in de Begroting 2024-2027 meerjarig naar beneden bijgesteld. Het dividend dat Enexis in 2025 (over het boekjaar 2024) uitkeert aan de gemeente is hoger dan oorspronkelijk verwacht.
Belangrijkste redenen voor deze stijging zijn: het Rijk heeft de tarieven die energiedistributiebedrijven in rekening mogen brengen aan klanten verhoogd. Ook is er sprake nagekomen vergoedingen voor de jaren 2022-2024, wat de winst (en potentieel het dividend) verder stuwt. Hoewel het dividend over 2024 hoger uitvalt, is er een nieuw dividendbeleid van kracht vanaf het boekjaar 2025. Vanwege de noodzakelijke, miljardeninvesteringen in het elektriciteitsnet, hebben aandeelhouders ingestemd met een aangepast beleid. Vanaf 2025 is het dividend gemaximeerd, dit zorgt voor meer voorspelbaarheid voor gemeenten, maar beperkt de uitkering in jaren dat de winst extreem hoog is, zodat Enexis meer geld kan herinvesteren in het stroomnet. Om die reden zijn de bijstellingen in de 1e en 2e burap niet meerjarig opgenomen.

Financiering

De financiering van het financieringstekort vindt plaats binnen de kaders van de Wet Fido. De renteontwikkelingen laten de laatste periode een wisselend beeld zien, waarbij het verschil tussen korte en lange rente beperkt is en kan fluctueren. Om flexibiliteit en risicospreiding te waarborgen, wordt het financieringstekort gefinancierd met een combinatie van kort- en langlopende leningen.
Binnen de Wet Fido gelden beperkingen voor het aantrekken van kortlopende financiering. Daarbij worden de volgende renterisico’s onderkend:

  • De korte rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
  • De lange rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
  • De verhouding tussen korte en lange rente kan wijzigen, waardoor kortlopende financiering relatief duurder wordt.

Indien één of meerdere van deze risico’s zich voordoen, kan dit een nadelig effect hebben op het begrotingssaldo.

Open einde regelingen

Een open einde regeling is een regeling waarbij gerechtigden geld toekomt, zonder dat van te voren te overzien is wie van deze regeling in welke mate gebruik zullen gaan maken. In de begroting zijn hiervoor bedragen geraamd conform de opgaven van de instanties die belast zijn met de uitvoering van de regelingen. Enkele relevante open einde regelingen zijn:

de Participatiewet; 
de Wet maatschappelijke ondersteuning;
de Jeugdwet;
de Wet publieke gezondheid (GGD);
de Wet Veiligheidsregio’s;
Leerlingenvervoer en de Leerplichtwet.

Daarnaast is de gemeente Eijsden-Margraten aangesloten bij nog een aantal verbonden partijen, zie paragraaf 6: Verbonden partijen. Hierin is een bepaalde afhankelijkheid ontstaan. Bij stijgende kosten van een verbonden partij is er niet altijd de mogelijkheid om direct uit te stappen. De zeggenschap van de gemeente Eijsden-Margraten in de verbonden partijen was veelal beperkt.  De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is bedoeld om meer invloed  uit te oefenen vanuit de Raad m.b.t. dep Verbonden Partijen. 

B. Risico´s op eigendommen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - B. Risico´s op eigendommen

Bouwgrondexploitatie

Voor een uitvoerige financiële analyse verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid.

Planschadevergoedingen

Een planschadevergoeding is een vergoeding van de gemeente aan een derde voor schade geleden als gevolg van een planologische maatregel. De planschadevergoeding is, voor zover deze te verwachten was, opgenomen in de exploitatieopzet van betreffende uitbreidingslocatie dan wel bestemmingsplan, dit voor zover deze vergoeding niet op derden te verhalen is.

Aansprakelijkheidsstellingen

De landelijke tendens is dat het aantal schadeclaims toeneemt. Als oorzaken kunnen worden genoemd het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (invoering risico aansprakelijkheid), de Algemene Wet Bestuursrecht (aanzienlijke versterking van de positie van de burger ten opzichte van de overheid) en de toenemende mondigheid van de burgers. De risico’s op het gebied van aansprakelijkheidsstelling kunnen aanzienlijk zijn, zodat het van groot belang is om schadepreventief te werken. Een goed en regelmatig onderhoud van wegen, speeltoestellen etc. (de gemeente beschikt over beheers- c.q. onderhoudsprogramma’s), een klachtenlijn, het nauwkeurig naleven van procedures, adequate behandeling van ingediende bezwaarschriften etc. behoren in het kader van preventief werken tot de aandachtspunten. De gemeente is voor de wettelijke aansprakelijkheid en de bestuurdersaansprakelijkheid verzekerd. Wij kunnen echter niet uitsluiten dat, buiten het al bestaande eigen risico, de gemeente met claims krijgt te maken die niet via de verzekering zijn afgedekt. 

Beheers- c.q. onderhoudsplannen

Om de risico’s op het gebied van onderhoud en beheer zoveel mogelijk in te perken is het noodzakelijk dat de gemeente beschikt over beheers- en onderhoudsplannen.
Kortheidshalve wordt voor het inhoudelijke hieromtrent verwezen naar paragraaf 3: Kapitaalgoederen.

Bodemverontreiniging

In onze gemeente is dit een risico dat niet geheel inzichtelijk is. De financiële gevolgen van bodemverontreiniging zijn niet in kaart te brengen en zullen als het zich voordoet van geval tot geval bekeken dienen te worden.

C. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - C. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie

In de vorm van zorgvuldige toepassing van de in de gemeentelijke organisatie ingebedde bedrijfsvoeringprocessen in zijn algemeenheid, interne controlemaatregelen in het bijzonder en de planning- en control cyclus zijn waarborgen aanwezig om eventuele calamiteiten (tijdig) zichtbaar en beheersbaar te houden. Dit betekent echter niet dat hierin geen risico’s worden gelopen.

Bij de bedrijfsvoering loopt onze gemeente diverse risico’s, hierbij denken wij aan de administratieve organisatie, automatisering (o.a. uitval van de computer), informatievoorziening, de interne controle en het personeelsbeleid. Te late of verkeerde informatieverstrekking, onvolkomenheden in zowel de administratieve organisatie als in de interne controle kunnen financiële consequenties hebben. De gemeente is tevens leverancier van heel veel informatie. Indien deze informatie onjuist is, is het risico aanwezig dat wij daarvoor aansprakelijk worden gesteld.

Door de arbeidsmarktkrapte is het niet altijd mogelijk om alle benodigde vacatures direct  in te vullen.  Daarnaast is er sprake van vertrek van personeel of uitval door ziekte. Daar de dienstverlening wel moet doorgaan wordt dan gekozen voor inhuur.  Het risico bestaat dat de posten voor inhuur (onderuitputting  staat B en ziek/piek/expertise ad. € 625.000) ontoereikend zijn. 

Risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatie
 Risico
(bedragen x € 1.000,-)
bruto bedrag 31.12.2025 bedrag risico
31.12.2025
Klasse
kans
Klasse
gevolg
Punten tolerantie   Financieel
risico 31.12.2025
                 
A. Financiële risico's              
  Garantieverplichtingen; gemeente staat borg voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening              
1. 7-Jarige bulletlening aan Woonpunt voor financiering van woongelegenheden € 17.000 € 0 1 1 1   € 0
2. 49-Jarige bulletlening aan Woonpunt voor de financiering van woongelegenheden € 9.500 € 0 1 1 1   € 0
3. Garantstelling voor Stichting gemeenschapshuis Oos Heim € 175 € 0 1 1 1   € 0
4. Hypothecaire geldleningen met gemeentegarantie ondergebracht bij Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)  € 26.171 € 0 1 1 1   € 0
                 
  Langlopende leningen; gemeente verstrekt lening aan een derde partij, die handelt uit hoofde van een publieke taak              
5. Lening Cultureel Centrum Eijsden € 352 € 0 1 1 1   € 0
6. Lening zaal KOH Eijsden € 152 € 0 1 1 1   € 0
7. Lening Dorpshuis Mheer € 157 € 0 1 1 1   € 0
8. Lening Stichting Sociaal Centrum Eijsden € 359 € 0 1 1 1   € 0
9. Lening Stichting Gemeenschapshuis Cadier en Keer € 250 € 0 1 1 1   € 0
10. Lening Enexis € 1.871 € 1.871 1 5 5   € 468
                 
  Algemene uitkering              
11. Algemene uitkering, de algemene uitkering vormt momenteel een belangrijke risicofactor binnen onze meerjarenbegroting € 50.071 € 862 3 4 12   € 862
                 
  Beleggingen              
12. Inconveniententoeslag € 63 € 63 3 2 6   € 16
13. Enexis € 476 € 476 3 3 9   € 119
14. BNG € 74 € 74 3 2 6   € 19
15. Rd4 € 37 € 37 3 3 9   € 9
                 
  Open einde regelingen              
16. Participatiebudget 7,5% € 3.682 € 276 4 3 12   € 276
17. GGD (open eind financiering 15% totale budget) € 2.043 € 306 4 2 8   € 77
18. Brandweer-GHOR Zuid Limburg (open eind financiering, 15%) € 2.312 € 347 4 3 12   € 347
19. Gem. regeling Leerlingenvervoer (meer aanvragen dan begroot, 15%) € 450 € 68 3 1 3   € 0
                 
  Ontwikkelingen sociale zekerheid              
20. Jeugdzorg (15% van budget) € 7.245 € 1.087 4 4 16   € 1.087
21. Wmo (15% van budget) € 5.512 € 827 4 4 16   € 827
22. Omnibuzz (15% van budget) € 695 € 104 4 2 8   € 26
                 
B. Risico's op eigendommen              
  Risico's die samenhangen met de eigen gemeentelijke organisatie               
23. Planschade € 250 € 250 3 2 6   € 63
24. Aansprakelijkheidsstellingen € 250 € 250 3 2 6   € 63
                 
C. Risico's die samenhangen met de gemeentelijke organisatie              
25. Ziekteverzuim € 16.118 € 1.077 3 3 9   € 269
26. Implementatie Bestuurlijke Boete € 120 € 120 3 2 6   € 30
                 
  Totaal financieel risico 31.12.2025             € 4.558

Toelichting risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - Toelichting risico-inventarisatie

1. t/m 3. Het risicobedrag is het bedrag van de verstrekte garantieverplichting dan wel lening minus 70% van de marktwaarde (= executiewaarde) van het onderpand (recht van 1e hypotheek) met minimum nul.

4. Het risicobedrag is op nul ingeschat aangezien:
a. WSW zelf circa € 274 miljoen borgstellingsreserve heeft om de aanspraak te voldoen.
b. WSW zal obligo innen bij de corporaties vóórdat het WSW bij de gemeenten en het rijk zal aankloppen.
c. WSW kan bij in dit geval Servatius onderpand opeisen en te gelde maken.
d. pas in 4e instantie zal WSW een renteloze lening afsluiten en deze lening verdelen over rijksoverheid (50%) en alle WSW-gemeenten (samen 50%); dit betekent dat een solidariteitsprincipe tussen rijk en alle aan WSW deelnemende gemeenten van toepassing is.

5. t/m 9.  Het risicobedrag is het bedrag van de verstrekte garantieverplichting dan wel lening minus 70% van de marktwaarde (= executiewaarde) van het onderpand (recht van 1e hypotheek) met minimum nul.

10. Het risicobedrag is op € 467.866 (25%) ingeschat aangezien Enexis opereert in een gereguleerde markt; de aandelen Enexis zijn enkel in het bezit van publieke partijen.

11. Het risicobedrag is gebaseerd op 25 procent punten, waarbij één procentpunt overeenkomt met € 34.489. 
Met andere woorden als de uitkeringsfactor met 1 procentpunt verandert, heeft dit een financiële consequentie van € 34.489.

12. t/m 15. Opbrengsten beleggingen zijn meerjarig geraamd.

16. Het risicobedrag is gebaseerd op 7,5% eigen risico.

17. t/m 22. Het risicobedrag is gebaseerd op 15% eigen risico van de bijgestelde begrotingsbedragen.

23. en 24. Dit betreft een schattingspost op basis van ervaring.

25. Het laatst vastgestelde ziekteverzuim bedraagt 6,68 % in 2025.

26. Dit betreft een schattingspost op basis van ervaring.

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 15.466.153 en is de som van:
• de stand van de algemene reserve per 31-12-2025 ad € 13.400.728;
• de onbenutte belastingcapaciteit 2025 ad  € 2.065.425. 

De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 4.208.254 zoals blijkt uit bovenstaande tabel. Het weerstandvermogen kan als volgt berekend worden:
Weerstandsvermogen= beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit:
 In cijfers: € 15,4 mln. / € 4,5 mln. = 3,4

Op basis van de door uw raad vastgestelde weerstandsvermogen matrix, kan worden geconcludeerd dat de ratio uitstekend is (zie onderstaande tabel).

4. Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 4. Kengetallen
Jaarlijks neemt de gemeente de landelijk voorgeschreven financiële kengetallen in de begroting op. De opgenomen kengetallen zijn gebaseerd op de geprognosticeerde balans en gaan uit van ongewijzigd beleid. De combinatie van de kengetallen en de geprognosticeerde balans zijn een indicatie voor de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente in de komende jaren.
 
Het is niet mogelijk een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie.
De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Daarom dienen ze te worden voorzien van een adequate toelichting.
 
De waarden van de kengetallen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën:
• categorie A is het minst risicovol, 
• categorie B is neutraal, 
• categorie C het meest risicovol.
 
Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd < 90% 90 - 130% > 130%
3. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
4. Structurele exploitatieruimte begroting > 0% 0% < 0%
5. Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35%
6. Belastingcapaciteit < 95% 90 - 105% > 105%

4.1 Overzicht

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 4.1 Overzicht

Op basis van onderstaand overzicht en op basis van het weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van de gemeente Eijsden-Margraten stabiel is. 3 van de 6 onderdelen bevinden zich in categorie A (minst risicovol), 1 onderdelen in de categorie B (medium risicovol) en 2 onderdelen in de categorie C (risicovol). Het weerstandsvermogen van de gemeente Eijsden-Margraten is uitstekend.

Kengetal Rekening 2024   Begroting 2025   Rekening 2025  
1. Netto schuldquote 113 %   133 %   95 %  
2. Netto schuldquote gecorrigeerd 102 %   123 %   86 %  
3. Solvabiliteitsratio 16 %   16 %   17 %  
4. Structurele exploitatieruimte begroting 0 %   0 %   2 %  
5. Grondexploitatie 0 %   0 %   0 %  
6. Belastingcapaciteit 115 %   128 %   114 %  

4.2 Toelichting

Terug naar navigatie - Paragraaf 2: Weerstandvermogen en risicobeheersing - 4.2 Toelichting

1. Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt.

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Om een goed beeld te krijgen van de verstrekte leningen aan derden dient de netto schuldquote hiervoor te worden gecorrigeerd. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen.

3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

5. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten van de gemeente als geheel. Hiermee wordt het belang van de grondexploitatie op de financiële positie van de gemeente inzichtelijk.

6. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente.

Paragraaf 3: Kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat dat de paragraaf over het onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat:

2a.    Wegen.
2b.    Verlichting.
2c.    Riolering.
2d.    Groen.
2e.    Gebouwen.

Van deze kapitaalgoederen wordt aangegeven:

  1. Het beleidskader.
  2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties.
  3. De vertaling van de financiële consequenties.

1. Financiële recapitulatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 1. Financiële recapitulatie
Financiële recapitulatie beheers- en onderhoudsplannen 
(bedragen x € 1.000)                                                                                 
2025 begroting
na wijziging
2025 rekening 
Wegen    
Regulier onderhoud                                1.217                       1.238
Levensduurverlengend groot onderhoud (25 jaar) : totaal budget 2025 incl. restanten 2024                                2.718                       2.016
Rehabilitaties (50 jaar) : totaal budget 2025 incl. restanten 2024                     12.889                       5.150
     
Openbare verlichting    
Projectmatige vervanging                                   65                            65
Beheer en onderhoud                                    162                          169
     
Riolen (GRP)    
Exploitatie                                     1.099                          986
Investering cf GRP : totaal budget 2025 incl. restanten 2024                       5.341                       2.446
     
Groen / Landschap    
Groen                            1.547                       1.446
Landschap                                  109                          189
     
Gebouwen     
Saldo voorziening onderhoud gemeentegebouwen 01-01                           516                          818
Dotaties                             546                          563
Onttrekkingen                          -772                        -466
Saldo voorziening onderhoud gemeentegebouwen 31-12                           290                          914

2a. Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 2a. Wegen

Het wegenbeleidsplan Eijsden-Margraten 2025-2028 is door de raad vastgesteld op 18 februari 2025 aan de hand van de inspectie uit 2023. In deze beleidsperiode is een verhoging van het onderhoudsbudget voor wegen en voor vervangingen wegen in de begroting opgenomen. Met deze verhoging wordt de opgelopen achterstand op onderhoud op termijn ingelopen. Het budget van levensduurverlengend onderhoud bedroeg € 2.596.218 en kent een afschrijvingstermijn van 25 jaar. Het investeringsbudget voor rehabilitaties bedroeg € 5.102.542 en kent een afschrijvingstermijn van 50 jaar. 

In 2025 is een nieuwe weginspectie uitgevoerd. We zien dat de onderhoudstoestand van ons wegennet ten opzichte van 2023 is verbeterd. In 2023 was nog 86% van ons wegennet voldoende onderhouden en in 2025 is dit 92%. Het meerjarig investeringsplan wegen 2024-2025 en  de projecten die inmiddels zijn opgestart en uitgevoerd (reconstructie Cadier en Keer Noord) laten zien dat het achterstallige onderhoud de komende jaren is weggewerkt.  Uit efficiency-oogpunt streven wij er naar werkzaamheden parallel te laten lopen met de uitvoering van het rioolbeheerprogramma. 

Het gemeentelijke beleidsplan Verkeer en Vervoer is in december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De voortvloeiende maatregelen zijn opgenomen in de meerjarenonderhouds- en investeringsprogramma’s (MOP en MIP).

In 2025 hebben we gewerkt aan de verdere vorming van de parkeervisie in de oude kern van Eijsden. Daarnaast is in 2024 gestart met een parkeeronderzoek in de kern Margraten en met een studie naar een alternatieve verkeersafwikkeling rondom de kern in Margraten, zoals in het bestuursakkoord is opgenomen. 

De investeringsprojecten bestaan uit fases, namelijk:

  1. Planvoorbereiding.
  2. Uitvoering.
  3. Nazorg.
  4. Oplevering.

Door de fasering worden de kosten soms in opeenvolgende jaren geboekt. Dit heeft invloed op de kasstromen. De planvoorbereiding neemt vaak, gelet op de burgerparticipatie en de nodige onderzoeken die moeten plaatsvinden, veel tijd in beslag en kost relatief weinig geld; circa 8-12% van het projectbudget. De daadwerkelijke werkzaamheden (uitvoering) duren vaak tussen de 3-4 maanden en vormen circa 80-90% van de projectkosten. De kasstromen van de projecten worden geoptimaliseerd en middels een liquiditeitenplanning bewaakt.

Voor 2025 zijn de volgende investeringen aan wegen opgepakt; uitgesplitst naar levensduurverlengend onderhoud met een afschrijvingstermijn van 25 jaar:

  • Aan de Fremme wegvak 58-64 en 58-tromputte alsmede het wegvak 64-Tromputte in combinatie van vervanging van het riool en verbetering van het hemelwatersysteem.
  • Einderweg-Onderstraat Honthem
  • Bronckweg te Cadier en Keer

 en naar rehabilitatie met een afschrijvingstermijn van 50 jaar:

  • Cadier en Keer Noord is afgerond
  • Pastoor Kikkenweg Cadier en Keer gereed gemeld
  • Kapelweg te Cadier en Keer voorbereid
  • Rotonde Sint Geertruid voorbereid
  • Catharinastraat/Kloppenberg voorbereid
  • Zoerbeemden-Industrieweg voorbereid
  • Withuis voorbereid en aanbesteed
  • Broekstraat (Gronsveld) voorbereid
  • Pius XII te Gronsveld Voorbereid
  • Oosterbroekweg Gronsveld Voorbereid
  • Poortstraat Eijsden Voorbereid
  • Bourgogne Mesch voorbereid

Op dit moment vindt de aanleg van het glasvezelnetwerk plaats. De planning van deze werkzaamheden kan invloed hebben op de planning van de LDV-projecten of de rehabilitatie van wegen. We willen voorkomen dat we een weg opknappen die enige tijd later weer opgebroken moet worden om glasvezel aan te brengen.

Naast het investeringswerk aan wegen, vindt groot asfaltonderhoud plaats op basis van 2 jaarlijkse inspecties, worden de wegen periodiek geveegd, wordt onkruid op verhardingen bestreden en worden jaarlijks - voor het winterseizoen - de wegmarkeringen vernieuwd op basis van een tweejaarlijkse inspectie.

Het onderhoud aan de wegen wordt conform het wegenbeleidsplan uitgevoerd waardoor erop termijn geen achterstand meer is.  

2b. Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 2b. Openbare verlichting

Het vigerende beleidsplan OVL 2013 t/m 2017 is verlopen maar de vastgestelde beleidskaders zijn nog steeds actueel en er is geen aanleiding deze te wijzigen. De raad is in 2018 geïnformeerd dat geen nieuw beleidsplan wordt voorgelegd en dat het college de vastgestelde beleidskaders hanteert om de openbare verlichting te onderhouden. Op 28 mei 2018 heeft het college het Uitvoeringsplan Openbare verlichting Eijsden-Margraten 2019-2026 vastgesteld. In het gemeentelijk milieubeleidsplan zijn de klimaat-doelstellingen uit het Energieakkoord opgenomen. Om deze doelstelling te halen is in 2017 het contract met onderhoudsaannemer vernieuwd met toevoeging van een financieel plan. Op basis van deze overeenkomst – light as a service (LAAS) - is een berekening gemaakt van de benodigde budgetten tijdens de contractduur. Deze budgetten zijn opgenomen in de begroting.

In 2023 heeft de raad besloten alle armaturen in een keer om te zetten naar LED-verlichting. Deze werkzaamheden zijn in 2025 allemaal uitgevoerd. Daarnaast zijn in 2025 enkele masten vervangen die ouder zijn dan 40 jaar en heeft het schilderwerk aan de masten die gepland stonden plaatsgevonden

Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

2c. Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 2c. Riolering

Op  13 december 2022 is het waterprogramma gemeente Eijsden-Margraten 2023-2027 vastgesteld in de raad, evenals het Waterketenplan Maas & Mergelland en de klimaatadaptatiestrategie 2023-2027. Uit efficiency -oogpunt streven we ernaar om de uitvoering van rioleringswerkzaamheden parallel te laten verlopen met de wegenwerkzaamheden. In (2023 en 2024) 2025 is een groot gedeelte van de riolering in Cadier en Keer vervangen.

In 2025 hebben we gelukkig geen noemenswaardige wateroverlast gehad als gevolg van hevige regen- en onweersbuien. Wel zijn we bezig met de aanpak van de knelpunten als gevolg van de wateroverlast in afgelopen jaren in Bemelen, Termaar en Noorbeek. Er zijn maatregelen ontwikkeld binnen de afstromingsgebieden en er wordt bekeken om maatregelen uit te voeren of hiertoe gronden te verwerven.

Daarnaast zijn we in 2025 gestart met de enginering van de watersystemen in het gedeelte van Cadier en Keer (Hoof, Papendel, Julianastraat, Keunestraat, Burg. Huijbenstraat, Kapelweg (ged.) en Prins Berhardstraat.

Eens per 10 jaar wordt elk riool geïnspecteerd waarna onvolkomenheden worden opgelost en reparaties uitgevoerd. Derhalve is er geen achterstallig onderhoud. In 2025 zijn ook de volgende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd dan wel voorbereid:
•    Reiniging en inspecties van ongeveer 25 km riolen per jaar.
•    Onderhoudsbestek pompinstallaties.
•    Reiniging van 6.200 kolken en 200 zandvangers.
•    Renovatie pompinstallaties.
•    Voorbereiding en aanbesteding reparatiebestek 2025.
•    Relining riolering.
•    Vervanging riolering.

Het onderhoud voldoet aan het noodzakelijke niveau, er zijn geen achterstanden.

2d. Groen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 2d. Groen

Voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom zijn de volgende beleidsplannen actueel:

  • Groenbeleidsplan 2020.
  • Bomenbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2015.
  • Groenstructuurplan binnen de bebouwde kom Eijsden 2004.

Het groenbeleidsplan is in 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit beschrijft op welke wijze de gemeente haar openbaar groen wil ontwikkelen. 

Voor het landschap zijn de volgende beleidsplannen actueel:

  • Bomenbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2015.
  • Bermenbeleid 2016-2026: maaien wat moet, bloei waar mogelijk.
  • Landschapsontwikkelingsplannen (LOP) Buitengewoon Margraten en Buitengewoon Eijsden.
  • Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013.
  • Middenterras.

Op 5 februari 2013 heeft de raad het landschapsontwikkelingsplan Buitengewoon Eijsden vastgesteld. We beschikken nu over een landschappelijke visie voor het gehele buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. In 2023 hebben we een groenstructuurplan binnen de bebouwde kom opgesteld, zoals aangegeven in het bestuursakkoord.

Uit de inventarisatie van ons openbaar groen is gebleken dat er onvoldoende budget was voor onderhoud en herplant van bomen. Dit hebben we in 2024 inzichtelijk gemaakt waarna de raad in de begrotingsvergadering van november 2024 de benodigde middelen voor 2025 ev beschikbaar gesteld. In 2025 hebben we een meerjarenbestek onderhoud bomen opgesteld en aanbesteed en hebben we de maatregelen afkomstig uit de bomeninspectie grotendeels uitgevoerd.

Tevens zijn we gestart met het opstellen van een groenstructuurplan binnen de bebouwde kom, welke in 2026 kan worden vastgesteld.

Het onderhoud van openbaar groen en landschap wordt uitgevoerd conform de beleidsplannen en er is derhalve geen achterstallig onderhoud.

2e. Gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 2e. Gebouwen

De gemeente heeft ongeveer 40 gebouwen in eigendom waaraan jaarlijks onderhoud wordt uitgevoerd. Dit zijn voornamelijk sportaccommodaties (binnen- en buitensport) en gebouwen die nodig zijn voor de gemeentelijke bedrijfsvoering. Tijdelijke huisvesting voor statushouders en enkele overige (voor vaak sociaal-maatschappelijke doeleinden) zijn gebouwen die door derde partijen worden beheerd namens de gemeente.

In het vastgestelde Integrale Huisvesting Plan is bepaald welke accommodaties tot de gemeentelijke basisvoorzieningen behoren voor de vitale verenigingen die van deze voorzieningen gebruik maken en een essentiële rol spelen in de leefbaarheid en de sociale cohesie in de gemeentelijke kernen.

Het benodigde onderhoud aan deze gemeentelijke gebouwen leggen we vast in een jaarplan. Dit jaarplan is de onderlegger voor het onderhoud dat ieder jaar wordt uitgevoerd. Dit eigendom wordt in stand gehouden zolang de gemeente hier behoefte aan heeft.

Op basis van inspecties en voortschrijdend inzicht wordt het meerjarig onderhoudsplan jaarlijks geactualiseerd. In het werkplan dat het College heeft vastgesteld is bepaald welk onderhoud in 2025 wordt uitgevoerd. Dit zijn onder andere volgende werkzaamheden:

  • het benodigde jaarlijkse reguliere service-onderhoud;
  • het (niet) planbare correctieve onderhoud zoals: buitenschilderwerk, noodzakelijke reparaties aan deuren, ramen en kozijnen, dakbedekkingen en technische installaties;
  • het (groot) onderhoud en vervanging van dakbedekkingen, gevels, technische installaties en (sport)vloerafwerkingen;
  • kleine aanpassingen die uit veiligheid voor de gebruikers noodzakelijk zijn.

Voor de instandhouding van het gemeentelijke vastgoed is de voorziening "onderhoud gemeentegebouwen" gevormd. Benodigde onderhoudsuitgaven worden jaarlijks onttrokken en ten laste gebracht van deze voorziening.  Middelen die in 2025 niet onttrokken zijn aan de voorziening blijven in de voorziening.

In 2025 zijn o.a. de volgende (meer omvangrijke) werkzaamheden uitgevoerd:

  • Gymzaal Margraten: vervangen sportvloer.
  • Gemeentehuis: een uitgebreid onderzoek naar aanleiding van langdurige (Arbo-) klimaat comfort gerelateerde klachten (de resultaten van dit onderzoek worden medio 2026 verwacht.

In 2025 is naast dit jaarplan veel tijd besteed aan volgende investeringsprojecten:
* Werkvoorbereiding en uitvoering vervanging kozijnen en beglazing kantoorvleugel gemeentehuis (realisatie 4de kwartaal 2025). 
* Werkvoorbereiding en begeleiding uitvoering (werk derden) renovatie/kleine uitbreiding kleedlokalen en doucheruimten voetbal accommodatie RKVVM 
   Margraten (realisatie 2-e kwartaal en 3-e kwartaal  2025).
* Vervangen PV-installatie gemeentehuis (realisatie 1-e kwartaal 2025).

De meeste gemeentelijke sportaccommodaties zijn inmiddels gedateerd en economisch afgeschreven (na 40 jaar). Veel sportaccommodaties zijn dus verouderd en eerder al eens grondig gerenoveerd. Na een levensduur verlengende renovatie zal  na (40 + 25 =) 65 jaar nieuwbouw of een ingrijpende renovatie weer noodzakelijk zijn.

Nieuwe investeringen worden opgenomen in het Meerjaren Investerings Programma van volgende begrotingscyclus. De behoefte om onderhoud te plegen en/of nieuwe investeringen te doen wordt bepaald aan de hand van het nog vast te stellen nieuwe bestuursakkoord (op basis waarvan het gemeentelijke huisvestingsbeleid voor de komende 4 jaar wordt bepaald).

3. Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3: Kapitaalgoederen - 3. Kaderstellende documenten

Paragraaf 4: Financiering

Treasuryfunctie

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Treasuryfunctie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een (herziend)Treasurystatuut aan.  Dit document is het uitvoeringsbesluit van het Treasurystatuut.

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Financieringsbeleid

De gemeente zet de overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren). Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen worden aangetrokken.

Algemene rente ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Algemene rente ontwikkelingen

Onze gemeente heeft per 31 december 2025 in totaal 13 langlopende leningen met een openstaand saldo van € 74,7 miljoen. Het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille bedraagt 1,40%. 

Algemene renteontwikkelingen Gemiddeld
 2021
Gemiddeld
 2022
Gemiddeld
 2023
Gemiddeld
 2024
Gemiddeld
 2025
Kasgeld (Eijsden-Margraten) -/-0,44% 0,14% 3,50% 3,89% 2,42%
Rekening-courant (debet) 2,45% 2,81% 3,25% 5,00% 4,87%
Lang geld (lineair 25 jaar) 0,62% 2,27% 3,57% 3,33% 3,60%
Gemiddeld rentepercentage (Eijsden-Margraten) 1,09% 1,35% 1,38% 1,40% 1,75%

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Renterisicobeheer

Om het renterisico op de vlottende schuld te beperken, hanteren we een kasgeldlimiet. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet houden we de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aan, vermenigvuldigd met het percentage dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Dit betekent dat de korte schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan één jaar plus de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven.

Om de renterisico’s op de vaste schuld te beheersen, dienen de gemeenten te voldoen aan de renterisiconorm. Hiervoor moeten we het renterisico dat we op de vaste schuld lopen berekenen. De definitie van het renterisico op de vaste schuld is: de mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer.

De uitkomst van de berekening van het renterisico op de vaste schuld dient getoetst te worden aan de renterisiconorm. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Concreet houdt dit in dat de gemeente ervoor moet zorgen dat in enig jaar niet meer dan 20% van de begrotingsomvang moet worden geherfinancierd. De norm is ingesteld om door een spreiding in looptijden van leningen een stabiele rentelast te bewerkstelligen.

Uit onderstaand overzicht kan worden afgeleid dat zowel in 2024 als in 2025 sprake was van ruimte onder de renterisiconorm.

Renterisiconorm
(bedragen x € 1.000, -)
  Rekening
2024
Begroting
2025
Rekening
2025
(1) Renteherzieningen 0 0 0
(2) Aflossingen 3.686 8.653 8.653
(3) = (1) + (2) Renterisico 3.686 8.653 8.653
(4) Renterisiconorm 16.109 15.844 19.972
(5a) = (4) > (3) Ruimte onder renterisiconorm 12.423 7.190 11.319
(5b) = (4) < (3) Overschrijding renterisiconorm - - -
         
Berekening renterisiconorm        
(4a) Begrotingstotaal 80.545 79.219 99.861
(4b) Percentage regeling 20% 20% 20%
(4) = (4a) x (4b)/100 Renterisiconorm 16.109 15.844 19.972

Liquiditeiten

Terug naar navigatie - Paragraaf 4: Financiering - Liquiditeiten

Het liquiditeitsrisico wordt door de gemeente Eijsden-Margraten beperkt door een stringente korte termijn liquiditeitenplanning.

Omschrijving
(bedragen x € 1.000)
Realisatie
2025
Totaal jaarbegroting / jaarrekening (lasten) 99.861
   
Toegestane kasgeldlimiet  
 - in procenten van de grondslag 8,5%
 - in een bedrag 8.488
   
Totaal netto vlottende schuld (vlottende schuld -/- vlottende middelen) 26.520
   
Overschrijding kasgeldlimiet /  - 18.032
Ruimte t.o.v. kasgeldlimiet  

Paragraaf 5: Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - Inleiding

Om de ambities van het gemeentebestuur te realiseren investeren we in mensen en middelen. De paragraaf bedrijfsvoering schetst de manier waarop de organisatie hier invulling aan geeft en welke instrumenten hiervoor nodig zijn. 

Bedrijfsvoering van de organisatie is het domein en de verantwoordelijkheid van het college. Het college informeert de raad hierover via de paragraaf Bedrijfsvoering in de begroting en de jaarrekening. Deze paragraaf beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering die in 2025 aan de orde zijn geweest. Door doelstellingen vast te stellen en de kaders daarvoor aan te geven, kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op de bedrijfsvoering van de gemeente. 

5.1 Organisatie in ontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - 5.1 Organisatie in ontwikkeling

De kracht van onze organisatie is de grote betrokkenheid van onze medewerkers. De verbondenheid met Eijsden-Margraten en je daarvoor inzetten. Ruimte voor initiatieven, een hands-on mentaliteit, samen optrekken, bestuurlijk en ambtelijk. Er zijn als er een beroep op je wordt gedaan. Dit alles komt samen in de missie “Dicht bij het leven, vanuit het hart”.

Begin 2024 is een nieuwe organisatiestructuur vormgegeven en is de organisatiekoers voor de komende jaren vastgesteld.

Een belangrijk vertrekpunt van de in 2024 uitgestippelde organisatiekoers betreft de rol van de leidinggevende als spilfunctie naar medewerkers, het doorontwikkelen van de organisatie en het bevorderen van de samenkracht tussen bestuur en organisatie. We hebben derhalve het fenomeen zelforganisatie losgelaten. Daarentegen gaan we uit van een kaderstellende top-down-benadering, met ruimte voor teams en medewerkers voor verdere invulling en ontwikkeling bottom-up, zodat de motivatiekracht van medewerkers en leidinggevende maximaal wordt aangesproken. In de kern ligt de focus op het bevorderen van eigenaarschap op alle niveaus in de organisatie (bestuur, management, teams en medewerkers) door het aanscherpen van de aspecten ‘’sturen’’, ‘’organiseren’’, ‘’ontwikkelen’’ en ‘’presteren’’. Dit alles met als doel verdere invulling te geven aan onze missie en visie. 

Met de door de organisatie geformuleerde missie en visie zijn we in 2024 gestart met het richting geven aan onze organisatie en ons handelen, afgestemd op de bestuurlijke ambities. Hierbij dient evenwel opgemerkt te worden dat een belangrijk deel van ons werk ligt in het uitvoeren van wettelijke taken. Of het nu gaat om het uitgeven van reisdocumenten, verstrekken van jeugdzorg of verlenen van een vergunning: de keuze óf we dat doen hebben we niet. Wel hóe we dat doen. Vanuit klantperspectief worden deze ‘’going-concern’’-werkzaamheden ook verder doorontwikkeld. 

In de kern betekent de organisatiekoers die in 2024 is ingezet het volgende:

Onze Missie:        in alles wat we doen zorgen wij voor een betekenisvolle verbinding tussen mensen onderling en tussen mens en omgeving. In verbinding met de samenleving zorgen we, passend in de verandering van tijdperk, voor kwaliteit van leven in Eijsden-Margraten dat staat voor de authenticiteit van onze gemeenschappen, kernen, monumenten, cultureel erfgoed en het landschappelijk karakter.

Onze Visie:           wij zijn een toegewijde organisatie die op efficiënte, professionele en doelgerichte wijze met plezier en trots mensgerichte dienstverlening en maatschappelijke opgaven realiseert. Elke dag weer zetten we ons in om de ervaringen en belevingen van onze inwoners, bestuurders en medewerkers in positieve zin te overtreffen en een hoge mate van tevredenheid tot stand te brengen.

Onze Drijfveer:    we handelen vanuit het principe ‘’dichtbij ’t Leven, vanuit ’t hart’’. Onze communicatie richting inwoners, bestuurders en medewerkers vindt daarbij plaats vanuit een pro-actieve, sensitieve en intensieve houding. 

De inwoner centraal: de maatschappij verandert en wij veranderen mee. De wijze waarop we onze diensten en producten leveren stemmen we af op de behoefte van onze inwoners. Ons streven is dat iedereen op een snelle, eenvoudige manier professioneel zaken met ons kan regelen. We standaardiseren en digitaliseren wat kan zodat er meer ruimte ontstaat voor persoonlijk contact, kwaliteit en maatwerk.

In verbinding met ons bestuur: als organisatie zijn we veerkrachtig en wendbaar en spelen adequaat in op maatschappelijke ontwikkelingen en bestuurlijke vraagstukken. Hierin tonen we ons als een professionele partner voor ons bestuur. Tevens bevorderen we goed samenspel tussen bestuur, management en medewerkers. Dit doen we vanuit een samenspel dat gestoeld is op respectvol met elkaar omgaan en respect hebben voor elkaars rol en waarbij vanuit wederkerigheid vertrouwen en veiligheid geboden wordt om verantwoordelijkheid te nemen en te geven. Dit helpt de organisatie om focus aan te brengen, om koers te houden, maar bovenal om te komen tot gedragen resultaten.

Aandacht voor elkaar: met z’n allen maken we onze organisatie tot wat deze is. Dat maakt dat het leidinggevende kader aandacht heeft voor de medewerkers. We gaan uit van eigenaarschap dat gericht is op het realiseren van de ambities en onze prestaties, zowel op medewerkersniveau als binnen het leidinggevend kader. We bieden de ruimte aan iedere medewerker om vanuit zijn/haar kracht, motivatie en inspiratie het werk te doen. Medewerkers krijgen de gelegenheid om zich te ontwikkelen. Zo komt iedereen het best tot z’n recht, kunnen we spreken van een vitale organisatie en kunnen we de maatschappelijke opgaven optimaal gezamenlijk aan.

Onderstaand het organisatiekader (missie, visie, drijfveren en strategie) als onderdeel van de ingezette organisatiekoers Eijsden-Margraten 2024 - 2026, nader schematisch weergegeven.  

Deze geschetste organisatiekoers zijn geen loze woorden op papier. We zijn er vanaf april 2024 reeds mee gestart.  Dit doen we met z’n allen, van medewerker tot leidinggevende, zowel individueel als in teamverband. Als ook in samenspel met het bestuur. Ieder van ons heeft hierin zijn eigen verantwoordelijkheid.

Een opsomming op hoofdlijnen wat in 2025 allemaal is gebeurd;

  • Er is een nieuwe organisatiestructuur doorgevoerd (zie organogram website)
  • Er is een nieuwe secretaris-algemeen directeur benoemd
  • Bij alle uitvoerende teams is de nieuwe functie van teamregisseur ingevuld
  • Er is een organisatiebrief opgesteld die richting geeft aan de ontwikkelagenda voor de organisatie voor het jaar 2025
  • We zijn op basis van de organisatiebrief gestart met het opstellen van teamplannen
  • Een nieuwe overlegstructuur (bestuurlijk en op afdelingsniveau) is vormgegeven en ingevoerd 
  • Er zijn dashboards als sturingsinstrument ontwikkeld. In dat licht zijn kwartaalgesprekken met afdelingshoofden, waarin wordt gestuurd op kengetallen, opgestart
  • De ondersteunende trainingen zoals advieskracht, persoonlijk leiderschap en teamcoaching zijn verder voortgezet
  • Er is een opdracht uitgewerkt rondom het verbeteren van projectmatig werken
  • Er is een opdracht versterkt om in 2025 met alle leidinggevende een leiderschapsprogramma te doorlopen. 

In 2025 bouwen we voort op de reeds ingezette lijnen die uitgezet zijn. Op basis van deze missie ''dicht bij het leven, vanuit het hart'' wordt in verder ingespeeld op wat de samenleving van ons vraagt. Hierbij wordt focus gelegd op het verbeteren van de dienstverlening, met een bedrijfsvoering die dat ondersteunt en een samenspel tussen mensen (bestuurders en ambtenaren) die dat mogelijk maakt. 

Een opsomming op hoofdlijnen wat in 2025 allemaal is gebeurd;

  • Er is een organisatiebrief opgesteld die richting geeft voor het jaar 2026
  • Deze organisatiebrief vormt het kader voor de teamplannen die in de organisatie zijn/worden gemaakt
  • De ondersteunende trainingen zoals advieskracht (groep 5), persoonlijk leiderschap (de pilotgroep en groep 1 zijn afgerond) en diverse team coach zijn verder voortgezet
  • Tevens zijn alle leidinggevenden gestart met het leiderschapsprogramma onder begeleiding van Rijnconsult
  • Er is een traject opgestart om de bestuurlijk-ambtelijke samenwerking te verbeteren hierbij is met name aandacht voor versterking van de portefeuillehouders overleggen en de overleggen tussen college en MT
  • Het medewerkers onderzoek is eind 2025 gehouden en er was een hoge respons 92%
  • 't Goede gesprek is door een werkgroep uitgewerkt en gelanceerd hierdoor heeft de organisatie weer een geactualiseerde vorm voor onze gesprekkencyclus
  • Het vitaliteitsbeleid is opgesteld en geaccordeerd door het college en een van de eerste acties was de week van de vitaliteit die in 2025 voor het eerst is gehouden
  • Diverse regelingen zijn geactualiseerd zoals de werving en selectie regeling en de opleidingsregeling
  • Een ingrijpende verandering was het besluit in 2025 om afscheid te nemen van het oude HRM-systeem dat de personeels- en salarisadministratie omhelst en over te gaan op een nieuw pakket per 1 januari 2026
  • Het bestuurlijk besluitvormingstraject is onder handen genomen en er is een verbeterplan opgesteld
  • De planning & control cyclus is geëvalueerd en er is een verbeterplan opgestart

5.2 De Strategische Agenda

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - 5.2 De Strategische Agenda

In 2024 is de organisatiekoers uitgewerkt die geland is in een organisatiebrief, waarin de strategische agenda van de organisatie Eijsden-Margraten is verwoord. Deze strategische agenda omvat een vijftal speerpunten die bijdragen aan het realiseren van de visie en missie en derhalve aan het realiseren van de bestuurlijke opgaven.  

Het betreft de volgende vijf punten met de daarbij behorende focuspunten voor 2025, waarbij in de 2e helft van 2024 de voorbereidende stappen zijn gezet:

  1. Een gezonde en solide financiële huishouding
  • het structureel en reëel in evenwicht brengen van de financiële huishouding
  • het elk jaar sluitend maken van de meerjarenbegroting (2026 – 2029)
  1. Realiseren van mensgerichte dienstverlening
  • verbeteren van de bereikbaarheid van de teams
  • verbeteren van de dienstverlening naar inwoners
  • verbeteren van de dienstverlening naar college en raad
  • De basis op orde m.b.t. informatiebeheer & datakwaliteit, e.e.a. gebaseerd op de implementatie van een nieuw werkplekconcept
  1. Opgavegericht werken
  • het realiseren van de in de begroting 2025 opgenomen bestuurlijke ambities
  • de doorontwikkeling van doelgerichte processturing m.b.t. going-concern / routinematige taken
  • de doorontwikkeling van projectmatige sturing omtrent het realiseren van ambitiegerichte resultaten
  • het verkennen, definiëren en concretiseren van programmagericht werken
  1. Ontwikkelen van eigenaarschap
  • ontwikkelen leiderschapskracht gericht op het leidinggevend kader en het persoonlijk leiderschap van medewerkers
  • ontwikkelen medewerkerskracht gebaseerd op het goede gesprek op individueel niveau
  1. Een vitale organisatie.
  • Vitaliteitsbeleid (duurzame inzetbaarheid) implementeren
  • Arbeidsmarktstrategie inzetten
  • Strategische personeelsplanning doorvoeren
  • Robuuste organisatie realiseren
  • Ziekteverzuim beperken

5.3 Binden, boeien en waarderen

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - 5.3 Binden, boeien en waarderen

De arbeidsmarktkrapte blijft een uitdaging opleveren.  Het verkrijgen en behouden van gekwalificeerd en gemotiveerd personeel blijft van cruciaal belang voor onze dienstverlening. Daarom zijn we in 2025 blijven investeren in onze medewerkers en het creëren van een positieve en stimulerende werkomgeving. Aandacht voor vitaliteit, en het continue investeren in de ontwikkeling van onze medewerkers waren hierbij belangrijke punten.

5.4 I&A (Informatie & Automatisering)

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - 5.4 I&A (Informatie & Automatisering)

Informatie en Automatisering

Op basis van onze meerjareninvesteringsagenda voor ICT hebben we in 2025 opnieuw gewerkt aan de doorontwikkeling van onze informatievoorziening. Deze agenda sluit aan bij de bestuurlijke ambities, de koers van onze organisatie en landelijke ontwikkelingen, waaronder nieuwe wet- en regelgeving. De geplande resultaten voor 2025 zijn gerealiseerd, waardoor we blijvend aansluiten op de digitale ontwikkelingen in de samenleving. Hieronder staan de belangrijkste resultaten over 2025. 

  • De informatievoorziening rond het financiële systeem is vernieuwd en succesvol opgeleverd.
  • We hebben de voorbereidingen afgerond voor het nieuwe digitale werkplekconcept. Na de aanbesteding in 2024 zijn in 2025 de uitvoerende voorbereidende werkzaamheden gedaan. De uitrol start in januari 2026.
  • De netwerkinfrastructuur is vernieuwd, waardoor onze systemen stabieler, sneller en toekomstbestendig zijn geworden.
  • Voor duurzame digitale en analoge archivering hebben we in 2025 het proces van toetreding doorlopen tot de gemeenschappelijke regeling met het Historisch Centrum Limburg. Per 2026 treden wij als gemeente toe tot deze gemeenschappelijke regeling.
  • Het lopende beleid om onze dienstverlenings- en bedrijfsprocessen lean te verbeteren en verder te digitaliseren is in 2025 voortgezet.
  • Datagestuurd werken is versterkt door het ontsluiten van nieuwe informatiebronnen, waardoor teams beter kunnen sturen op resultaten.
  • We hebben diverse verbeteringen doorgevoerd in het gemeentelijke informatiebeheer op basis van ons kwaliteitssysteem. De voortgang is getoetst tijdens het periodieke horizontaal toezicht van de archiefinspectie, waarna nieuwe verbeteracties zijn vastgesteld.

Informatiebeveiliging

In een steeds digitalere samenleving zijn gemeenten kwetsbaar voor risico’s in hun digitale dienstverlening. Dit komt doordat zij veel privacygevoelige gegevens beheren en verwerken. Daarom is het essentieel om privacy en informatiebeveiliging goed te waarborgen. Onze gemeente gebruikt hiervoor de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Deze schrijft voor dat het gemeentebestuur besluiten neemt op basis van risico-inventarisaties en dat alle gemeenten moeten voldoen aan een aantal verplichte normen. Over de toepassing van de BIO leggen we in 2025 opnieuw horizontale verantwoording af aan de gemeenteraad en verticale verantwoording aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

In 2025 hebben we het volgende bereikt:

  • Een nieuw gemeentelijk informatiebeveiligings- en privacybeleid vastgesteld voor 2025–2028.
  • Een risicoanalyse informatiebeveiliging uitgevoerd.
  • Elk kwartaal Security & Privacy Awareness-trainingen georganiseerd.
  • Elk kwartaal phishing-simulaties uitgevoerd om bewustwording te vergroten.
  • AI-informatiesessies voor medewerkers georganiseerd.
  • AI-spelregels vernieuwd voor zorgvuldig gebruik van gegevens.

Een beoordeling door een onafhankelijk IT-auditor heeft bevestigd dat onze gemeente in 2025 in control was op het gebied van informatiebeveiliging.

5.5 Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf 5: Bedrijfsvoering - 5.5 Rechtmatigheidsverantwoording

In de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgenomen in de jaarrekening 2025, licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties financieel rechtmatig zijn. 
Hiervoor wordt gekeken naar drie criteria: 
-    het voorwaardencriterium; 
-    het begrotingscriterium en;
-    het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. 

De geconstateerde afwijkingen per criterium:

1.    Afwijkingen voorwaardencriterium met financiële impact:
Het voorwaardencriterium gaat over het naleven van de eisen bij het financieel handelen. De eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, waaronder de Europese aanbestedingsregelgeving. Het gaat om zaken als de juiste doelgroep, termijn en grondslag, het voldoen aan administratieve bepalingen en normbedragen.  Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

2.    Afwijkingen begrotingscriterium:
Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van de gemeenteraad is gerespecteerd. In het controleprotocol is vastgesteld dat over- en onderschrijdingen van de baten en lasten die tijdig zijn gemeld aan de raad niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Het college heeft over- en onderschrijdingen tussentijds gemeld en ook in deze jaarrekening. We beschouwen deze informatie als tijdig en passend binnen de gemaakte afspraken.

Voor  over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt  dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld via de hiertoe aangewezen verantwoordingsinstrumenten. Hierbij worden de tussentijdse rapportages alsmede de jaarrekening gezien als verantwoordingsinstrumenten.

De afwijkingen per programma die groter zijn dan 2%, zijn inzichtelijk gemaakt. De overschrijdingen van de lasten, de onderschrijdingen van de baten en de afwijkingen in de reserves zijn acceptabel.

Programma 2 Landbouw, landschap en plattelandseconomie
De overschrijding op dit programma is zoals toegelicht het gevolg van sterk variërende energietarieven, veroorzaakt door een combinatie van geopolitieke onrust, marktdynamiek en weersomstandigheden. De overschrijding hiervan werd enigszins beperkt doordat de gemeentelijke bijdrage aan kermissen dit jaar lager uitviel dan oorspronkelijk begroot.

3            Misbruik & Oneigenlijk gebruik
De rechtmatigheidseis betreft ook de toetsing op juistheid en volledigheid van de gegevens, die door de belanghebbenden zijn verstrekt om het voldoen aan voorwaarden aan te tonen. Dit ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving (M&O-criterium).  In 2026 zal het College van Burgemeester en Wethouders het beleid met betrekking tot Misbruik en Oneigenlijk Gebruik gaan vaststellen. Vanaf daar is de komende jaren een verdere doorontwikkeling voorzien, waarbij het M&O-beleid nog beter zal aansluiten bij het interne controlesysteem. In 2025 zijn geen gevallen van interne fraude binnen de organisatie geconstateerd.

Paragraaf 6: Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - Inleiding

De gemeente Eijsden-Margraten heeft bestuurlijke en/of financiële belangen in een aantal verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen.

Een verbonden partij is een derde rechtspersoon, waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de betreffende rechtspersoon en/of als de gemeente aangesproken kan worden door derden ingeval van financiële problemen bij de verbonden partij.

Deze verbonden partijen voeren beleid uit voor de gemeente. Uiteraard behoudt de gemeente Eijsden-Margraten beleidsmatige en financiële verantwoordelijkheden ten aanzien van deze partijen.

In de Nota Verbonden Partijen wordt het door de gemeente Eijsden-Margraten gevoerde beleid inzichtelijk gemaakt. Ook wordt ingegaan op de begrippen en juridische kaders waaraan verbonden partijen moeten voldoen.

De uitgangspunten voor deelname in een verbonden partij zijn uitvoerig vastgelegd in de Nota Verbonden Partijen. Belangrijke uitgangspunten zijn:

  • De gemeente participeert alleen in derde partij (verbonden partij) indien daarmee publiek belang gediend wordt.
  • De financiële gevolgen en mogelijke risico’s van deelname in een verbonden partij dienen inzichtelijk te worden gemaakt.

Voor meer inhoudelijke informatie wordt verwezen naar deze nota.

Onderstaande tabel toont de bijdragen voor 2025 van de gemeente Eijsden-Margraten per verbonden partij.

Verbonden partijen Bijdrage 2025
Gemeenschappelijke regelingen  
Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019 6.025.921
Centrumregeling verwerving Wmo ondersteuning Maastricht-Heuvelland 3.716.973
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg 1.976.545
Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz 881.396
Gemeenschappelijke Regeling subsidiëring ADV-Limburg 16.175
Regionale samenwerking leerplicht en RMC, Maastricht en Mergelland 12.025
Regionale samenwerking leerlingenvervoer 413.648
Lichte Gemeenschappelijke Regeling inzake de samenwerking afvalwater in zuidelijk Zuid-Limburg: de regio Maas en Mergelland n.v.t.
Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4 2.565.237
Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg 502.441
Grensoverschrijdende Gemeenschappelijke regeling Euregio Maas-Rijn n.v.t.
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg 2.343.483
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) 411.301
Gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis” 322.225
   
Vennootschappen en coöperaties  
MTB Regio Maastricht N.V. 1.602.469
Bodemzorg Limburg BV n.v.t.
Waterleiding Maatschappij Limburg N.V. n.v.t.
Enexis Holding NV n.v.t.
   
Stichtingen en verenigingen  
Stichting Podium24 91.667
Stichting Re-integratie inbesteding Maastricht Mergelland / Annex BV 126.806
   
Overige verbonden partijen  
Bank Nederlandse Gemeenten n.v.t.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.1 Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019
Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019
Soort Gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Gemeente Maastricht is de centrumgemeente.
Openbaar belang Het zorgdragen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de jeugdhulptaken, zoals vastgelegd in de beleidsplannen Jeugd van de deelnemende gemeenten, met inachtneming van de bepalingen van de Jeugdwet. Het delen van kennis en expertise in de regio die nodig zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van het jeugdhulpbeleid.
Bestuurlijk belang Wethouder Piatek is lid van de stuurgroep Jeugdzorg.
Financieel belang Voor de uitvoeringskosten (€ 147.000) die wij aan gemeente Maastricht betalen wordt voor ruim € 5,8 miljoen per jaar aan zorg ingekocht.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ontwikkelingen Inkoop jeugd wordt de komende jaren verder doorontwikkeld. In lijn met de hervormingsagenda Jeugd en aflopende contracten is de Jeugdregio bezig om nieuwe langdurige ontwikkelcontracten af te sluiten.
Risico's De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op jeugdzorg zijn open einderegelingen. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten.
Financieel: beperkt risico faillissement zorgaanbieders. Dit wordt beperkt door monitoring van verstrekte voorschotten door Maastricht en evaluatie prestaties zorgaanbieders door inkoopteam Maastricht.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.2 Centrumregeling verwerving Wmo ondersteuning Maastricht-Heuveland
Centrumregeling verwerving Wmo ondersteuning Maastricht-Heuvelland
Soort Gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul. Gemeente Maastricht is de centrumgemeente.
Openbaar belang Het zorgdragen voor een kwalitatief goede en efficiënte verwerving van de professionele Wmo ondersteuning, zoals vastgelegd in de beleidsplannen en verordeningen Wmo van de deelnemende gemeenten, met inachtneming van de bepalingen van de Wmo 2015. Het delen van kennis en expertise in de regio die nodig zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van het Wmo-beleid.
Bestuurlijk belang Wethouder Piatek is lid van het Portefeuillehouders overleg. 
Financieel belang Voor de uitvoeringskosten (circa € 40.000) die wij aan gemeente Maastricht betalen wordt voor ruim € 3,9 mio per jaar aan zorg ingekocht.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ontwikkelingen Niet specifiek, betreft continue functie.
Risico's De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op Wmo zijn open einderegelingen. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten. Financieel: beperkt risico t.a.v. faillissement zorgaanbieders. Dit wordt beperkt door monitoring van verstrekte voorschotten door Maastricht en evaluatie prestaties zorgaanbieders door inkoopteam Maastricht.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.3 Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Heerlen.
Betrokken partijen De gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal.
Openbaar belang Zorgdragen voor publieke gezondheid, toezicht op de kwaliteit Wmo, Jeugdgezondheidszorg, Veilig Thuis, ambulancezorg, GHOR, vangnetfunctie en crisiszorg verslaafden, dak- en thuislozen, sociaal medische advisering.
Bestuurlijk belang In het algemeen bestuur wordt de gemeente vertegenwoordigd door wethouder Piatek.
Financieel belang Bijdrage gemeente Eijsden-Margraten in 2025:
(bedragen x € 1.000,-) Programma        
GGD Basisgezondheidszorg € 775      
Jeugdgezondheid € 1.201      
  Totaal € 1.976      
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 2.165 € 2.586 € 4.265 € 26.259 € 23.737
Ontwikkelingen De GGD heeft zowel te maken met een bezuinigingstaakstelling als met veranderingen in het sociaal domein.  Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn nieuwe landelijke ontwikkelingen die een veranderende rol vragen van de GGD. Ook de doorontwikkeling van Trendbreuk en de trendbreukopgave zelf, de versterking van infectieziektebestrijding pandemische paraatheid (VIPP), de inrichting van een gezonde leefomgeving en de versterking van de kennis- en adviesfunctie zijn opgaven die in de toekomst veel van de GGD zullen vragen. Dat brengt een nieuwe rol en positie van de GGD. Naast het uitvoeren van de wettelijke taken, krijgt de GGD de rol van procesregisseur, die namens de 16 Zuid-Limburgse gemeenten het voortouw neemt in deze ontwikkelingen. Daarvoor is een eigentijdse en solide GGD nodig. 
Risico's Bij uittreden of opheffing participeert de gemeente in de aanwezige schulden en kosten van liquidatie.
Verliesbijdrage naar rato inwonertal. Zie risicoparagraaf jaarrekening. Belangrijk: Door de deelnemende gemeenten is gekozen om geen weerstandsvermogen op te bouwen bij de GGD. Mogelijke verliesbijdragen worden naar rato inwoneraantal door de gemeenten gedragen.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.4 Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz
Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Sittard-Geleen.
Betrokken partijen De gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert.
Openbaar belang Het bevorderen van openbaar vervoer (op maat) ten behoeve van de inwoners van de deelnemende gemeenten in het algemeen, en bewoners met een WMO indicatie in het bijzonder. Zorg dragen voor een goede uitvoering van collectief en individueel vervoer van die reizigers, die aangewezen zijn op één van de door de gemeenten te behartigen vormen van doelgroepenvervoer.  Vooralsnog beperkt dit vervoer zich tot het regiotaxi-vervoer, gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Bestuurlijk belang Wethouder Piatek maakt deel uit van het algemeen bestuur. 
Financieel belang Bijdrage in de exploitatie voor 2025 is  € 739.000
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2025
EV
31.12.2024
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 1.574 € 2.448 € 1.423 € 7.608 € 9.502
Ontwikkelingen In 2025 is voor het eerst sinds 2022 een duidelijke daling van het vervoersvolume zichtbaar voor Eijsden-Margraten (-11,27%). Deze afname is het gevolg van gerichte maatregelen, zoals het begrenzen van onbeperkt reizen en het verlagen van het maximaal aantal zones per jaar.
Risico's De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op doelgroepenvervoer zijn open-einderegeling. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.5 Gemeenschappelijke regeling subsidiëring ADV-Limburg
Gemeenschappelijke regeling subsidiëring ADV-Limburg
Soort Gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten uit de regio Noord- en Midden-Limburg: Arcen en Velden, Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Helden, Leudal, Maasbree, Maasgouw, Meijel, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert. Gemeente Roermond is de centrumgemeente.
De gemeenten uit de regio Zuid-Limburg: Beek, Brunssum, Eijsden, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Margraten, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal. Gemeente Maastricht is de centrumgemeente.
Openbaar belang Antidiscriminatievoorziening Limburg heeft de Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) status en is de professionele partner voor 27 Limburgse gemeenten in het handhaven van artikel 1 van de grondwet. Namens die gemeenten voert de Antidiscriminatievoorziening Limburg sinds 2009 de taken uit de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen uit.
Bestuurlijk belang De wethouder (wethouder Piatek) heeft hierin geen formele rol.
Financieel belang De opbrengsten van ADV Limburg in 2025 betreffen voornamelijk de reguliere subsidie gemeente Maastricht, reguliere subsidie gemeente Roermond en subsidie Maastricht VR Project implementatie.
De gemeente Maastricht vervult voor de gemeenten in Zuid-Limburg hierin de rol van centrumgemeente.
De Stichting bestaat voornamelijk uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De bijdrage van de gemeente Eijsden-Margraten hierin is € 16.175
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.n.b 203 n.n.b 127 n.n.b
Ontwikkelingen Aan het Regionaal Discriminatie Overleg (RDO) nemen portefeuillehouders en contactpersonen discriminatie van politie-eenheid Limburg, het Openbaar Ministerie (OM) arrondissementsparket Limburg, gemeenten Roermond en Maastricht en ADV Limburg deel. Het overleg vindt twee maal per jaar plaats en bestaat uit een zaakinhoudelijk deel en een strategisch deel (met ambtelijk vooroverleg). Tijdens het zaakinhoudelijke deel worden de meldingen en aangiften van discriminatie, of met een discriminatieaspect, in Limburg besproken. Doel van dit overleg is het uitwisselen van informatie om een juiste aanpak en afhandeling van de meldingen en aangiften te bespreken. Door het periodieke contact met de politie is er voldoende vertrouwen ontstaan om vanaf 2018 een slag te maken met het geven van voorlichting aan het korps door ADV Limburg.
Risico's ADV Limburg voert voor de gemeente Eijsden-Margraten de taken uit de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen uit. Financieel dienen de deelnemende gemeente mogelijke tekorten op te vangen echter is de algemene reserve groot genoeg om het risico op te vangen. Het risico op een extra bijdrage, bovenop de reguliere, is zeer gering.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.6 Regionale samenwerking leerplicht en RMC, Maastricht en Mergelland
Gemeenschappelijke Regeling Regionale Samenwerking Leerplicht en RMC, Maastricht en Mergelland
Soort Gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul. Gemeente Maastricht is de centrumgemeente.
Openbaar belang Doel van de leerplichtwet is te waarborgen dat jongeren in de Gemeente Eijsden-Margraten onderwijs volgen en gebruik maken van hun recht op onderwijs. Door regionale samenwerking ontstaat ruimte voor kwaliteitsverbetering, het toezicht op het handhaven van de leerplicht wordt eenduidiger en meer direct en de continuïteit van de uitvoering van de functie is gewaarborgd.
Bestuurlijk belang Geen formele rol (wethouder Piatek).
Financieel belang Er is sprake van een vergoeding voor de kosten voor het personeel op basis van een vooraf vastgestelde kostprijs en formatieberekening. Besluitvorming betreft een bevoegdheid van de raden van de deelnemende gemeenten, het portefeuillehouders overleg adviseert hierin. De kosten voor gemeente Eijsden-Margraten voor 2025 bedragen € 172.000,-.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ontwikkelingen Voortdurende doorontwikkeling van de volgende taken: sluitende aanpak kwetsbare jongeren naar mbo en arbeid. Attitude maatwerk, preventie in de keten. Snelle reparatie op maat, effectieve verbindingen op het snijvlak van voortgezet onderwijs, middelbaar onderwijs, passend onderwijs, Jeugdwet en Participatiewet.
Risico's Lichte vorm van een gemeenschappelijke regeling. Beleidsuitgangspunten, begroting en jaarrekening worden in gezamenlijk overleg jaarlijks vastgesteld.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.7 Regionale samenwerking leerlingenvervoer
Verordening G.R. leerlingenvervoer Maastricht-Heuvelland, gemeente Eijsden-Margraten 2014
Soort Gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul. Gemeente Maastricht is de centrumgemeente.
Openbaar belang Leerlingenvervoer is bedoeld voor kinderen die niet zelf naar school kunnen. Bijvoorbeeld door een handicap of doordat de school ver weg ligt. Het kan gaan om een leerling van een basisschool, het (voortgezet) speciaal onderwijs of een gehandicapte leerling van een reguliere basisschool of het voortgezet onderwijs. Leerlingen uit de deelnemende gemeenten kunnen gebruik maken het leerlingenvervoer.
Bestuurlijk belang Geen formele rol (wethouder Piatek).
Financieel belang
Er is sprake van een vergoeding van de kosten voor het personeel waarbij het aantal afgegeven beschikkingen de maatstaf is en een vergoeding voor de praktische uitvoering van het leerlingenvervoer waarbij het aantal aan een vervoersvoorziening deelnemende leerlingen de maatstaf is. De kosten voor gemeente Eijsden-Margraten 2025 bedragen € 269.000,- (vervoerskosten) en € 59.000,- (kantoorkosten).
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ontwikkelingen Voortzetten van de standaard taken.
Risico's De bijdrage hangt samen met het gebruik van het leerlingenvervoer. Hierin schuilt een financieel risico.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.8 MTB Regio Maastricht N.V.
MTB Regio Maastricht N.V.
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Maastricht en Meerssen.
Openbaar belang Uitvoering (en afbouw) "oude" Wet Sociale Werkvoorziening voor de drie deelnemende gemeenten alsook diverse buitengemeenten. Leerwerkbedrijf voor de brede doelgroep Participatiewet van de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten. Uitvoeringsorganisatie arbeidsmatige dagbesteding voor de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten.
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder Financiën, wethouder Gerritsen, heeft zitting in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders MTB en heeft daarbij formeel stemrecht.
Financieel belang Het belang van Eijsden-Margraten in het geplaatste kapitaal (99 aandelen) is 11% met een verkrijgingsprijs van € 4.950,-. Door de gemeente Maastricht is aan de MTB een achtergestelde renteloze lening verstrekt ter grootte van
€ 12.100.000 (nominale waarde) onder zekerheidstelling van het eerste recht van hypotheek op de panden van de MTB. Het aandeel van de gemeente Eijsden-Margraten in deze gegarandeerde kasgeldlening bedraagt
€ 1.331.000. Voor deze zekerheidsstelling is een voorziening gevormd. De stand van deze voorziening bedraagt € 827.050 per 31-12-2025. Dit volstaat op basis van de thans geldende inzichten rekening houdende met de boekwaarde van de gebouwen van de MTB. De begrote bijdrage 2024 voor de gemeente Eijsden-Margraten bedraagt € 1.406.000,-.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) - € 86 - € 9 - € 9 € 5.554 € 5.996
Ontwikkelingen Er is onderzoek verricht door de MTB naar de bedrijfseconomische houdbaarheid. In dit verband is ook gekeken naar de participatieketen. Het rapport is inmiddels klaar. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen tot een nieuw mens ontwikkelbedrijf. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2026.
Risico's De taken die MTB voor de gemeenten uitvoert, zijn onderhevig aan veranderingen als gevolg van gewijzigd rijksbeleid. Een wijziging van taken brengt uiteraard ook gevolgen voor de organisatie en bedrijfsvoering met zich mee. De gemeenten hebben hier lang niet altijd (voldoende) invloed op, terwijl ze uiteindelijk wel financieel verantwoordelijk zijn. Het risico bestaat dan ook dat autonome ontwikkelingen een negatief effect hebben op het resultaat van MTB en daarmee op het kostenaandeel van de gemeenten.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.9 Stichting Podium24
Stichting Podium24
Soort Stichtingen en verenigingen.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Uitvoering van de regionale werkgeversdienstverlening, vraaggericht en aanbodgeschikt.
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder sociale zekerheid en arbeidsmarkt (wethouder Piatek) heeft zitting in het bestuur van Stichting Podium24. Dit stichtingsbestuur ziet toe op de uitvoeringsorganisatie als ware het het Dagelijks Bestuur.
Financieel belang De bijdrage in de uitvoeringkosten van de arbeidsmarkttoeleiding (groeibanen, loonkosten- en uitstroomsubsidies)voor 2025 is € 91.667, -.
Financiële informatie Resultaat
2025

EV
31.12.2024

EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € - 523 € 1.593 € 1.069 € 675 € 664
Ontwikkelingen Podium24 is gestart per 1 januari 2016. Daarbij is een herverdeling van taken afgesproken met de andere uitvoeringsorganisaties langs de routing die de burger doorloopt; diagnose-plaatsing-ontwikkeling. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2026.
Risico's Het verdienmodel van Stichting Podium24 bestaat uit opbrengsten uit de markt, het aandeel in Podium24 BV, opbrengsten vanuit de werkzaamheden voor de gemeenten (inclusief een aandeel in de schadelastbeperking) en opbrengsten vanuit detachering van eigen medewerkers naar Podium24 BV en SEM. Het risico bestaat dat opbrengsten (om uiteenlopende redenen) tegenvallen, wat uiteraard gevolgen heeft voor het resultaat van de stichting. Het wordt weliswaar niet verwacht, maar mocht een exploitatietekort zich in de toekomst onverhoopt voordoen, dan komt dit (conform vastgestelde statuten) allereerst ten laste van de financiële reserves van Stichting Podium24. Indien deze reserves ontoereikend zijn, dan wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedragen volgens de afgesproken verdeelsleutel SEM. Hierbij moet worden opgemerkt dat aanpassing van die verdeelsleutel SEM dus ook doorwerkt in geval van een eventueel tekort bij Podium24.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 1.10 Stichting Re-integratie inbesteding Maastricht Mergelland / Annex BV
Stichting Re-integratie inbesteding Maastricht Mergelland / Annex BV
Soort Vennootschappen en stichtingen.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Uitvoering van praktijk- en aanvullende diagnostiek in het kader van re-integratie voor de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten. Dit middels een quasi in house constructie. Het betreft in hoofdzaak het Transferium Werk en Bijstand (TWB), daarnaast andere diagnostische activiteiten en aanvullende testen alsmede de werkleiding van het Buurtteam Eijsden-Margraten.
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder sociale zekerheid en arbeidsmarkt (wethouder Piatek) heeft zitting in het bestuur van BV Annex alsook het bestuur van SRIMM. De portefeuillehouder vertegenwoordigt daarbij (vooralsnog) ook de (voormalige Pentasz) gemeenten Gulpen-Wittem, Meerssen en Vaals. Dit bestuur ziet toe op de beheersstichting alsook de uitvoeringsorganisatie als ware het het Dagelijks Bestuur.
Financieel belang De bijdrage in de uitvoering van de praktijkdiagnostiek in het kader van re-integratie (TWB, diagnostiek en Buurtteam) voor 2025 is € 127.000,- .
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 440 € 955 € 1.002 € 452 € 511
Ontwikkelingen Bij het regionaal collegebesluit tot omvorming van MTB en een andere organisatie van de re-integratieactiviteiten in juli 2015 is o.a. besloten om SRIMM en Annex BV op te heffen. Tevens is besloten om de diagnostische functionaliteiten over te brengen van Annex BV naar MTB. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2026.
Risico's De ontwikkelingen ten aanzien van de positionering van Annex BV hebben mogelijk gevolgen voor het takenpakket en daarmee het exploitatieresultaat van MTB. Daar waar Annex een organisatie van de zes gemeenten in de regio Maastricht-Heuvelland is, is MTB de financiële verantwoordelijkheid van slechts drie van die gemeenten. Het risico bestaat dan ook dat een herpositionering van Annex die door allen gewenst is vanuit regionale samenwerkingsoptiek, mogelijk financiële gevolgen (nadelig dan wel voordelig) met zich meebrengt voor de helft van die gemeenten. Dit wordt uiteraard in beeld gebracht bij de definitieve besluitvorming.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 3.1 Lichte Gemeenschappelijke regeling inzake de samenwerking afvalwater in zuidelijk Zuid-Limburg: de regio Maas en Mergelland
Lichte Gemeenschappelijke regeling inzake de samenwerking afvalwater in zuidelijk Zuid-Limburg: de regio Maas en Mergelland
Soort Gemeenschappelijke regeling, regeling zonder meer.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen Waterschapsbedrijf Limburg en Limburgse gemeenten.
Openbaar belang Doelmatige en duurzame sanering van ongezuiverde lozingen van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied. Gemeenten hebben zorgplicht voor bewoners in het buitengebied die niet op riolering zijn aangesloten. Ze dienen deze een IBA (individuele behandeling afvalwater) aan te bieden. WBL heeft als zuiveraar taak om beheer en onderhoud van IBA’s te verrichten. 
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Financieel belang n.v.t.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.b n.b. n.b. n.b. n.b.
Ontwikkelingen In de regio worden momenteel plannen uitgewerkt met als doel samenwerking in de (afval)waterketen. Deze samenwerking wordt van overheidswege gestimuleerd. Samenwerking in de afvalwaterketen is een noodzaak om de drie doelstellingen (3 K’s) kostenvermindering, kwaliteitsverbetering en vermindering kwetsbaarheid te realiseren.
Risico's De gemeente is eigenaar van de aangelegde IBA’s en een eventuele vervanging is voor rekening van de gemeente. De kosten worden dan gedekt uit het vGRP. Het onderhoud wordt uitgevoerd door WBL.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 3.2 Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4
Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Heerlen.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Beekdaelen, Brunssum, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Vaals en Voerendaal.
Openbaar belang Het verzorgen van de inzameling en verwerking van afvalstromen voor diverse gemeenten. Het beheren van milieuparken in deelnemende gemeenten, het verzorgen van straatreiniging, transport, kringloopactiviteiten en gladheidbestrijding. Daarnaast het adviseren van gemeenten bij hun afvalbeleid.
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het (dagelijks en) algemeen bestuur.
Financieel belang De financiële bijdrage aan de exploitatie bedraagt € 2.565.237.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 853 € 4.375 € 5.661 € 2.619 € 2.657
Ontwikkelingen

Ontwikkelingen gedurende het boekjaar
RD4 heeft op de op- en overslag het weegkantoor gerealiseerd en officieel geopend. Dit vanuit de visie in het strategisch meerjarenplan om deze locatie door te ontwikkelen.
We hebben dit traject aangegrepen om met spoed onze risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) voor de gehele organisatie opnieuw te beschrijven en dat is dit jaar afgerond. Samen zijn we bezig de openstaande punten uit het plan van aanpak aan te pakken.
Veiligheid is en was onze hoofdprioriteit maar we hebben daar nog een stapje bovenop gezet. We willen met alle ons ter beschikking staande middelen proberen te voorkomen dat in de toekomst zich opnieuw een dergelijke situatie kan voordoen.
Dit jaar zijn we ook bezig geweest met de voorbereidingen op aanstaande majeure projecten. Dat zijn de revitalisering en uitbreiding van het grondstoffenpark en de kringloopwinkel te Margraten. In 2026 zal de daadwerkelijke uitvoering en de oplevering plaatsvinden. Daarnaast een project ten behoeve van onze gelieerde NV Reinigingsdiensten Rd4 (geen onderdeel van de groep) en wel de verhuizing van ons regionaal sorteercentrum voor E-waste (RSC) op ons eigen terrein met als doel beter om gaan met het toegenomen te verwerken volume op een wijze waarbij de arbeidsomstandigheden en veiligheid zijn gewaarborgd.

Risico's Het financiële risico is beperkt aangezien er weerstandsvermogen is opgebouwd om risico’s te dekken.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 3.3 Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg 
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De provincie Limburg en 16 andere gemeenten in de regio Zuid-Limburg.
Openbaar belang Uitvoering van de gemeentelijke milieutaken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving conform het Besluit Omgevingsrecht (BOR).
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Financieel belang De financiële bijdrage aan de exploitatie bedraagt € 502.441.
Financiele informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 1.259 € 789 € 949 € 1.569 € 1.628
Ontwikkelingen

ROBUUSTHEID

In 2025 zijn belangrijke stappen gezet naar een robuuste organisatie. Een bijzondere mijlpaal is de oprichting van de afdeling Bedrijfsvoering, die een solide fundament biedt voor de ondersteuning van de primaire processen. Deze afdeling draagt bij aan een efficiëntere en effectievere werkwijze. Alle functies binnen deze afdeling zijn inmiddels zorgvuldig gedefinieerd en succesvol ingevuld. We hebben net als het ministerie de overtuiging dat we met alle inspanningen op 1 april 2026 robuust zullen zijn.

Naast organisatorische en personele versterking zijn er diverse verbeteringen doorgevoerd die bijdragen aan het versterken van de robuustheid van de organisatie. De volgende studies richten zich op uiteenlopende strategische en operationele onderwerpen:

Financieringssystematiek Het onderzoek is afgerond en de resultaten zijn verwerkt in de begroting 2027, welke op korte termijn ter zienswijze zal worden voorgelegd aan gemeenteraden en Provinciale Staten
Risico's Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het adequaat inrichten van de administratieve organisatie en de interne controle.
Strategische risico’s zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar. De kans dat het risico zich voordoet is vaak klein maar de financiële gevolgen kunnen groot zijn. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met rijksbrede bezuinigingen, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 3.4 Grensoverschrijdende Gemeenschappelijke regeling Euregio Maas-Rijn
Grensoverschrijdende Gemeenschappelijke regeling Euregio Maas-Rijn
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Eupen (België).
Betrokken partijen Duitstalige Gemeenschap, Beek, Beekdaelen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Roerdalen, Roermond, Simpelveld Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal, Provincie Limburg (BE), Provincie Luik, Region Aachen Zweckverband.
Openbaar belang De kerntaak van de EGTS bestaat erin de samenwerking tussen de partnerregio's te vereenvoudigen en te intensiveren ten behoeve van een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het gebied zonder binnengrenzen en om het dagelijkse leven van de burgers in alle levensomstandigheden te vergemakkelijken. De EGTS ziet zich als platform ter bundeling van taken, als bemiddelaar om de economische, sociale en territoriale cohesie te bevorderen zonder echter de plaats te willen innemen van de bestaande bevoegde autoriteiten.
Bestuurlijk belang n.v.t.
Financieel belang n.v.t.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.b. n.b. n.b. n.b. n.b.
Ontwikkelingen De EGTS kan activiteiten ontplooien, programma’s en projecten uitwerken en implementeren, alsmede financiële middelen aanvragen.
Risico's n.v.t.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 3.5 Bodemzorg Limburg BV
Bodemzorg Limburg BV
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert.
Openbaar belang Het vinden van duurzame oplossingen voor gesloten stortplaatsen en andere verontreinigde locaties. Daarbij dient als uitgangspunt dat de nieuwe activiteiten het duurzaamheidsbeleid van de overheid ondersteunen.
Bestuurlijk belang De gemeente Eijsden-Margraten is als aandeelhouder vertegenwoordigd door wethouder Gerritsen.
Financieel belang 50% van de aandelen is verdeeld over de Limburgse gemeenten; de andere 50% is door de provincie overgedragen aan Nazorg Limburg B.V.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.n.b € 11.038 n.n.b € 31.778 n.n.b
Ontwikkelingen  Bodemzorg Limburg is permanent op zoek naar mogelijkheden om gesloten stortplaatsen een maatschappelijk verantwoorde functie te geven. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de nieuwe activiteiten het beleid van de overheid ondersteunen. Zo is de locatie Zuringspeel sinds 1992 in gebruik als golfbaan, is op de locatie Langen Akker een mountainbikeroute gerealiseerd, is op de locatie De Zandberg een bikepark aangelegd, zijn op 3 locaties zonneparken gerealiseerd en bevinden zich op nagenoeg alle locaties wandelroutes. Op de locatie Belvédère is in 2024 een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een schuil- en lammerplaats voor schapen. Op de locatie Het Tiende Vrij is in 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor eveneens de aanleg van een mountainbikeroute. Deze vergunning is, als gevolg van natuurontwikkelingen, in 2024 nog niet verleend. Verder wordt in samenwerking met IVN veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van de natuurwaarden.
Risico's Beperkt tot eigen inbreng.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.1 Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg

 

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen 16 Gemeenten in Zuid-Limburg, brandweer en Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).
Openbaar belang Het realiseren van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke bevolkingszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Bestuurlijk belang Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende regiogemeenten.
Financieel belang De bijdrage in de exploitatie bedraagt € 2.343.483.
Financiële informatie Resultaat
2024
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2023
VV
31.12.2024
(bedragen x € 1.000,-) €2.498    € 10.640 € 16.045  € 18.968   € 21.115
Ontwikkelingen

In het AB van 4 juli 2025 heeft het AB een positief besluit genomen over de toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes. Ook heeft het AB het besluit genomen om voor de jaren 2025 en 2026 een bestemmingsreserve te vormen zodat deelnemende gemeenten VRZL een eerste bijdrage gaan doen vanaf 2027 in overeenstemming met het ingroeimodel. 

In 2025 heeft de VRZL o.a. gericht op de volgende zaken:

  • Verkenning ins en outs van langdurige crisis in combinatie met oorlogsdreiging, mede op basis van oorlogsdreiging, klimaat- en energietransitie. 
  • Participeren in een werkgroep Weerbaarheid om daarin samen met de deelnemende gemeenten de voorbereiding op scenario’s vorm te geven;
  • Aanvullende maatregelen genomen in het kader van de operationele continuïteit VRZL voor het scenario 
    grootschalige en langdurige stroomuitval;
  • Stappen gezet in informatie-architectuur, applicatielandschap en - informatieveiligheid (introductie AFAS-systeem, afstemming samenwerking met Solido)
  • Voldoen aan wettelijke eisen WOO;
  • Processtappen gezet op het terrein strategische personeelsplanning (employer branding, dagopleiding manschappen brandweer);
  • Verdiepende oriëntatie op zorgrisicoprofiel;
  • Haalbaarheidsonderzoek Risk Factory Zuid-Limburg;
  • Afstemming met gemeenten in het kader van implementatie Omgevingswet
  • Ontwikkeling brandweerkazernes: nieuwbouw (Gulpen en Kerkrade) en verbouw (Heerlen), kazerne Sittard-Oost is opgeleverd;
  • Inbedding Ghor.
Risico's Bij uittreden of opheffing participeert de gemeente in de aanwezige schulden en kosten van liquidatie.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.2 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW)
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW)
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Roermond.
Betrokken partijen 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg.
Openbaar belang Als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten de zorg behartigen voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen en de uitvoering van de wet WOZ.
Bestuurlijk belang De gemeente Eijsden-Margraten is als aandeelhouder vertegenwoordigd door wethouder Gerritsen.
Financieel belang De bijdrage in de exploitatie voor 2025 bedraagt € 411.301
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) € 4.526 € 5.224 €6.528 € 7.999 € 5.3536
Ontwikkelingen Met ingang van 1 januari 2015 is de gemeente Eijsden-Margraten toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. BsGW zal actief verdere samenwerkingsvormen met andere Limburgse gemeenten initiëren met als doel door schaalvergroting de bijdragen van de deelnemers te verlagen. De kwaliteit van de dienstverlening wil BsGW in stand houden of verbeteren en de digitale dienstverlening vergroten. 
Risico's De gemeente is mede verantwoordelijk voor negatieve resultaten. Daarnaast is er het risico op mogelijk onvolledige belastinginning.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.3 Gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis”
Gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis”
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Landgraaf.
Betrokken partijen De gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld, Voerendaal, Schinnen, Eijsden-Margraten, Vaals, Beekdaelen, Sittard-Geleen, Gulpen-Wittem en het Waterschap Limburg.
Openbaar belang Het Gegevenshuis ontzorgt (lokale) overheden op het gebied van het opzetten en het beheren van object- en ruimte gerelateerde (Basis-)registraties en geometrie, alsmede het daarmee samenhangende beeldmateriaal. Hiermee kunnen (lokale) overheden voldoen aan wettelijke verplichtingen op dit gebied en kunnen dienstverlening en bedrijfsvoering kwalitatief hoogwaardig en kosteneffectief worden uitgevoerd.
Bestuurlijk belang Wethouder Weling maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Financieel belang De gemeente betaalt een bijdrage voor de afgenomen producten en diensten.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2024
(bedragen x € 1.000,-) - € 228 € 296 € 68 € 1.682 € 727
Ontwikkelingen Groei wordt nagestreefd; primair door nieuwe toetreders en secundair door uitbreiding van producten en diensten bij de huidige deelnemers. Per 1 januari 2026 is de gemeente Beek toegetreden. Medio 2025 heeft het algemeen bestuur Het Gegevenshuis opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een innovatieprogramma. Het eerste beslispunt hierin wordt medio 2026 verwacht. Afhankelijk van de besluitvorming - waarbij de term 'serieus innoveren vereist serieuze middelen' is gevallen - is een negatieve bijstelling van de bestaande begroting te verwachten.
Risico's De kans dat er sprake is van niet begrote, onvoorziene kosten (risico's) is op basis van de inrichting en werkwijze van het Gegevenshuis klein. Tegenover alle te leveren producten en diensten staan baten in de zin van bijdragen van de deelnemers. Mocht er desondanks nog sprake zijn van onvoorziene kosten (risico's) dan draagt de gemeente naar rato bij aan deze onvoorziene kosten.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.4 Waterleiding Maatschappij Limburg N.V.
Waterleiding Maatschappij Limburg N.V.
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg.
Openbaar belang WML stelt de drinkwatervoorziening in Limburg veilig en doet dit op duurzame wijze. Ook toont WML haar maatschappelijke betrokkenheid in Limburg en daarbuiten.
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhouders- vergadering.
Financieel belang Een belang van 1,8% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde negen aandelen, met een verkrijgingprijs van € 40.842.
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.000,-) n.n.b. € 217.814 n.n.b. € 403.384 n.n.b.
Ontwikkelingen WML wil op de lange termijn de kwaliteit van de drinkwaterbronnen veilig stellen en ook is er de ambitie om op termijn klimaatneutraal te worden. Daarnaast zet WML in op een sterker (drink) watermerk: kraanwater is immers een gezond, duurzaam en goedkoop alternatief voor bronwater uit de fles.
Risico's Het financiële risico is zeer beperkt.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.5 Enexis Holding NV
Enexis Holding NV
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats 's Hertogenbosch
Betrokken partijen Gemeenten, provincie en andere publiekrechtelijke lichamen in Zuid-Nederland.
Openbaar belang Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,7 miljoen huishoudens, bedrijven en overheden. De netbeheerderstaak is een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt. De vennootschap heeft ten doel het realiseren van een duurzame energievoorziening door state of the art dienstverlening en netwerken en door regie te nemen in innovatieve oplossingen. Dit om de energietransitie te versnellen én excellent netbeheer uit te voeren. Deze doelen worden gerealiseerd op basis van de volgende strategieën:
- Netwerk en dienstverlening tijdig gereed voor veranderingen in de energiewereld;
- Betrouwbare energievoorziening;
- Excellente dienstverlening: hoge klanttevredenheid en verlaging kosten;
- Samen met lokale partners Nederlandse klimaatdoelen realiseren;
- Innovatieve, schaalbare oplossingen om de energietransitie te versnellen.
De provincie tracht met haar aandeelhouderschap in Enexis de publieke belangen te behartigen. De infrastructuur voor energie is een vitaal onderdeel voor onze economie en voor onze samenleving.
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Een belang van 0,3742% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde 560.250 aandelen, met een verkrijgingprijs van € 97.876. Bij de verzelfstandiging hebben de aandeelhouders een bruglening van Essent omgezet in aandeelhoudersleningen met verschillende looptijden met een totale waarde van € 1,8 miljard. Met ingang van 2012 is Enexis begonnen met het aflossen en herfinancieren van deze leningen vanuit een programma van beursgenoteerde obligatieleningen. Deze vorderingen van de aandeelhouders op Enexis Holding NV zijn ondergebracht in de entiteit “Vordering op Enexis BV”, volledigheidshalve wordt alhier naar betreffende verbonden partij verwezen.
Het uitgekeerde dividend over 2025 bedraagt €  318.149
Financiele informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1 milj.) € 400 € 5.538 € 5.811 € 5.949 € 7.627
Ontwikkelingen Enexis, de provincie en deelnemende gemeenten hebben op dit moment al een meerjarige samenwerking voor de ontwikkeling en uitrol van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer in Brabant. Ook zijn er aanvullende afspraken over samenwerken in Buurkracht en nul op de Meter. In 2018 wordt deze samenwerking, mede op basis van de doelstelling “versnellen van de energietransitie” verdiept en verbreed. De alliantie tussen Enexis en provincie biedt door zowel concrete en strategische samenwerking een belangrijk fundament voor het kunnen behalen van de energiedoelstellingen ten aanzien van CO2 reductie en groene groei in Noord- Brabant.
Risico's Enexis is financieel gezond. Enexis heeft de Standard & Poor's (S&P) rating A+ (Stable outlook) en bij Moody's Aa3 (stable outlook). De aandeelhouders lopen het risico (een deel van) de boekwaarde te moeten afwaarderen. Voor Eijsden-Margraten bedraagt deze boekwaarde € 346.995 per 31-12-2024. Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - CSV Amsterdam BV
CSV Amsterdam BV
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats 's Hertogenbosch
Betrokken partijen Gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in Zuid-Nederland
Openbaar belang Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent en Attero. (namens de verkopende aandeelhouders van Essent en Attero)
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Een belang van 0,3742% in het geplaatste aandelenkapitaal met een verkrijgingprijs van € 75. Daarnaast heeft de gemeente een vordering van € 51.000 die geheel is voorzien; dit betreft ons aandeel in de Escrow-rekening naar aanleiding van de verkoop van Attero
Ontwikkelingen Zoals eerder aangekondigd, zijn de resterende activiteiten van CSV Amsterdam B.V. met betrekking tot de verkoop van Attero Holding N.V. in 2014 afgerond. De gerechtelijke procedure met de Belastingdienst over de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting is eind 2014 geëindigd, en er zijn geen openstaande rechten of verplichtingen meer voortvloeiend uit deze transactie.
In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 17 april 2025 is unaniem besloten tot de ontbinding en liquidatie van CSV Amsterdam B.V. In dat kader is een liquidatiebalans opgesteld en goedgekeurd, en is ingestemd met een uitkering van de resterende liquide middelen aan de aandeelhouders. Als gevolg van de liquidatie heeft de gemeente een uitkering ontvangen van afgerond € 31.900
Risico's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatief gering en beperkt tot de hoogte van het gestort aandelenkapitaal en het resterend werkkapitaal van deze vennootschap.
Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - 5.7 Bank Nederlandse Gemeenten
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Soort Vennootschappen en coöperaties.
Vestigingsplaats Den Haag.
Betrokken partijen Gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in Nederland.
Openbaar belang BNG Bank is er voor het publieke domein en het publieke belang, verkrijgen van toegang tot de kapitaalmarkt. Het doel van BNG Bank is: 'Gedreven door maatschappelijke impact'. Bij BNG Bank draait het niet om zoveel mogelijk winst, maar om maximale maatschappelijke impact.
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Financieel belang Een belang van 0,0942% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde 52.455 aandelen. Het dividendbeleid van de bank gaat uit van een regulier pay-out percentage van 50% van de winst na belastingen. Het uitgekeerde dividend over 2025 bedraagt € 73.962
Financiële informatie Resultaat
2025
EV
31.12.2024
EV
31.12.2025
VV
31.12.2024
VV
31.12.2025
(bedragen x € 1.milj.) € 172 € 4. 777  € 4.863 € 123.164 € 110.701
Ontwikkelingen De hoogte van de nettowinst is met onzekerheden omgeven, omdat de bank geen voorspelling kan doen over de ontwikkeling van de ongerealiseerde marktwaardeveranderingen. 
Risico's Het financiële risico is zeer beperkt.

Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - Paragraaf 6: Verbonden partijen - Kaderstellende documenten

Paragraaf 7: Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - Inleiding

Deze paragraaf Grondbeleid bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Grondbeleid conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten.
3. Richtlijn strategische grondaankopen 2024.
4. Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024.
5. Richtlijn Verwerving gronden voor woningbouw.

1. Grondbeleid exploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1. Grondbeleid exploitaties

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat dat de paragraaf over het grondbeleid ten minste bevat:
a.       Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting.
b.       Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert.
c.       Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.
d.       Een onderbouwing van de geraamde winstneming.
e.       De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.

1.a Visie op het grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.a Visie op het grondbeleid

Eind 2012 stelde de raad de Nota grondbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2012 vast. Daarbij werd gekozen voor een vorm van situatief grondbeleid: per situatie beoordelen we of we een actieve grondexploitatie voeren, een faciliterende rol vervullen, dan wel een vorm van publiek-private samenwerking aangaan. Daarbij hanteren we het uitgangspunt van faciliterend grondbeleid, tenzij zich bijzondere omstandigheden (verwachte winst en/of maatschappelijk nut) voordoen waardoor actief grondbeleid meer voor de hand ligt.

Een andere in dit kader relevante ontwikkeling doet zich voor ten aanzien van het gemeentelijk (vastgoed)eigendom. Soms verliezen gemeentelijke gebouwen hun (veelal maatschappelijke) functie en komen dientengevolge leeg te staan. Als dergelijke gebouwen geen strategisch nut meer hebben, komen zij voor verkoop in aanmerking. Als een pand te lang leeg staat, al dan niet in leegstandsbeheer, dan is dat nadelig voor de staat van het gebouw en voor de vitaliteit van de leefomgeving (vaak een dorpskern). Aandachtspunt is dan ook om leegstandssituaties te voorkomen, en tijdig over alternatieve bestemmingen na te denken.

Volledigheidshalve wordt in dit kader op deze plaats tevens verwezen naar de paragrafen “Weerstandsvermogen” en “Onderhoud kapitaalgoederen”. 

1.b Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.b Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert

In het kader van het dualisme is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het doen van grondaankopen. Grondtransacties kunnen plaatsvinden op basis van door de raad beschikbaar gestelde middelen. Dit kan via een afzonderlijk werkkrediet bestemd voor aankopen, of via een vastgestelde exploitatie-opzet.

Van enkele lopende bestemmingsplannen zijn exploitatie-opzetten vastgesteld, dan wel middels separate raadsbesluiten specifieke financiële randkaders vastgesteld. In deze exploitatie-opzetten, respectievelijk randkaders, is voorzien in de eventueel noodzakelijke aankoop van gronden, alsook in aanleg van infrastructurele voorzieningen, uitvoering van benodigde onderzoeken (bodem, archeologie, civieltechnisch onderzoek etc.) en eventuele advieskosten.

Bij aankopen c.q. bekostiging van haalbaarheidsonderzoeken inzake locaties waarvoor géén exploitatie- opzetten, dan wel specifieke financiële randkaders zijn vastgesteld, dient door de raad een apart krediet beschikbaar te worden gesteld.

1.c.1 Doorkijk gemeentelijke grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.c.1 Doorkijk gemeentelijke grondexploitaties

Onderstaand eerst een verloopoverzicht van de geprognosticeerde boekwaarden van de vastgestelde bestemmingsplannen die ultimo 2025 in exploitatie waren. Tevens is voor de betreffende plannen het te verwachten saldo en het vermoedelijke jaar van realisatie aangegeven. Daaronder een overzicht van de nog te maken / realiseren kosten en opbrengsten en van de tot en met boekjaar 2025 genomen winsten.  

Prognose boekwaarden
(bedragen * € 1.000)
01.01.2025 31.12.2025 31.12.2026 31.12.2027 31.12.2028   Totaal gerealiseerd / te verwachten saldo:
  nadelig batig realisatie in
Woningbouw                  
Actief                  
Karreweg fase 2 Sint Geertruid -112 65 0 - -   0 189 2026
Mheerderweg Noord Banholt 95 61 0 - -   0 96 2026
                   
Faciliterend                  
Heiligerweg -326 67 - - -   0 67 2025
                   
Totaal woningbouw -343 193 0 0 0   0 352  

Het meerjarig verloop in boekwaarden is gebaseerd op de feitelijk gerealiseerde boekwaarden per 31 december 2024 (onder aftrek van voorzieningen voor oninbare verliezen en tussentijdse winstnemingen), begrotingscijfers voor het boekjaar 2025 en de in de voorliggende meerjarenbegroting 2026-2029 geraamde gelden voor de aankoop van gronden, aanleg van infrastructurele voorzieningen, uitvoering van benodigde onderzoeken (bodem, archeologie, civieltechnisch onderzoek, etc.) en eventuele advieskosten.

Exploitatie
(bedragen x € 1.000)
Geraamde nog te maken kosten Geraamde nog te realiseren opbrengsten Winstneming tm dienstjaar Gerealiseerd / verwacht totaal saldo (batig)
Woningbouw        
Actief        
Karreweg fase 2 Sint Geertruid -50 0 173 189
Mheerderweg Noord Banholt -50 0 84 96
         
Faciliterend        
Heiligerweg Margraten 0 0 67 67
         
Totaal woningbouw -100 0 324 352

De winstnemingen t/m dienstjaar 2025 zijn conform BBV gebaseerd op de POC-methode:
a. Karreweg fase 2: totaal genomen winst € 172.620 waarvan € 98.600 in 2022, € 18.686 in 2024 en € 55.334 in 2025.
b. Mheerderweg: totaal genomen winst € 84.084 waarvan € 29.000 in 2022, € 5.600 in 2023, € 31.865 in 2024 en € 17.619 in 2025.
c. Heiligerweg: in 2025 genomen winst € 67.001 in 2025. 

In zijn algemeenheid dient vermeld te worden dat:

  • Indien de betreffende locaties (versneld) tussentijds in exploitatie worden genomen er significante wijzigingen in de boekwaarden op kunnen treden als gevolg van verkooptransacties, kosten verbonden aan uitvoering, en het rente-effect over de aanwezige boekwaardes.
  • Indien de betreffende locaties vertraagd in exploitatie worden genomen – c.q. als “warme grond” worden aangehouden – dienen de kapitaallasten over de boekwaarden van betreffende gronden ten laste van het begrotingssaldo en / of reserves gebracht te worden (in plaats van jaarlijkse bijschrijving op de aanwezige boekwaarden).
  • Indien de betreffende locaties naar verwachting niet meer (of slechts gedeeltelijk) in exploitatie worden genomen, dient op het moment van constatering ter grootte van de op dat moment aanwezige boekwaarde (gedeeltelijk) een voorziening te worden gevormd ten laste van het begrotingssaldo en / of reserves.

1.c.2 Doorkijk projecten

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.c.2 Doorkijk projecten

Actief grondbeleid

Sint Geertruid - Karreweg fase 2
Op 14 juli 2020 is de grondexploitatie vastgesteld voor het woningbouwplan Karreweg fase II in Sint Geertruid. Dit woningbouwplan voorziet in de bouw van 19 woningen bestaande uit 2 vrije bouwkavels, 4 levensloopbestendige woningen, 5 woningen in de sociale huursector en 8 starterswoningen. De 4 levensloopbestendige woningen en de 8 starterswoningen worden middels CPO gerealiseerd. In 2021 is het wijzigingsplan afgerond, het plan bouwrijp gemaakt en gestart met de uitgifte van de kavels. In 2022 zijn 16 kavels verkocht en in eigendom overgedragen. De 3 resterende kavels zijn gelegen binnen een straal van 50 meter van agrarische percelen waarop het gebruik van chemische gewasbestrijdingsmiddelen mogelijk is. Ten tijde van het vaststellen van het wijzigingsplan Karreweg Fase 2 is gebruikt gemaakt van een locatie specifiek onderzoek op basis van het EFSA-model. Nadat dit wijzigingsplan onherroepelijk is geworden, heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (in een casus van een andere gemeente) geoordeeld dat het EFSA-model te veel onzekerheden kent om als basis te dienen voor een locatie specifiek onderzoek. In 2024 is deze kwestie opgelost. In 2025 zijn de 3 resterende kavels verkocht. Afwerking van het plan vindt naar verwachting in 2026 plaats. 

Banholt – Mheerderweg Noord
Op 6 mei 2020 is de grondexploitatie vastgesteld voor het woningbouwplan Mheerderweg-Noord in Banholt. Dit woningbouwplan voorziet in de bouw van 19 woningen bestaande uit 3 vrije bouwkavels, 5 levensloopbestendige woningen, 5 woningen in de sociale huursector en 6 starterswoningen. De 5 levensloopbestendige woningen en de 6 starterswoningen zijn middels CPO in de markt gezet. In 2021 is het plan bouwrijp gemaakt en is gestart met de uitgifte van de kavels. In 2022 zijn 18 kavels verkocht en in eigendom overgedragen. In 2023 is de laatste kavel in eigendom overgedragen. Daarmee zijn alle kavels in het plan verkocht. Het moment van woonrijp maken van het plan is afhankelijk van de voortgang van de bebouwing.  Afwerking van het plan vindt naar verwachting eind 2026 plaats.

Actief grondbeleid In voorbereiding 

Sint Geertruid – Woningbouw Schoolstraat, Tiendstraat, Buitenend
Op 20 maart 2025 heeft een buurtparticipatiebijeenkomst plaatsgevonden en zijn mogelijke ontwikkelscenario's besproken. De bijeenkomst is door 43 personen bezocht en verslag is opgesteld. De scenario's zijn als basis gebruikt voor het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Hiervoor zijn eind 2025 diverse onderzoeken uitgevoerd en is op 17 december 2025 de ruimtelijke procedure gestart met de ter visie legging van het TAM-omgevingsplan voor beide locaties. De zienswijze periode loopt door tot in januari 2026 waarna de zienswijzen worden geïnventariseerd. Dit proces is nog onderhanden. Tevens is voor beide locaties een marktpartij op 4 december 2025 een intentieovereenkomst gesloten om tot realisatie van het woningbouwprogramma te komen. Publicatie hieromtrent vindt plaats na de vaststelling van het omgevingsplan. 

Parrestraat Oost-Maarland        
Op 08 april 2025 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten het TAM-omgevingsplan Oost-Maarland vastgesteld. Het plan omvat in totaal 13 grondgebonden woningen en 25 appartementen aan de Pastoor Rosierstraat in Oost-Maarland. Tegen het plan is beroep ingesteld bij de Raad van State. De datum van de hoorzitting is nog niet gepland. De verwachting is dat de uitspraak die daarop volgt niet voor medio 2026 te verwachten is. Onderzocht wordt nog in hoeverre het mogelijk is het proces te bespoedigen en zo snel mogelijk met de uitvoering te kunnen starten.

Mheer
Het project in Mheer bestaat uit twee onderdelen:
1.      De aanleg en aanpassing van de sportaccommodatie in Mheer.
2.      Grondexploitatie van de woningbouwontwikkeling op de locatie van de tennisvelden in Mheer.  

Op 30 september 2025 heeft de gemeenteraad besloten om de haalbaarheid van woningbouw op deze locatie verder te onderzoeken en uit te werken. De grondexploitatie voor de woningbouw lijkt in principe haalbaar maar het vereist eerst de vrijmaking van de locatie. Dit brengt aanzienlijke inspanningen en investeringen met zich mee, waarvoor op het moment nog geen financiële dekking is. Er zijn sinds 30 september enkele varianten onderzocht. In 2026 zal hiertussen een keuze moeten worden gemaakt. Op basis hiervan zal de ontwikkeling in Mheer verder worden uitgewerkt.

Faciliterend grondbeleid 

Margraten – Bloesemgaard (Heiligerweg) fase 2
Het wijzigingsplan Bloesemgaard fase 2, bestaande uit 40 woningen is eind 2025 onherroepelijk geworden.  De benodigde bouwvergunningen zijn inmiddels verleend en de bouw is in volle gang.  Na het onherroepelijk worden van het wijzigingsplan heeft de financiële eindafrekening van de voorgaande fase plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een finale winstneming van €67.001. 

Margraten - Bloesemgaard (Heiligerweg) fase 3
Inmiddels is een intentieovereenkomst afgesloten met ontwikkelaar BPD voor de volgende uitbreidingsfase van dit plan (ca. 300 woningen). Eind 2024 zijn op basis hiervan de eerste schetsontwerpen gemaakt. In 2025 is ingezet op participatie met de directe omgeving om te komen tot een houdbaar programma van eisen en wensen. Er bleken twee 'hobbels' te nemen voor de uitwerking. Dit betreft de keuze voor ontsluiting van de wijk, gecombineerd  met de wens van een (korte) randweg in Margraten én de betaalbaarheid van de sociale woningen in het plan. In 2026 wordt dit definitief omgezet in een stedenbouwkundig ontwerp en een anterieure overeenkomst met BPD. In deze anterieure overeenkomst zullen ook financiële afspraken worden gemaakt over de randweg en een eventuele onrendabele top sociale woningbouw. In 2026 worden ook de ruimtelijke onderzoeken en het opstellen van een omgevingsplan opgestart. 

Ursulinenklooster Eijsden
In 2024 is een ontwerp omgevingsplan opgesteld voor de realisatie van circa 40 woningen. Er zijn afspraken gemaakt met de ontwikkelaar over de voorwaarden voor deze ontwikkeling met betrekking tot het onderhoud van het monumentale gedeelte van het klooster. Tevens is er een voorlopig ontwerp opgesteld voor het nieuwbouw gedeelte waarin 30 woningen worden gerealiseerd.  In Q2 2025 is de anterieure overeenkomst getekend en het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd. In het najaar van 2025 is dit plan door de raad vastgesteld. In 2026 wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en wordt gestart met de verkoop van de woningen.  

Centrumplan Eijsden
De laatste werkzaamheden in het kader van dit bestemmingsplan zijn in 2025 afgerond waarna het plan financieel is afgesloten. In de periode 2023 t/m 2025 is in totaal een bedrag van € 258.760 als projectsaldo toegevoegd aan de algemene reserve / de reserve Gebiedsontwikkelingen.  

1.c.3 Financieel kader

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.c.3 Financieel kader

Onderstaand volgt nog een nadere toelichting op: 
-  Aanpassingen verslaggevings- en waarderingssystematiek.
-  Prijsbeleid, indexatie en inflatie.

De financiële voortgang en forecast per afzonderlijke exploitatie is reeds onder “doorkijk gemeentelijke grondexploitaties” beschreven. Voorts is aldaar een doorkijk opgenomen ten aanzien van te verwachten plansaldi. Voor de thans in ontwikkeling zijnde plannen zijn exploitatieopzetten dan wel specifieke financiële randkaders door de raad vastgesteld.

Aanpassingen verslaggevings- en waarderingssystematiek
De commissie BBV heeft de afbakening, definiëring en verslaggevings- en waarderingsregels rondom grondexploitaties kritisch onder de loep genomen. De reden hiervoor is een aantal ontwikkelingen op het gebied van grondexploitaties. Namelijk: de afboekingen van gemeenten op grondposities in de afgelopen jaren, de aanbevelingen uit het rapport Vernieuwing BBV over transparantie en vergelijkbaarheid, en de aankomende Omgevingswet. De afbakening is ook onvermijdelijk in het kader van de vennootschapsbelastingplicht voor gemeenten (Vpb). Het kan namelijk helpen in de fiscale discussie over de afbakening van de ondernemersactiviteit en de toe te rekenen kosten en opbrengsten.

De commissie BBV heeft een aantal voorstellen uitgewerkt die hebben geleid tot wijzigingen in het BBV en de uitwerking hiervan. Bij opstelling van onderhavige begroting is rekening gehouden met betreffende (technische) wijzigingen. De financiële impact van de vennootschapsbelastingplicht is samen met fiscaal adviseurs opgepakt. De gevolgen hiervan worden meegenomen in de begroting. Uitgangspunt is het creëren van een zo laag mogelijke Vennootschapsbelasting-druk voor de gemeente.

Prijsbeleid, indexatie en inflatie
Voor de eigen gemeentelijke exploitaties wordt een uniform prijsbeleid voorgestaan. Eventuele tekorten binnen de exploitatie van een specifiek bestemmingsplan of uitbreidingslocatie worden in principe, middels de hiertoe gevormde reserves, gedekt uit exploitatie-overschotten binnen andere locaties.

Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Grondexploitatiewet. De Omgevingswet biedt een nieuw, geïntegreerd kader voor het verhalen van kosten bij gebiedsontwikkeling. Omdat de Nota Grondbeleid 2012 ( en de daarin opgenomen uniforme uitgifteprijsmethodiek) nog steeds van kracht is, wordt het beleid geacht te zijn vertaald naar de nieuwe wetgeving.  Dit betekent dat voor de reeds in uitgifte zijnde gemeentelijke bouwkavels wordt vastgehouden aan de reeds geldende vaste ( uniforme) grondprijs, waarbij jaarlijks wordt bezien in hoeverre tot indexering wordt overgegaan. Voor eventuele toekomstige exploitaties waarbij sprake is van een actief grondbeleid biedt de Nota de mogelijkheid om te differentiëren binnen bandbreedtes.

Gezien stijgende kosten (bouw, inflatie etc) enerzijds en het toch mogelijk maken van bouwontwikkelingen voor starters en huurwoningen anderzijds stellen we voor om rondom het grondbeleid uit te gaan van kostendekkende grondprijzen met een differentiatie naar te realiseren woningbouwsegmenten, meer specifiek voor starters en het huursegment. Bij nieuwe nog vast te stellen grondexploitaties zal dit als uitgangspunt gehanteerd worden. 

In zijn algemeenheid dient daarnaast vermeld te worden dat vooralsnog ervan wordt uitgegaan dat alle op dit moment lopende en voorgenomen gemeentelijke exploitaties gecontinueerd worden binnen de door de raad vastgestelde maximale bandbreedtes en hieruit voortvloeiende financiële en planologische randkaders.

Conclusie bouwgrondexploitatie
Uit bovenstaand verslag blijkt dat de bouwgrondexploitatie op een financieel verantwoorde, in het licht van de huidige economische situatie, realistische en gedegen wijze wordt uitgevoerd.

1.d Een onderbouwing van de geraamde winstneming

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.d Een onderbouwing van de geraamde winstneming

Methodiek winst- en verliesneming

Conform hiertoe geldende aanbevelingen en richtlijnen (Commissie BBV) wordt ten aanzien van winstneming de zogenaamde “POC”-methode gevolgd, wat inhoudt dat winstneming jaarlijks tussentijds genomen wordt.  Zie ook toelichting onder de tabellen bij 1c1. Met ingang van 2025 worden gerealiseerde winsten gestort in de egalisatiereserve Gebiedsontwikkelingen (voorheen in de algemene reserve), conform het raadsbesluit bij de jaarrekening 2024. Deze reserve dient ook als dekking voor het instellen van voorzieningen bij eventuele tekorten op bestemmingsplannen, zie ook 1e hieronder.

1.e De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 1.e De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken

Op het moment dat een exploitatietekort wordt verwacht, wordt op grond van het voorzichtigheidsprincipe, het vermoedelijke tekort ten laste van de reserve Gebiedsontwikkelingen dan wel de algemene reserve in een voorziening gestort. Hierna vindt afwaardering van de boekwaarde van individuele exploitaties plaats ten laste van genoemde voorziening.

2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten

Terug naar navigatie - Paragraaf 7: Grondbeleid - 2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten

In het Bestuursakkoord is bij prioritair thema 4, wonen en leefomgeving het volgende opgenomen:
- Een Taskforce Wonen instellen. Uw raad is inmiddels bij brief d.d. 15 september over het instellen van deze Taskforce geïnformeerd. 
- Voor 1 juli 2023 een integraal woningbouwplan aan de raad voorleggen. 
- Op basis van het integraal woningbouwplan voor 1 januari 2025 vastgestelde omgevingsplannen aan de raad voorleggen.
 
Conform afspraak wordt de raad via een raadsinformatiebrief periodiek geïnformeerd over de voortgang en realisatie van de woningbouwplannen binnen Eijsden-Margraten. In het eerste kwartaal van het jaar wordt de gerealiseerde woningbouw versus opgave per kern inzichtelijk gemaakt. 
 
Op 20 februari 2024 heeft de raad de navolgende 9 richtinggevende kaders voor onze woningbouwopgave t/m 2030 (geamendeerd) vastgesteld: 
1.    Blijkens het in 2022 afgeronde woonbehoefteonderzoek en de vastgestelde Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 2024-2030 worden circa 1.000 woningen gerealiseerd om invulling te geven aan de woningbouwopgave Eijsden-Margraten t/m 2030.
2.    Circa 326 van het onder beslispunt 1 genoemde aantal woningen  worden gebouwd om invulling te geven aan de lokale woonbehoefte van alle kernen en deze opgave met name wordt ingevuld door marktpartijen en particulieren. 
3.    De resterende opgave van circa 675 woningen met name bestaat uit sociale en midden huur voor zorgvragers en bijzondere doelgroepen.
4.    Met name gestuurd wordt op de realisatie van zorgwoningen in de kernen Eijsden, Margraten, Cadier en Keer en Gronsveld vanwege de aanwezigheid van noodzakelijke voorzieningen en als de marktpartijen dit oppakken, de realisatie van zorgwoningen in de overige kernen gefaciliteerd wordt. 
5.    Dat vanwege de financiële haalbaarheid en aanwezigheid van noodzakelijke voorzieningen, sociale woningbouw en betaalbare koop voor een belangrijk deel in de kernen Eijsden en Margraten worden gerealiseerd, maar ook alle mogelijkheden in de overige kernen onderzocht zullen worden om tegemoet te komen aan de vraag naar sociale en betaalbare woningen in met name de kleine kernen. 
6.    In Eijsden, voor de onder beslispunten 4 en 5 genoemde opgave, gestart wordt met de voorbereidingen van de planontwikkeling voor het gebied Rijksweg-Hutweg-Boomkensstraat. Daarnaast de haalbaarheid van de verplaatsing van de sportvelden en het zwembad naar de Groenstraat en de realisatie van woningbouw op de aldaar her te bestemmen sportaccommodaties, nader wordt onderzocht.
7.    In Margraten, afhankelijk van de medewerking van derden grondeigenaren, gestart wordt met de voorbereidingen van de planontwikkeling voor de locaties Bloesemgaard Fase 3 of de Koningswinkel, om invulling te geven aan de opgave genoemd onder de beslispunten  4 en 5. 
8.    In de plangebieden zoals onder de beslispunten 6 en 7 bedoeld, zowel in Eijsden als in Margraten een locatie van maximaal vijf woonwagenstandplaatsen onderdeel uitmaakt van de planvorming.
9.    Bij de woningrealisatie wordt aandacht geschonken aan fasering van woningrealisatie in het kader van het behoud van de groene ruimte bij veranderende behoeften (o.a. nultreden woningen). Bij voorkeur worden woningen gerealiseerd door gebruik van leegstaande (bedrijfs-)panden, woningsplitsing, inbreiding, kangoeroewoningen, tijdelijke woonvormen (tiny houses). De gemeente faciliteert dit maximaal en informeert de raad hoe zij dit doen.

Op basis van deze geamendeerde besluitvorming wordt ingezet op woningbouw in alle kernen, de ontwikkeling van grotere woningbouwlocaties in de kernen Eijsden en Margraten en waar mogelijk/haalbaar ‘een straatje erbij’ in de kleinere kernen. Op basis van deze (geamendeerde) kaderstelling wordt de opgave opgepakt, wordt de raad periodiek over de stand van zaken geïnformeerd en worden voorstellen aan de raad voorgelegd als besluitvorming dat vereist. Hierbij kan gedacht worden  aan (een standpunt nemen over) grondverwerving, de vaststelling van omgevingsplannen en de hierin opgenomen woningbouwprogramma’s.

 

 3. Richtlijn Strategische grondaankopen Gemeente Eijsden-Margraten 2024
In 2025 was een budget van € 1.000.000 beschikbaar voor grondaankopen. In 2025 zijn geen aankopen gedaan ten laste van dit budget.

 

4. Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024
In de begrotingen 2025 tot en met 2027 is een investeringsbudget van in totaal € 6.000.000 opgenomen voor de verwerving van strategische gronden en/of opstallen binnen gebieden waarvoor (het opstellen van) een Gebiedsvisie en vervolgens een gebiedsontwikkeling is gestart. Deze bedragen zijn opgenomen om snel, adequaat en strategisch te kunnen handelen op het moment dat panden en/of gronden te koop aangeboden worden binnen deze gebieden. 

In 2025 is in dit kader in de Gebiedsontwikkeling Poort van het Heuvelland de zgn. Pelikaanhal in Cadier en Keer aangekocht.  Dit pand is aangekocht tegen een prijs van € 892.000.  De Gebiedsontwikkeling Poort van het Heuvelland is opgenomen in de Regiodeal 4e tranche. Vanuit deze Regiodeal is 50 % cofinanciering voorhanden, waardoor € 446.000 ten laste van dit investeringsbudget komt. 

 

5. Richtlijn verwerving gronden voor woningbouw 2024
In de begroting 2025 tot en met 2027 is jaarlijks een investeringsbudget van € 2.000.000 opgenomen voor de verwerving van gronden voor woningbouw. 

In februari 2025 is op een groot aantal percelen het voorkeursrecht gevestigd. Dit houdt in dat deze percelen bij verkoop als eerste te koop aangeboden moeten worden aan de gemeente. In dit kader zijn er in 2025 een  tweetal percelen in Panneslager aangekocht en 1 perceel in Bloesemgaard fase 3.  De totale kosten hiervan bedroegen € 146.527 en zijn gedekt uit dit investeringsbudget. 

Paragraaf 8: Openbaarheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 8: Openbaarheid - Inleiding

In artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) staat dat bestuursorganen in hun jaarlijkse begroting aandacht moeten besteden aan hun plannen voor de uitvoering van deze wet. In de jaarlijkse verantwoording moeten zij vervolgens rapporteren over wat er van deze plannen is uitgevoerd. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe de gemeente Eijsden-Margraten hier invulling aan geeft.

De Woo heeft als doel het openbaar bestuur transparanter te maken. Overheidsinformatie is in principe openbaar, zodat inwoners, bedrijven en instellingen beter kunnen zien hoe de gemeente werkt en besluiten neemt. De gemeente Eijsden-Margraten maakt hierbij onderscheid tussen twee vormen van openbaarmaking: passieve openbaarmaking (informatie verstrekken op verzoek) en actieve openbaarmaking (informatie uit eigen beweging publiceren). Daarbij geldt het uitgangspunt: “open, tenzij”.

8.3 Informatiehuishouding en digitale toegankelijkheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 8: Openbaarheid - 8.3 Informatiehuishouding en digitale toegankelijkheid
In 2025 hebben we gewerkt aan het verbeteren van de vindbaarheid en toegankelijkheid van gemeentelijke informatie. De focus lag op het versterken van informatiebeheer en archivering, maar ook op het uitvoeren van kwaliteitscontroles. We zijn gestart met het toepassen van maatregelen om de website beter toegankelijk te maken volgens de geldende normen en gaan dit ook in 2026 continueren. Daarnaast hebben we gerichte kwaliteitscontroles uitgevoerd op documenten en archiefdossiers om de juistheid en volledigheid te borgen. Waar onjuistheden werden gevonden, zijn correcties direct doorgevoerd en is de broninformatie bijgewerkt.

 

Paragraaf 9: Overige gegevens