Paragrafen

Paragraaf 1: Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De lokale heffingen vormen na de algemene uitkering de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Deze heffingen kunnen worden gesplitst in:

  • heffingen die dienen als algemeen dekkingsmiddel van de gemeentelijke uitgaven;
  • heffingen waartegenover een aanwijsbare prestatie staat die door de gemeente ten dienste van de inwoner wordt uitgevoerd.

Alle heffingen zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde verordeningen, met de daarbij behorende tarieventabellen. Met betrekking tot het tarievenbeleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • De gemeentelijke belastingen stijgen niet hoger dan de inflatie.
  • Een kostendekkende afvalstoffenheffing en rioolheffing.
  • We gaan uit van het profijtbeginsel: diegene die van een gemeentelijke dienst of voorziening gebruik maakt, betaalt voor de daarmee gemoeide kosten.
  • Over de hoogte van het tarief van de toeristenbelasting vindt zoveel als mogelijk afstemming plaats met de Lijn 50 gemeenten.

Onderstaand treft u een overzicht aan van de heffingen die door onze gemeente worden opgelegd en de bijbehorende opbrengsten.

Onroerendezaakbelasting (OZB)

Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelasting (OZB)

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belastingen dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan
geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
De OZB wordt geheven van:
• de eigenaren van alle woningen en
• de eigenaren en gebruikers van alle bedrijfspanden, overige gebouwen en bouwgrond binnen de gemeentegrenzen.

Grondslag van de heffing
De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde (waarde volgens de Wet Onroerende Zaken). De tarieven voor de Ozb zijn mede afhankelijk van de op grond van de WOZ getaxeerde waarden.

Tarieven
Voor de Ozb worden verschillende tarieven gehanteerd voor woningen en niet-woningen. De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

* het tarief zal in de decemberraad op basis van de nieuwe taxaties worden vastgesteld.

Bij het vaststellen van de tarieven zal rekening worden gehouden met een opbrengststijging van 12,2% en de inflatiecorrectie in voorgaande jaren 2022-2024 van 9,5% en vanaf 2025 2,7% .

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Rioolheffing

Doel van de belasting/heffing
De opbrengsten van deze belasting worden specifiek benut ter dekking van de uitgaven voor het in standhouden van de riolering.

Wie is belastingplichtig?
Belastingplichtig zijn:
a) de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering (eigenarendeel) en
b) de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd (gebruikersdeel), zie ook grondslag van de heffing.

Grondslag van de heffing
Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en het gebruikersdeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor zover het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd uitgaat boven 300 m³.

Tarieven
Uitgangspunt bij de bepaling van de tariefstelling is kostendekkendheid. Om schommelingen in de tariefstelling te voorkomen is een voorziening ingesteld.

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

Doel van de belasting/heffing
De opbrengsten van deze belasting worden specifiek benut ter dekking van de uitgaven voor het verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.

Wie is belastingplichtig?
De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis.

Grondslag van de heffing
Voor de afvalstoffenheffing gelden twee grondslagen.
Op de eerste plaats wordt er een vastrecht gehanteerd.
Daarnaast is er een prijs per kilo aangeboden afval.

Tarieven
Uitgangspunt bij de bepaling van de tariefstelling is kostendekkendheid. Om schommelingen in de tariefstelling te voorkomen is een voorziening ingesteld.

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Toeristenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Daarnaast wordt een deel van de opbrengst aangewend voor de revitalisering van het (water)toerisme en de recreatie in onze gemeente.

Wie is belastingplichtig?
Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente zonder in het bevolkingsregister van de gemeente te zijn opgenomen.

Grondslag van de heffing
Op grond van de verordening is per persoon per overnachting een bedrag verschuldigd.

Tarieven
In de tariefstelling is een differentiatie aangebracht. De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

€ 0,30 per overnachting zal worden ingezet t.b.v. landschapsfonds/natuurontwikkeling.

Hondenbelasting

Terug naar navigatie - Hondenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
Deze belasting wordt geheven van de binnen de gemeentegrenzen wonende houder van één of meerdere honden.

Grondslag van de heffing
De heffing heeft een fiscaal karakter en is gebaseerd op het aantal honden dat door een belastingplichtige wordt gehouden.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Overige informatie
De aanslag hondenbelasting wordt tegelijkertijd met de onroerende zaakbelastingen en rioolheffing opgelegd.

Voorgesteld wordt het tarief voor 2025 te verhogen met 2,7 % zijnde het inflatiecijfer conform de meicirculaire. 

Forensenbelasting

Terug naar navigatie - Forensenbelasting

Doel van de belasting/heffing
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.

Wie is belastingplichtig?
Deze belasting wordt geheven van personen die niet binnen onze gemeente wonen, maar wel een gemeubileerde woning voor zichzelf of hun gezin ter beschikking houden gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar.

Grondslag van de heffing
Als maatstaf voor de heffing geldt de waarde van de onroerende zaak zoals deze op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken is vastgesteld.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Overige informatie
De aanslag forensenbelasting wordt achteraf per jaar opgelegd.

Voorgesteld wordt het tarief voor 2025 te verhogen met 2,7 % zijnde het inflatiecijfer conform de meicirculaire. 

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Doel van de belasting/heffing
De gemeente brengt leges (rechten) in rekening als vergoeding voor diensten die zij verricht. De diensten waarvoor leges moeten worden betaald staan in de tarieventabel die bij de verordening op de heffing en de invordering van  leges Eijsden-Margraten 2024 hoort. Tarieven 2025 worden in de raadsvergadering van december vastgesteld.

Wie is belastingplichtig?
De belastingplicht geldt voor diegene die de dienst heeft aangevraagd, of voor diegene voor wie de dienst wordt verleend.

Grondslag van de heffing
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Tarieven
De tarieven zijn opgenomen in de bijlage, de tarieventabel van de verordening op de heffing en de invordering van  leges Eijsden-Margraten 2024.

Voorgesteld wordt voor 2025 de tarieven te verhogen met 2,7% zijnde het inflatiepercentage conform de meicirculaire.

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale lastendruk

Hieronder is de gecombineerde aanslag voor 2025 voor een gezin met 2 kinderen in een woning met een WOZ waarde van € 425.000 en bij een afvalaanbod van 170 kg restafval en 20 ledigingen .

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

Wij hanteren de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets worden de kosten van bestaan conform de bijstandsnorm voor 100% meegenomen. Kwijtschelding kan alleen worden verleend voor het vastrecht gedeelte van een aanslag afvalstoffenheffing.

Beleidslijnen van termijnen en invordering

Terug naar navigatie - Beleidslijnen van termijnen en invordering

Met ingang van 2015 zijn de heffingen en invorderingen van belastingen overgedragen aan de BsGW. De heffing en invordering verloopt dan ook via de BsGW. De termijnen van heffing zijn vastgesteld in de betreffende belastingverordeningen.

Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - Kaderstellende documenten

Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Met de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing doet de gemeente verslag van de risico's die zij mogelijk loopt bij de uitvoering van de beleidsdoelstelling of  die zij heeft opgelopen tijdens de beleidsbepaling in voorgaande jaren en die financieel niet zijn afgedekt. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten schrijft voor dat de paragraaf over het weerstandsvermogen en risicobeheersing ten minste de volgende onderdelen bevat:

  1. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's
  2. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
  3. een inventarisatie van de risico's
  4. een overzicht van de kengetallen
  5. een geprognosticeerde balans

1. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

Terug naar navigatie - 1. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's

In  september 2013 heeft uw gemeenteraad de 'beleidsnota voor risicomanagement en weerstandsvermogen' vastgesteld, waarin het gemeentelijk beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s is beschreven. Het wettelijk kader voor deze beleidsnota ligt besloten in het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe sterk wij als gemeente zijn om risico's met financiële gevolgen op te vangen, zonder dat wij ons beleid hoeven te wijzigen. Door aandacht te hebben voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller ons dwingt tot bezuinigen. De berekening van het weerstandsvermogen is als volgt:

Beschikbare weerstandscapaciteit

Het BBV omschrijft de (beschikbare) weerstandscapaciteit als zijnde 'de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken'. Dit wil zeggen hoeveel vrij besteedbare middelen de gemeente achter de hand heeft om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Daarbij is belangrijk dat de financiële tegenvallers geen invloed hebben op het uitvoeren van de begroting en bestaand beleid. 

Bij de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit staat voor het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de taken op het gewenste niveau. Hiertoe kunnen in zijn algemeenheid de reserves worden gerekend. Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Tot de structurele weerstandscapaciteit behoren de onbenutte belastingcapaciteit en de structurele ruimte in de begroting. Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit betrekt de gemeente:

Benodigde weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie van alle mogelijke risico's in relatie tot de in de beleidsnota vastgestelde kans-, gevolg- en tolerantiematrix.  Afhankelijk van de behaalde risicoscore in de tolerantiematrix wordt vervolgens met een percentage het financieel risico dat de gemeente mogelijk loopt bepaald:

Afhankelijk van kans, impact, aard van het risico, urgentie, organisatie(cultuur), draagvlak en de beschikbare middelen wordt afgewogen of en welke soorten beheersmaatregelen per risico genomen moeten worden.  En zo ja, met welke urgentie. Er zijn verschillende strategieën waarop kan worden omgegaan met risico's. De verschillende opties sluiten elkaar niet altijd uit en niet alle opties zijn geschikt voor elke situatie.  Wij hanteren hierin de volgende strategieën:

  1. reduceren: acties inzetten die het risico terugbrengen tot een acceptabel niveau,
  2. vermijden: de activiteit waar een risico door ontstaat wordt beëindigd, op een andere manier vorm gegeven of dat voorgenomen beleid wordt vanwege de risico's niet uitgevoerd, ook werkprocessen zijn zodanig ingericht dat op die manier risico's worden vermeden,
  3. overdragen: de activiteiten die door het risico geraakt worden, worden (deels) uitbesteed aan een derde partij die daarbij ook het risico overneemt, 
  4. accepteren: als een risico niet wordt vermeden, verhinderd of overgedragen, dan wordt het risico geaccepteerd en moet eventuele schade via de weerstandscapaciteit worden afgedekt. 

Op grond van deze risicoanalyse wordt tot slot bepaald hoeveel middelen gereserveerd moeten worden ter afdekking van deze risico's: de benodigde weerstandscapaciteit. 

Beoordeling weerstandsvermogen

Door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) is een beoordelingstabel weerstandsvermogen opgesteld. Hierin kan de betekenis van de berekende ratio worden afgelezen:

Cijfer A (uitstekend) is het hoogste cijfer. De gemeente is uitstekend in staat om zelf de geïdentificeerde risico’s op te vangen. Cijfer F (ruim onvoldoende) is het laagste cijfer. Als één of meerdere risico’s zich voordoen, komt de continuïteit van de gemeente in gevaar.

2. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Algemene reserve

De algemene reserve zijn alle reserves niet zijnde bestemmingsreserves, die zijn bedoeld als buffer (weerstandscapaciteit) voor het opvangen van financiële tegenvallers. Meerjarig vertoont de algemene reserve het volgende beeld:

Bestemmingsreserves

Een bestemmingsreserve is een afgezonderd vermogensbestanddeel waaraan uw gemeenteraad een specifieke bestemming voor bepaalde doeleinden heeft gegeven. Dit betekent dat een groot gedeelte van de bestemmingsreserve niet zondermeer vrij inzetbaar is. Uiteraard kunt u een bestemming c.q. het te bereiken doel door de inzet van een reserve altijd wijzigen. Meerjarig vertonen de bestemmingsreserves het volgende beeld:


Stille reserves

Van een stille reserve is pas sprake als de directe opbrengstwaarde van de materiële vaste activa hoger is dan de boekwaarde en als het activum niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening is verbonden. In de praktijk zal dit alleen voordoen bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De meeste gemeentelijke eigendommen zoals schoolgebouwen, sportvelden, dorpshuizen, gemeentehuis, brandweerkazernes en gemeentelijke werkplaatsen (werf, milieu straat) worden ingezet voor de uitoefening van gemeentelijke taken en zijn duurzaam verbonden aan de bedrijfsuitoefening. Omdat de omvang van de stille reserves lastig te kwantificeren is, wordt dit niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit.

Post onvoorziene uitgaven

In de programmabegroting is een post onvoorzien ad € 25.000 opgenomen. Deze buffer kan ingezet worden om incidentele tegenvallers in het lopende begrotingsjaar op te vangen. Dit is volgens de regelgeving van het BBV. Vanwege het incidentele karakter van deze tegenvallers heeft dit geen structurele gevolgen voor de begroting van een volgend jaar.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat de gemeente aan extra belastinginkomsten kan genereren binnen de hiervoor geldende wet- en regelgeving. Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt gebruik gemaakt van de normen die gelden voor het zogenoemde artikel-12 beleid. Hierbij wordt gekeken naar de maximale eigen opbrengsten uit OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor rioolheffing en afvalstoffenheffing geldt dat er gestreefd wordt naar 100% kostendekkende tarieven. Vandaar dat deze bij het bepalen van de onbenutte belastingcapaciteit buiten beschouwing worden gelaten. Of de OZB-tarieven kunnen stijgen ten opzichte van de artikel-12 norm wordt jaarlijks berekend. Bij de berekening wordt uitgegaan van de artikel-12 norm uit de meest recente circulaire van het Rijk. Het rekentarief voor eigenaren van woningen bedraagt 0,1595% (bron: meicirculaire gemeentefonds 2024). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt derhalve voor het jaar 2025 € 1.418.711

3. Inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - 3. Inventarisatie van de risico's

Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor kunnen immers verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd. Risico’s die in het kader van de weerstandsvermogen wel relevant zijn kunnen – volgens het BBV – onderverdeeld worden in:

  1. Financiële risico’s;
  2. Risico’s op eigendommen;
  3. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie.

A. Financiële risico's

Terug naar navigatie - A. Financiële risico's

Structurele risico’s zijn financieel vertaald en in de meerjarenbegroting verwerkt. Ons weerstandsvermogen is ten opzichte van eerdere begrotingen afgenomen  maar is nog steeds gezond te noemen. Door de stagnerende economie en door de val van het kabinet  zullen de risico’s voor de gemeente sterk toenemen. De rijksoverheid is niet langer de voorspelbare partner. Wet- en regelgeving veranderen in een hoog tempo, taken worden naar de gemeente verlegd zonder dat duidelijkheid bestaat over de beleidsvrijheid en de financiële gevolgen c.q. dekking ervan voor ons.
De VNG is inmiddels een discussie opgestart m.b.t. taken versus mensen en middelen waarbij de stelling is dat de gemeente over onvoldoende middelen beschikken om de taken uit te voeren.

Garantieverplichtingen; gemeente staat borg voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening

Onder een garantieverplichting wordt verstaan het borg staan door de gemeente voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening. Door de borgstelling door de gemeente kan de stichting of vereniging gunstigere voorwaarden bedingen. Per 1 januari 2024 staan we garant voor:

  • Woonpunt: een 7-jarige geldlening ter grootte van € 17.000.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt geheel plaats aan het einde  van de looptijd in 2028. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
  • Woonpunt: een 49-jarige bulletlening ter grootte van € 9.500.000 aan Woonpunt bestemd voor de financiering van woongelegenheden. Aflossing vindt plaats aan het einde van de looptijd op 3 juli 2076. Voor de onderliggende woongelegenheden geldt dat ze volledig eigendom zijn van Woonpunt en dat de gemeente het eerste recht van hypotheek gevestigd heeft.
  • Oos Heim : een resterende garantstelling van € 190.750 inzake een uitgegeven obligatielening van 1.000 obligaties met een nominale waarde van € 250 per stuk. Per 1-6-2016 zijn alle obligaties uitgeven.  De gemeente heeft als onderpand een hypothecair  recht op de opstallen (gemeenschapshuis) verkregen ad € 250.000.
  • Eind jaren 80 zijn de risico’s van hypothecaire geldleningen met gemeentegarantie ondergebracht bij het Waarborgfonds Sociale woningbouw (WSW) tegen een eenmalige betaling. Per 1 januari 2024 staan we garant voor € 519.291.

Langlopende leningen; gemeente verstrekt lening aan een derde partij, die handelt uit hoofde van een publieke taak

  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente een lening verstrekt aan de Koninklijke Oude Harmonie te Eijsden ad. € 185.000. De lening bedraagt per 1-1-2024 € 157.764. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De executiewaarde na verbouwing is € 365.000.
  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2018 een lening van € 400.000 verstrekt aan het Cultureel Centrum te Eijsden. De lening bedraagt per 1-1-2024 € 352.222. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. De marktwaarde bedraagt € 629.000 en de executiewaarde van de marktwaarde bedraagt € 440.300.
  • In het kader van de publieke taak heeft de gemeente in 2017 een lening ad € 208.600 verstrekt aan het Dorpshuis te Mheer. De lening bedraagt per 1-1-2024 € 163.983. Als onderpand is het recht van eerste hypotheek gevestigd op het pand. Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde in verhuurde staat € 298.000. De executiewaarde  is 70%, zijnde € 208.600.
  • Lening Stichting Sociaal Centrum Eijsden: In 2019 is een lening van € 433.300 verstrekt in het kader van de publieke taak aan de Stichting Sociaal Centrum Eijsden. De gemeente heeft  als onderpand het pand gelegen aan de Prins Hendrikstraat 21 te Eijsden. Per 1-1-2024 bedraagt het openstaande saldo van deze lening € 367.401.
  • Lening Stichting Gemeenschapshuis Cadier & Keer: In 2021 is een lening van € 250.000 verstrekt in het kader van de publieke taak aan de Stichting Gemeenschapshuis Cadier & Keer. De gemeente heeft  als onderpand het pand gelegen aan de Limburgerstraat 78 te Cadier en Keer.  Conform het taxatierapport bedraagt de marktwaarde € 620.000. De executiewaarde  is 70%, zijnde € 434.000. Per 1-1-2024 bedraagt het openstaande saldo van deze lening € 250.000.
  • Lening Enexis: in het kader van de publieke taak is per 30 november 2020 een lening van € 1.871.465 verstrekt aan Enexis. De lening dient ter financiering van extra investeringen in het kader van de verduurzaming van de energievoorziening. De lening is in de vorm van een converteerbare hybride aandeelhouderslening op verzoek van Enexis aan de aandeelhouders. De aflossing van de lening kan eenzijdig door Enexis plaatsvinden, voor het eerst na 10 jaar (per 30-11-2030) en vervolgens jaarlijks.

Algemene uitkering

De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. Bij het gemeentefonds is de normeringsystematiek van toepassing. Dit betekent dat de groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de gecorrigeerde netto rijksuitgaven. Dalen de rijksuitgaven dan daalt ook het volume van de gemeentefondsuitkering en andersom. Aangezien de definitieve vaststelling van de netto rijksuitgaven achteraf plaatsvindt, bestaat de mogelijkheid dat een gedeeltelijke verrekening van de algemene uitkering, in zowel positieve als negatieve zin, kan plaatsvinden. 

Sociaal Domein

Het sociaal domein blijft een prioriteit voor onze gemeente, waarbij we ons inzetten voor de welzijnsbehoeften van onze inwoners en het creëren van een inclusieve samenleving. Inmiddels zijn we ruim 9 jaar verantwoordelijk voor de Jeugdwet, nieuwe taken binnen de Wmo en de Participatiewet. De uitdagingen zijn echter onveranderd groot en worden nog steeds groter. We constateren een groei van een aantal groeiende maatschappelijke opgaves zoals bijvoorbeeld de vergrijzing, toenemende jeugdproblematiek, etc. Daarnaast worden we ook geconfronteerd met de gevolgen van de Covid-pandemie en de onzekerheid die dit brengt naar de toekomst toe. Ook wordt de uitdaging om aan de gestelde taakstelling om statushouders op te nemen in de gemeente en te huisvesten te voldoen steeds groter. De reden hiervoor is het gebrek aan geschikte woningen in onze gemeente.

Het grootste (financiële) risico blijft dat de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning leidt tot overschrijding van het budget. Met name t.a.v. de Jeugdwet kunnen naast het Sociaal Team, ook huis- en jeugdartsen, rechters en gecertificeerde instellingen zoals Bureau Jeugdzorg, zorg toekennen. De gemeente is verplicht om de toegekende zorg te betalen.

De regelingen binnen het Sociaal Domein zijn open einde regelingen. Naast het risico dat er een groter beroep op de regeling wordt gedaan, is de beheersbaarheid moeilijk. Dit omdat de financiële verplichtingen niet zijn beperkt tot een vast budget of een einddatum. In plaats daarvan kunnen de kosten van de regeling blijven toenemen naarmate de vraag toeneemt, en dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de financiële stabiliteit en duurzaamheid van de organisatie.

Daarnaast vloeit nog een financieel risico voort uit de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda Jeugd is opgelegd vanuit een samenwerking tussen het Rijk en de VNG naar aanleiding van bestuurlijke afspraken en heeft 2 doelen. Deze zijn nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld: Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is en een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Uit deze doelen is een taakstelling naar voren gekomen samen met extra middelen voor de gemeenten. Aangezien deze nog niet definitief zijn vastgesteld kan hier nog een bijstelling op plaatsvinden, zowel negatief als positief. De verwachte extra inkomsten zijn wel reeds opgenomen in de begroting cf de instructies van Rijk en Provincie. 

Met ingang van 2023 is er een nieuwe inkoopsystematiek binnen Jeugd geïntroduceerd.  Een deel van deze nieuwe systematiek wordt nog op regio niveau door ontwikkeld in de komende jaren. Dit zorgt ervoor dat het moeilijker is om een inschatting te maken van de kosten.

Om de risico’s in beeld te brengen en te volgen is voor alle 3 domeinen een maandelijkse monitoring opgezet. In deze maandelijkse monitoring worden de hierboven geschetste ontwikkelingen nauwlettend in de gaten gehouden. In de begroting is de meest realistische inschatting van de uitgaven aan Participatie, Wmo en Jeugdzorg verwerkt. De situatie en met name de ontwikkeling van de kosten wordt steeds beter gemonitord onder andere door middel van ontwikkelde dashboards, die naast inzicht in de financiën ook informatie verschaffen over inhoudelijke kwesties zoals aantallen, gemiddeld verbruik per cliënt, regievoering, etc. 

Sociale werkvoorziening

De Rijkssubsidie voor de Sociale Werkvoorziening loopt jaarlijks terug mede hierdoor kent MTB (waar de sociale werkvoorziening van onze gemeente is ondergebracht) een verlies. De gemeente Eijsden-Margraten heeft jaarlijks op basis van haar aandelen belang een aandeel van 11% in het tekort van de MTB. Op basis hiervan is een aanvullende bijdrage aan MTB opgenomen in de begroting van afgerond € 450.000.
De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de re-integratieketen van Maastricht-Heuvelland naar aanleiding van de positie van MTB. Dit heeft geleid tot het KplusV rapport. Op basis van dit rapport hebben de gemeenten gekozen om een business case uit te werken voor de fusie van de organisaties (MTB, Annex en Podium24). Dit traject loopt nog waardoor eventuele uitkomsten meerjarig nog niet in de begroting zijn verwerkt. 

Jeugd

In verband met de financiële problemen bij XONAR hebben de gemeenten in de jeugdregio Zuid Limburg in 2023 gezamenlijk € 8 mln. financiële steun (EM 90K) toegezegd voor het herstelplan. In het herstelplan geeft XONAR aan dat het voor echt duurzaam herstel noodzakelijk is dat een fusiepartner gevonden wordt. Intussen zijn twee voorgenomen fusies mislukt. Het is niet realistisch om te verwachten dat er nog een derde mogelijkheid komt. Daardoor zal een nieuwe afweging moeten worden gemaakt over de toekomst van XONAR. Voor de komende periode voorzien wij geen acute problemen. Als echter vastgesteld wordt dat er geen uitzicht is op duurzaam herstel zal in verband met de zorgcontinuïteit onderzocht moeten worden of en hoe zorg bij andere zorgaanbieders kan worden ondergebracht. Dat levert onvermijdelijk nieuwe frictiekosten op. In welke omvang is nog onduidelijk. Ook de jeugdhulpaanbieders Mutsaersstichting, VIA jeugd en Pactum hebben financiële problemen. De verwachting is dat rond de jaarwisseling een raadsvoorstel beschikbaar zal zijn over de gezamenlijke dossiers. De omvang van mogelijke frictiekosten is nog onduidelijk.

Inkomsten uit beleggingen

De gemeente heeft een aantal deelnemingen, waarvan de aandelen in de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) en Enexis de belangrijkste deelnemingen met een hoog rendement zijn.  De dividend uitkering van Enexis is in de Begroting 2024-2027 meerjarig naar beneden bijgesteld. De neerwaartse bijstelling van het dividend is een gevolg van de toegenomen kosten van Enexis als netwerkbeheerder in de energietransitie. De verwachte opbrengsten zijn begroot. 

Financiering

Financiering van het financieringstekort vindt plaats binnen de marges van de Wet Fido. Op dit moment is de korte rente hoger dan de lange rente en financieren we het financieringstekort met een mix van lang en kortlopende leningen. In de wet Fido zijn echter restricties opgenomen betreffende het aangaan van kortlopende leningen. In het verleden zijn hierin de volgende risico’s erkent:

De korte rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
De lange rente kan stijgen tot boven het niveau van de gehanteerde begrotingsrente;
De korte rente kan stijgen tot boven het niveau van de lange rente;
Voor zover zich één of meerdere van deze risico’s voor zouden doen, heeft dit een nadelig effect op het begrotingssaldo.

Open einde regelingen

Een open einde regeling is een regeling waarbij gerechtigden geld toekomt, zonder dat van te voren te overzien is wie van deze regeling in welke mate gebruik zullen gaan maken. In de begroting zijn hiervoor bedragen geraamd conform de opgaven van de instanties die belast zijn met de uitvoering van de regelingen. Enkele relevante open einde regelingen zijn:

Participatiewet;
GGD Zuid-Limburg;
Veiligheidsregio Zuid-Limburg;
Leerlingenvervoer en leerlingenplicht;
WMO;
Jeugd.

Daarnaast is de gemeente Eijsden-Margraten aangesloten bij nog een aantal Verbonden Partijen, zie paragraaf 6. Hierin is een bepaalde afhankelijkheid ontstaan. Bij stijgende kosten van een Verbonden Partij is er niet altijd de mogelijkheid om direct uit te stappen. De zeggenschap van de gemeente Eijsden-Margraten in de Verbonden Partijen was veelal beperkt.  De WGR die in 2024 ingaat is bedoeld om meer invloed  uit te oefenen vanuit de Raad m.b.t. dep Verbonden Partijen. 

B. Risico´s op eigendommen

Terug naar navigatie - B. Risico´s op eigendommen

Bouwgrondexploitatie

Voor een uitvoerige financiële analyse verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid.

Planschadevergoedingen

Een planschadevergoeding is een vergoeding van de gemeente aan een derde voor schade geleden als gevolg van een planologische maatregel. De planschadevergoeding is, voor zover deze te verwachten was, opgenomen in de exploitatieopzet van betreffende uitbreidingslocatie dan wel bestemmingsplan, dit voor zover deze vergoeding niet op derden te verhalen is.

Aansprakelijkheidsstellingen

De landelijke tendens is dat het aantal schadeclaims toeneemt. Als oorzaken kunnen worden genoemd het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (invoering risico aansprakelijkheid), de Algemene Wet Bestuursrecht (aanzienlijke versterking van de positie van de burger ten opzichte van de overheid) en de toenemende mondigheid van de burgers. De risico’s op het gebied van aansprakelijkheidsstelling kunnen aanzienlijk zijn, zodat het van groot belang is om schadepreventief te werken. Een goed en regelmatig onderhoud van wegen, speeltoestellen etc. (de gemeente beschikt over beheers- c.q. onderhoudsprogramma’s), een klachtenlijn, het nauwkeurig naleven van procedures, adequate behandeling van ingediende bezwaarschriften etc. behoren in het kader van preventief werken tot de aandachtspunten. De gemeente is voor de wettelijke aansprakelijkheid en de bestuurdersaansprakelijkheid verzekerd. Wij kunnen echter niet uitsluiten dat, buiten het al bestaande eigen risico, de gemeente met claims krijgt te maken die niet via de verzekering zijn afgedekt. 

Beheers- c.q. onderhoudsplannen

Om de risico’s op het gebied van onderhoud en beheer zoveel mogelijk in te perken is het noodzakelijk dat de gemeente beschikt over beheers- en onderhoudsplannen. Kortheidshalve wordt voor het inhoudelijke hieromtrent verwezen naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.

Bodemverontreiniging

In onze gemeente is dit een risico dat niet geheel inzichtelijk is. De financiële gevolgen van bodemverontreiniging zijn niet in kaart te brengen en zullen als het zich voordoet van geval tot geval bekeken dienen te worden.

C. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie

Terug naar navigatie - C. Risico’s die samenhangen met de interne organisatie

In de vorm van zorgvuldige toepassing van de in de gemeentelijke organisatie ingebedde bedrijfsvoeringprocessen in zijn algemeenheid, interne controlemaatregelen in het bijzonder en de planning- en control cyclus zijn waarborgen aanwezig om eventuele calamiteiten (tijdig) zichtbaar en beheersbaar te houden. Dit betekent echter niet dat hierin geen risico’s worden gelopen.

Bij de bedrijfsvoering loopt onze gemeente diverse risico’s, hierbij denken wij aan de administratieve organisatie, automatisering (o.a. uitval van de computer), informatievoorziening, de interne controle en het personeelsbeleid. Te late of verkeerde informatieverstrekking, onvolkomenheden in zowel de administratieve organisatie als in de interne controle kunnen financiële consequenties hebben. De gemeente is tevens leverancier van heel veel informatie. Indien deze informatie onjuist is, is het risico aanwezig dat wij daarvoor aansprakelijk worden gesteld.

Het ziekteverzuim blijft relatief hoog en daarnaast kennen we veel uitstroom het afgelopen jaar.  (Tijdelijke) vervanging blijft noodzakelijk bij uitval of vertrek van personeel, als andere opties niet beschikbaar of niet mogelijk zijn. Het risico bestaat dat de post ziek/piek/expertise ad. € 625.000  ontoereikend is. 

Risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Risico-inventarisatie
Risico (bedragen x € 1.000) bruto per 01.01.2025 bedrag risico Klasse kans Klasse gevolg Punten tolerantie Financieel risico
A. Financiële risico's
Garantieverplichtingen; gemeente staat borg voor een door een stichting of vereniging aangegane geldlening
1. 7-Jarige geldlening aan Woonpunt voor financiering van woongelegenheden 17.000 0 1 1 1 0
2. 49-Jarige bulletlening aan Woonpunt voor de financiering van woongelegenheden 9.500 0 1 1 1 0
3. Garantstelling voor Stichting gemeenschapshuis Oos Heim 191 191 1 1 1 0
4. Hypothecaire geldleningen met gemeentegarantie ondergebracht bij Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) ultimo 2015 519 0 1 1 1 0
Langlopende leningen; gemeente verstrekt lening aan een derde partij, die handelt uit hoofde van een publieke taak
5. Lening Cultureel Centrum Eijsden 352 0 1 1 1 0
6. Lening zaal KOH Eijsden 158 0 1 1 1 0
7. Lening Dorpshuis Mheer 164 0 1 1 1 0
8. Lening Stichting Sociaal Centrum Eijsden 367 0 1 1 1 0
9. Lening Stichting Gemeenschapshuis Cadier en Keer 250 0 1 1 1 0
10. Lening Enexis 1.871 1.871 1 5 5 468
Algemene uitkering
11. Algemene uitkering, de algemene uitkering vormt momenteel een belangrijke risicofactor binnen onze meerjarenbegroting 46.731 862 3 4 12 862
Beleggingen
12. Inconvenientenvergoeding 66 66 3 2 6 17
13. Enexis 224 224 3 3 9 56
14. BNG 131 132 3 2 6 33
Open einde regelingen
15. Participatiebudget 7,5% 4.059 304 4 3 12 304
16. GGD (open eind financiering 15% totale budget) 1.154 173 4 2 8 43
17. Brandweer-GHOR Zuid Limburg (open eind financiering, 15%) 2.275 341 4 3 12 341
18. Gem. regeling Leerlingenvervoer (meer aanvragen dan begroot, 15%) 325 49 3 1 3 0
Ontwikkelingen sociale zekerheid
19. Jeugdzorg (15% van budget) 6.170 926 4 4 16 926
20. Wmo (15% van budget) 4.417 663 4 4 16 663
21. Omnibuzz (15% van budget) 783 118 4 2 8 29
B. Risico's op eigendommen
Risico's die samenhangen met de eigen gemeentelijke organisatie
22. Planschade 250 250 3 2 6 63
23. Aansprakelijkheidsstellingen 250 250 3 2 6 63
C. Risico's die samenhangen met de gemeentelijke organisatie
24. Ziekteverzuim 945 320 3 3 9 80
25. Implementatie Bestuurlijke Boete 120 120 3 2 6 30
Totaal 3.977

Toelichting risico-inventarisatie

Terug naar navigatie - Toelichting risico-inventarisatie

1 t/m 3 Het risicobedrag is het bedrag van de verstrekte garantieverplichting dan wel  lening minus 70% van de marktwaarde (= executiewaarde) van het onderpand (recht van 1e hypotheek) met minimum nul.
 
4 Het risicobedrag is op nul ingeschat aangezien:
a. WSW zelf circa € 274 miljoen borgstellingsreserve heeft om de aanspraak te voldoen.
b. WSW zal obligo innen bij de corporaties vóórdat het WSW bij de gemeenten en het rijk zal aankloppen.
c. WSW kan bij in dit geval Servatius onderpand opeisen en te gelde maken.
d. pas in 4e instantie zal WSW een renteloze lening afsluiten en deze lening verdelen over rijksoverheid (50%) en alle WSW-gemeenten (samen 50%); dit betekent dat een solidariteitsprincipe tussen rijk en alle aan WSW deelnemende gemeenten van toepassing is.
 
5 t/m 9  Het risicobedrag is het bedrag van de verstrekte garantieverplichting dan wel  lening minus 70% van de marktwaarde (= executiewaarde) van het onderpand (recht van 1e hypotheek) met minimum nul.
 
10 Het risicobedrag  is op € 467.866 (25%) ingeschat aangezien Enexis opereert in een gereguleerde markt; de aandelen Enexis zijn enkel in het bezit van publieke partijen.
 
11 Het risicobedrag is gebaseerd op 25 procent punten, waarbij één procentpunt overeenkomt met € 34.489. Met andere woorden als de uitkeringsfactor met 1 procentpunt verandert, heeft dit een financiële consequentie van € 34.489.

12 t/m 14 Opbrengsten beleggingen zijn meerjarig geraamd.
 
15 Het risicobedrag is gebaseerd op 7,5% eigen risico.

16 t/m 21 Het risicobedrag is gebaseerd op 15% eigen risico
 
22 en 23 Dit betreft een schattingspost op basis van ervaring.
 
24 Het laatst vastgestelde ziekteverzuim bedraagt 5,5% in 2024. Het opgenomen bedrag ad. € 625.000 ontstaat uit 8% van de begrote personele lasten minus de begrotingspost ziek/piek/expertise.
 
25 Dit betreft een schattingspost op basis van ervaring.

 

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 12.203.541 en is de som van:
• de stand van de algemene reserve per 1-1-2025 ad € 10.784.830;
• de onbenutte belastingcapaciteit 2025 ad € 1.418.711.

De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 3.977.030 zoals blijkt uit bovenstaande tabel. Het weerstandvermogen kan als volgt berekend worden:
Weerstandsvermogen= beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit:
 
In cijfers: € 12.453.138 / € 3.814.715 = 3,1

Op basis van de door uw raad vastgestelde weerstandsvermogen matrix, kan worden geconcludeerd dat de ratio uitstekend is (zie onderstaande tabel).

4. Kengetallen

Terug naar navigatie - 4. Kengetallen
Jaarlijks neemt de gemeente de landelijk voorgeschreven financiële kengetallen in de begroting op. De opgenomen kengetallen zijn gebaseerd op de geprognosticeerde balans en gaan uit van ongewijzigd beleid. De combinatie van de kengetallen en de geprognosticeerde balans zijn een indicatie voor de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente in de komende jaren.
 
Het is niet mogelijk een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie.
De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente.
Daarom dienen ze te worden voorzien van een adequate toelichting. De waarden van de kengetallen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën:
• categorie A is het minst risicovol, 
• categorie B is neutraal, 
• categorie C het meest risicovol.
Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
1. Netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd < 90% 90 - 130% > 130%
3. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20%
4. Structurele exploitatieruimte begroting > 0% 0% < 0%
5. Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35%
6. Belastingscapaciteit < 95% 90 - 105% > 105%

4.1 Overzicht

Terug naar navigatie - 4.1 Overzicht

Op basis van onderstaand overzicht en op basis van het weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van de gemeente Eijsden-Margraten  stabiel is. 2 van de 6 onderdelen bevinden zich in categorie A (minst risicovol), 2 onderdelen in de categorie B (medium risicovol) en 2 onderdelen in de categorie C (risicovol). Het weerstandsvermogen  van de gemeente Eijsden-Margraten is uitstekend.

Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
1. Netto schuldquote 109% 133% 133% 132% 123% 115%
2. Netto schuldquote met correctie 98% 121% 123% 121% 113% 105%
3. Solvabiliteitsratio 18% 16% 16% 17% 17% 18%
4. Structurele exploitatieruimte 4% 2% 0% -3% -3% -3%
5. Grondexploitatie 0% 0% 0% 0% 0% 0%
6. Belastingcapaciteit 111% 118% 128% 132% 137% 142%

4.2 Berekening

Terug naar navigatie - 4.2 Berekening
1. Netto schuldquote (bedragen * € 1.000,-) ( = (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% )
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% ) Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. Het totaal van de vaste schulden € 78.398 € 74.706 € 66.090 € 62.404 € 58.718 € 55.033
B./C. Het totaal van de netto vlottende schulden en overlopende passiva € 17.970 € 21.574 € 38.675 € 39.509 € 39.134 € 38.460
D. Het totaal van de volgende financiële vaste activa: uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd langer dan één jaar, uitzettingen in NL schuldpapier met een rentetypische looptijd langer dan één jaar, overige uitzettingen met een rentetypische looptijd langer dan één jaar € 26 € 13 € 27 € 27 € 27 € 27
E./F./G. Het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa € 16.873 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
H. Het totaal saldo van de baten, bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, exclusief de mutaties reserves € 72.822 € 72.355 € 78.459 € 77.459 € 79.351 € 81.547
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (bedragen * € 1.000,-) ( = (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% )
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen = (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. Het totaal van de vaste schulden € 78.398 € 74.706 € 66.090 € 62.404 € 58.718 € 55.033
B./C. Het totaal van de netto vlottende schulden en overlopende passiva € 17.970 € 21.574 € 38.675 € 39.509 € 39.134 € 38.460
D. Het totaal van alle financiële vaste activa met uitzondering van kapitaalverstrekkingen € 8.023 € 8.464 € 7.999 € 7.987 € 7.974 € 7.962
E./F./G. Het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa € 16.873 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
H. Het totaal saldo van de baten, bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, exclusief de mutaties reserves € 72.822 € 72.355 € 78.459 € 77.459 € 79.351 € 81.547
3. Solvabiliteitsratio (bedragen * € 1.000,-) ( = (A/B) * 100% )
Solvabiliteitsratio = (A/B * 100%) Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. Het totale eigen vermogen € 22.859 € 19.083 € 21.331 € 21.315 € 21.378 € 21.362
B. Het totaal van de passiva € 125.606 € 120.119 € 131.173 € 127.686 € 123.295 € 118.960
4. Structurele exploitatieruimte (bedragen * € 1.000,-) ( = (((B-A)+(D-C)) / E )* 100% )
Structurele exploitatieruimte = (((B-A)+(D-C)) / E )* 100% ) Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. Structurele lasten (= totaal van de lasten bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, minus het totaal van de incidentele lasten per programma bedoeld in artikel 19 onderdeel c BBV) € 74.501 € 69.504 € 75.850 € 77.177 € 79.742 € 81.739
B. Structurele baten (= totaal van de baten bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, minus het totaal van de incidentele baten per programma bedoeld in artikel 19 onderdeel c BBV) € 76.632 € 70.661 € 76.048 € 75.176 € 77.719 € 79.543
C. Het totaal van de structurele toevoegingen aan de reserves bedoeld in artikel 19 onderdeel d BBV € 0 € 0 € 231 € 234 € 234 € 234
D. Het totaal van de structurele onttrekkingen aan de reserves bedoeld in artikel 19 onderdeel d BBV € 498 € 271 € 250 € 250 € 250 € 250
E. Het totaal saldo van de baten, bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, exclusief de mutaties reserves € 72.822 € 72.355 € 78.813 € 78.134 € 80.278 € 82.225
5. Grondexploitatie (bedragen * € 1.000,-) ( = (A+B) / C * 100% )
Grondexploitatie = (A+B) / C * 100%) Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. Het totaal van de activa van de "niet in exploitatie genomen bouwgronden" € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
B. Het totaal van de "bouwgronden in exploitatie" € 52 -€ 89 -€ 133 -€ 134 € 0 € 0
C. Het totaal saldo van de baten, bedoeld in artikel 17 onderdeel c BBV, exclusief de mutaties reserves € 72.822 € 72.355 € 78.813 € 78.134 € 80.278 € 82.225
6. Belastingcapaciteit ( = E / F * 100% )
Belastingcapaciteit = (E / F *100%) Jaarstukken 2023 Programma-begroting 2024 Programma-begroting 2025 Programma-begroting 2026 Programma-begroting 2027 Programma-begroting 2028
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde € 414 € 453 € 531 € 545 € 559 € 574
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde € 285 € 294 € 303 € 317 € 335 € 354
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin € 304 € 360 € 371 € 384 € 397 € 411
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) € 1.003 € 1.107 € 1.205 € 1.246 € 1.291 € 1.339
F. Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in het voorafgaande begrotingsjaar € 904 € 942 € 944 € 944 € 944 € 944

4.3 Toelichting

Terug naar navigatie - 4.3 Toelichting

1. Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt.

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Om een goed beeld te krijgen van de verstrekte leningen aan derden dient de netto schuldquote hiervoor te worden gecorrigeerd. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen.

3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente.

4. Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

5. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten van de gemeente als geheel. Hiermee wordt het belang van de grondexploitatie op de financiële positie van de gemeente inzichtelijk.

6. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente.

5. Geprognosticeerde balans

Terug naar navigatie - 5. Geprognosticeerde balans
Activa (bedragen x 1.000) 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028
(Im)materiële vaste activa 100.099 113.608 122.615 119.140 114.762 110.439
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen 559 559 559 559 559 559
Financiële vaste activa: Leningen 7.997 7.985 7.972 7.960 7.947 7.935
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar 27 27 27 27 27 27
Totaal Vaste Activa 108.682 122.179 131.173 127.686 123.295 118.960
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen 52 0 0 0 0 0
Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0
Uitzettingen <1 jaar 7.989
Liquide middelen 1.515
Overlopende activa 7.369
Totaal Vlottende Activa 16.925 0 0 0 0 0
Totaal Activa 125.607 122.179 131.173 127.686 123.295 118.960
Passiva (bedragen x 1.000) 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028
Eigen vermogen 22.860 21.394 21.331 21.315 21.378 21.362
Voorzieningen 6.380 5.848 5.254 4.735 4.540 4.655
Vaste schuld 78.397 74.776 66.090 62.404 58.718 55.033
Totaal Vaste Passiva 107.637 102.018 92.675 88.454 84.636 81.050
Vlottende schuld 10.334
Overlopende passiva 7.636 20.161 38.498 39.232 38.659 37.910
Totaal Vlottende Passiva 17.970 20.161 38.498 39.232 38.659 37.910
Totaal Passiva 125.607 122.179 131.173 127.686 123.295 118.960

Paragraaf 3: Kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat dat de paragraaf over het onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat:

3a.    Wegen.
3b.    Verlichting.
3c.    Riolering.
3d.    Groen.
3e.    Gebouwen.

Van deze kapitaalgoederen wordt aangegeven:

  1. Het beleidskader.
  2. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties.
  3. De vertaling van de financiële consequenties.

1. Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - 1. Kaderstellende documenten
Beleidsplan Openbare Verlichting Eijsden-Margraten 2019-2026
Bermenbeleid 2016-2026 Maaien wat moet, bloei waar mogelijk
Gemeentelijke beleidsplan Verkeer en Vervoer 2021
Groenbeleidsplan 2020
Groenstructuurplan binnen de bebouwde kom Eijsden 2004
Kadernota accommodatiebeleid 2017
Klimaatadaptatiestrategie Eijsden-Margraten 2023-2027
LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP) Buitengewoon Eijsden 2013
LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP) Buitengewoon Margraten 2009
Waterprogramma Eijsden-Margraten 2023-2027
Wegenbeleidsplan Eijsden-Margraten 2021-2024

2. Financiële recapitulatie

Terug naar navigatie - 2. Financiële recapitulatie
Financiële recapitulatie beheers- en onderhoudsplannen (bedragen x € 1.000) Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Wegen
Regulier onderhoud 924 924 924 924
Levensduurverlengend groot onderhoud (25 jaar) 1.838 1.838 1.838 1.838
Rehabilitaties (50 jaar) 3.707 3.707 3.707 3.707
Openbare verlichting
Projectmatige vervanging 65 65 65 65
Beheer en onderhoud 132 132 132 132
Riolen
Exploitatie 950 950 950 950
Investeringen 1.724 1.524 1.524 1.524
Groen / Landschap
Groen 1.499 1.499 1.499 1.499
Landschap 121 121 121 121
Gebouwen
Saldo voorziening onderhoud gemeentegebouwen 01-01 516 290 206 113
Dotaties 546 584 473 573
Onttrekkingen -772 -667 -566 -610
Saldo voorziening onderhoud gemeentegebouwen 31-12 290 206 113 76

3a. Wegen

Terug naar navigatie - 3a. Wegen

Het wegenbeleidsplan Eijsden-Margraten 2021-2024 is door de raad vastgesteld op 14 februari 2022 aan de hand van de inspectie uit 2019 en de prijsindexcijfers van 2021. In deze beleidsperiode is een verhoging van het onderhoudsbudget voor wegen en voor vervangingen wegen in de begroting opgenomen. Met deze verhoging wordt de opgelopen achterstand op onderhoud op termijn ingelopen. De investeringsbudgetten voor levensduurverlengend onderhoud wegen en voor rehabilitaties zijn vooruitlopend op het nieuwe Wegenbeleidsplan 2025-2028 met 5% verhoogd ten opzichte van 2024. Het budget van levensduurverlengend onderhoud 2025 bedraagt € 1.837.500 en kent een afschrijvingstermijn van 25 jaar. Het investeringsbudget voor rehabilitaties bedraagt in 2025 € 3.706.500 en kent een afschrijvingstermijn van 50 jaar. 

In 2023 is een nieuwe weginspectie uitgevoerd. We zien dat de onderhoudstoestand van ons wegennet lager uitvalt dan in 2021. In 2021 was nog 93% van ons wegennet voldoende onderhouden en in 2023 is dit 86%.  Met name het percentage achterstallig onderhoud niveau is toegenomen. In het meerjarig investeringsplan wegen 2024-2025 en  de projecten die inmiddels zijn opgestart (Aanpak Cadier en Keer Noord) geven aan dat het achterstallige onderhoud de komende jaren wordt weggewerkt. Om dit te bewerkstelligen wordt het onderhoudsprogramma ieder jaar geactualiseerd. Daarnaast wordt een nieuw wegenbeleidsplan 2025-2028 opgesteld dat in december 2024 in de raad wordt behandeld.  Uit efficiency-oogpunt streven wij er naar werkzaamheden parallel te laten lopen met de uitvoering van het rioolbeheerprogramma. 

Het gemeentelijke beleidsplan Verkeer en Vervoer is in december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De voortvloeiende maatregelen zijn opgenomen in de meerjaren onderhouds- en investeringsprogramma’s (MOP en MIP).

In 2025 voeren we de maatregelen uit die genomen dienen te worden naar aanleiding van het parkeer- en circulatieonderzoek in de oude kern van Eijsden. Daarnaast gaan we in 2025 verder met een parkeeronderzoek in de kern Margraten en met een studie naar een alternatieve verkeersafwikkeling rondom de kern in Margraten, zoals in de meerjarenbegroting 2023-2026 opgenomen. 

De investeringsprojecten bestaan uit fases, namelijk:

  1. Planvoorbereiding.
  2. Uitvoering.
  3. Nazorg.
  4. Oplevering.

Door de fasering worden de kosten soms in opeenvolgende jaren geboekt. Dit heeft invloed op de kasstromen. De planvoorbereiding neemt vaak, gelet op de burgerparticipatie en de nodige onderzoeken die moeten plaatsvinden, veel tijd in beslag en kost relatief weinig geld; circa 8-12% van het projectbudget. De daadwerkelijke werkzaamheden (uitvoering) duren vaak tussen de 3-4 maanden en vormen circa 80-90% van de projectkosten. De kasstromen van de projecten worden geoptimaliseerd en middels een liquiditeitenplanning bewaakt.

Voor 2025 - 2028 zijn de volgende investeringen aan wegen gepland; uitgesplitst naar levensduurverlengend onderhoud wegen (LDV) en naar rehabilitaties :

Reeds opgestarte rehabilitaties waarvoor kredieten zijn gevoteerd:

  • Buurtgerichte aanpak Cadier en Keer (Willem Alexanderstraat, Christinastraat, Beatrixstraat (ged.), Irenestraat, Margrietstraat, Heirstraat, Johan Frisostraat, Groenerein, Wangraaf).
  • Zoerbeemden-Industrieweg inclusief afkoppeltraject € 1,334 mln.
  • Withuis binnen bebouwde kom € 1,126 mln.
  • Catharinastraat/Kloppenbergweg incl. verkeersmaatregel Kasteellaan/Kloppenbergweg Oost-Maarland
  • Pastoor Kikkenweg en Heerderweg Cadier en Keer
  • Rotonde Karreweg/Burg Wolfsstraat
  • Kleine Molenweg Gronsveld LDV
  • Trichterweg Eijsden buiten bebouwde kom LDV

Ten aanzien van de projecten uit het Meerjareninvesteringsplan Infrastructuur wordt u periodiek via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de planning, de doorlooptijd en de financiële stand van zaken.

Voor 2025-2028 staan de volgende projecten gepland:
2025

  • Kapelweg Cadier en Keer
  • Poortstraat Eijsden
  • Bourgogne Mesch
  • Broekstraat Gronsveld
  • Pius XII Gronsveld
  • Oosterbroekweg incl. kruispunt Burg. Frans Cortenraadstraat Gronsveld
  • Aan de Fremme LDV wegvak 58-64 en 58-Tromputte
  • Einderweg-Onderstraat Honthem LDV
  • Bronckweg Cadier en Keer LDV

2026

  • Kerkeweg Eijsden LDV
  • Duivenstraat Mheer
  • Prins Berhardstraat Cadier en Keer
  • Julianastraat Cadier en Keer
  • Langstraat Mesch
  • Vroenhof Eijsden
  • Bergbezinkbassin (BBV) Noorbeek

2027

  • Heiweg (wegvak Langstraat Mesch-uitzichttoren) LDV
  • Fommestraat Cadier en Keer LDV
  • Voerstraat Eijsden LDV
  • Vroenhof Eijsden mede afhankelijk van de nog vast te stellen parkeervisie Oude Kern Eijsden en de beleidsregels die hierop betrekking hebben
  • Beezepool Eijsden
  • Onderstraat/Pley Noorbeek icm bergbezinkbassin Noorbeek

2028

  • De La Margellelaan/Schansweg Eijsden buiten bebouwde kom LDV
  • Gloriet-Parkweg Gronsveld LDV
  • Schijfstraat Gronsveld LDV
  • De Hoof-Papendel Cadier en Keer

Naast het investeringswerk aan wegen, vindt groot asfaltonderhoud plaats op basis van 2 jaarlijkse inspecties, worden de wegen periodiek geveegd, wordt onkruid op verhardingen bestreden en worden jaarlijks - voor het winterseizoen - de wegmarkeringen vernieuwd op basis van een tweejaarlijkse inspectie.

We merken in  de levensduur verlengende maatregelen en in de rehabilitaties dat een indexering van 30% de afgelopen jaren “normaal” is als de werken op de markt worden gezet. In de afprijzing van de MIP projecten is nog geen rekening gehouden met deze verhoogde indexering. We nemen dit mee in het raadsvoorstel van het Wegenbeleidsplan. Vooruitlopend op het nieuwe Wegenbeleidsplan zijn de investeringsbudgetten 2025 met 5% verhoogd. 

Het onderhoud aan de wegen wordt conform het wegenbeleidsplan uitgevoerd waardoor er op termijn geen achterstand meer is.  

Voor het groot onderhoud van onze wegen staan voor 2025 de volgende wegen gepland:

  • Burg. Wijnandsstraat Eijsden
  • Kapelkesstraat Eijsden
  • Ir. Rocourstraat Eijsden
  • De Munckhof Sint Geertruid
  • Schoolstraat Sint Geertruid
  • Mgr. Willigersstraat Gronsveld
  • Rijksweg Gronsveld
  • Burg. Beckersweg Mheer
  • Rondelenstraat buitengebied
  • Honthemerweg buitengebied
  • Broenshemweg buitengebied
  • Diverse veldwegen die naar aanleiding van wateroverlast grondig moeten worden aangepakt

3b. Openbare verlichting

Terug naar navigatie - 3b. Openbare verlichting

Het vigerende beleidsplan OVL 2013 t/m 2017 is verlopen maar de vastgestelde beleidskaders zijn nog steeds actueel en er is geen aanleiding deze te wijzigen. De raad is in 2018 geïnformeerd dat geen nieuw beleidsplan wordt voorgelegd en dat het college de vastgestelde beleidskaders hanteert om de openbare verlichting te onderhouden. Op 28 mei 2018 heeft het college het Uitvoeringsplan Openbare verlichting Eijsden-Margraten 2019-2026  vastgesteld. In het gemeentelijk milieubeleidsplan zijn de klimaat-doelstellingen uit het Energieakkoord opgenomen. Om deze doelstelling te halen is in 2017 het contract met onderhoudsaannemer vernieuwd met toevoeging van een financieel plan. Op basis van deze overeenkomst – light as a service (LAAS) - is een berekening gemaakt van de benodigde budgetten tijdens de contractduur. Deze budgetten zijn opgenomen in de begroting.

Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

3c. Riolering

Terug naar navigatie - 3c. Riolering

Op  13 december 2022 is het waterprogramma gemeente Eijsden-Margraten 2023-2027 vastgesteld in de raad, evenals het Waterketenplan Maas & Mergelland en  de klimaatadaptatiestrategie 2023-2027. Uit efficiency -oogpunt streven we ernaar om de uitvoering van rioleringswerkzaamheden parallel te laten verlopen met de wegenwerkzaamheden. In 2025 wordt een groot gedeelte van de riolering in Cadier en Keer vervangen, wordt gestart met de planvoorbereiding van de vervanging van het riool in de Prins Bernhardstraat en Julianastraat te Cadier en Keer.

Eens per 10 jaar wordt elk riool geïnspecteerd waarna onvolkomenheden worden opgelost en reparaties uitgevoerd. Derhalve is er geen achterstallig onderhoud. In 2025 worden ook de volgende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd dan wel voorbereid:
•    Reiniging en inspecties van ongeveer 25 km riolen per jaar.
•    Onderhoudsbestek pompinstallaties.
•    Reiniging van 6.200 kolken en 200 zandvangers.
•    Renovatie pompinstallaties.
•    Voorbereiding en aanbesteding reparatiebestek 2024.
•    Relining riolering.
•    Vervanging riolering.

Het onderhoud voldoet aan het noodzakelijke niveau, er zijn geen achterstanden. 

3d. Groen

Terug naar navigatie - 3d. Groen

Voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom zijn de volgende beleidsplannen actueel: 

  • Groenbeleidsplan 2020.
  • Bomenbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2015.
  • Groenstructuurplan binnen de bebouwde kom Eijsden 2004.

Het groenbeleidsplan is in 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit beschrijft op welke wijze de gemeente haar openbaar groen wil ontwikkelen. Het vormt de basis voor het actualiseren van het groenbeheerplan. We onderhouden 15 ha. plantsoen, scheren 65 km hagen, onderhouden ruim 22.500 bomen en maaien 53 ha. gazons. 

In 2025 ronden we het Groenstructuurplan binnen de bebouwde kom af.

Voor het landschap zijn de volgende beleidsplannen actueel:

  • Bomenbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2015.
  • Bermenbeleid 2016-2026 : maaien wat moet, bloei waar mogelijk.
  • Landschapsontwikkelingsplannen (LOP) Buitengewoon Margraten en Buitengewoon Eijsden.
  • Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013.
  • Gebiedsvisie Middenterras Mesch-Bemelen 2020.

Op 5 februari 2013 heeft de raad het landschapsontwikkelingsplan Buitengewoon Eijsden vastgesteld. We beschikken nu over een landschappelijke visie voor het gehele buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. 

Het onderhoud van openbaar groen en landschap wordt uitgevoerd conform de beleidsplannen en er is derhalve geen achterstallig onderhoud.

3e. Gebouwen

Terug naar navigatie - 3e. Gebouwen

De gemeente heeft 40 gebouwen in eigendom waarvoor ze ook het beheer uitvoert: schoolgebouwen, sportaccommodaties (binnen- en buitensport), gebouwen voor de gemeentelijk bedrijfsvoering, voor de huisvesting van statushouders en voor enkele overige, vaak sociaal-maatschappelijke, doeleinden. 

In de vastgestelde startnotitie accommodatiebeleid 2013 is bepaald welke sportaccommodaties tot de gemeentelijke basisvoorzieningen behoren. In de vastgestelde kadernotitie accommodatiebeleid 2017 is bepaald dat vitale verenigingen een essentiële rol spelen in de leefbaarheid en de sociale cohesie in de kernen en dat de huisvestiging hiervan gefaciliteerd dient te worden

Het benodigde onderhoud aan gemeentelijke gebouwen leggen we vast in een meerjarig onderhoudsplan. Dit vormt de onderlegger van het werkplan dat jaarlijks wordt uitgevoerd. Het doel van onderhoud is de instandhouding van de gemeentelijke gebouwen op een afdoende kwalitatief niveau voor het gebruiksdoel waarvoor deze voorzieningen zijn gerealiseerd.

Middels inspecties en voortschrijdend inzicht wordt het meerjarig onderhoudsplan jaarlijks geactualiseerd. In een werk(plan) wordt bepaald welke werkzaamheden tot uitvoering worden gebracht in enig jaar. Van dit werkplan maken o.a. de volgende werkzaamheden onderdeel uit:

  • het benodigde jaarlijkse reguliere service-onderhoud;
  • het (niet) planbare correctieve onderhoud zoals : buitenschilderwerk en noodzakelijke reparaties aan deuren en kozijnen, dakbedekkingen en technische installaties,
  • het (groot) vervangingsonderhoud aan dakbedekkingen,  gevels, technische installaties en (sport)vloerafwerkingen
  • kleine aanpassingen uit veiligheidsoverwegingen. 

Voor de instandhouding van gemeentelijke gebouwen is de voorziening onderhoud gemeente gebouwen gevormd. De onderhoudsuitgaven worden jaarlijks ten laste van deze voorziening geboekt. 

De meeste gemeentelijke sportaccommodaties zijn gedateerd en boekhoudkundig (na 40 jaar) afgeschreven. Vaak zijn deze sportaccommodaties ook al eens gerenoveerd. Na een periode van 40-65 jaar dient nieuwbouw of een grootschalige renovatie zich meestal aan. Nieuwe investeringen maken deel uit van het investeringsprogramma. Momenteel wordt er een integraal huisvestingsplan (sport)accommodaties uitgwerkt. De resultaten hiervan worden bekend in 2025.

Investeringen voor het  jaar 2025 zijn:

-    Renovatie kleedlokalen sportaccommodatie RKVVM. Deze ruimten verkeren in een slechte staat van onderhoud .

-    Vervangen kozijnen oude kantoorvleugel gemeentehuis. Deze kozijnen zijn verouderd, zorgen voor onnodig energieverlies en veroorzaken klachten.

Paragraaf 4: Financiering

Treasury-functie

Terug naar navigatie - Treasury-functie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. Het college biedt de raad eens in de vier jaar een (herziend)Treasurystatuut aan.  Dit document is het uitvoeringsbesluit van het Treasurystatuut.

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Financieringsbeleid

De gemeente zet de overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren). Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen worden aangetrokken.

EMU-saldo

Terug naar navigatie - EMU-saldo

Voor het berekenen van het EMU-saldo is het exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves. Het verschil tussen het exploitatiesaldo en het EMU-saldo is dat het exploitatiesaldo bestaat uit het door de gemeente gehanteerde stelsel van lasten en baten, terwijl het EMU-saldo bestaat uit uitgaven en inkomsten (kasstelsel).

Bedragen (x € 1.000)
Begrotingsgegevens EMU 2024 2025 2026 2027 2028
primitief
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan cq onttrekking uit reserves 82 49 -2.053 -2.030 -2.179
+ Afschrijvingen ten laste van exploitatie 4.093 4.061 4.467 4.390 4.335
+ Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie 412 832 891 780 880
- Onttrekkingen aan voorzieningen ten gunste van de exploitatie -745 -628 -431 -181 72
- Bruto-investeringsbedragen beleidsplan -10.741 -14.624 -13.446 -21.202 -8.466
+ Kapitaallasten investeringen beleidsplan 31 65 624 1.041 1.599
- Vermeerderingen bestaande activa 0 0 0 0 0
+ Verminderingen bestaande activa 0 0 0 0 0
- Boekwinst desinvesteringen vaste activa 0 0 0 0 0
+ Toegekende bijdragen inzake investeringen van Rijk, Provincie en EU 0 0 0 0 0
- Uitgaven aankoop grond en uitgaven bouw- en woonrijp maken -273 -100 0 0 0
+ Opbrengst verkoop grond 0 250 0 0 0
- Boekwinst op verkoop grond 0 0 0 0 0
- Betalingen direct ten laste van reserves 0 0 0 0 0
- Boekwinst op verkoop van deelnemingen en aandelen 0 0 0 0 0
= Berekend EMU-saldo -7.141 -10.095 -9.948 -17.202 -3.759
Terug naar navigatie - Welke betekenis dient toegekend te worden aan het berekende EMU-saldo?

Welke betekenis dienst toegekend te worden aan het berekende EMU-saldo?

Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo opnemen. De berekening van het EMU-saldo vindt plaats op kasbasis, terwijl gemeenten sturen op een sluitende begrotingspositie volgens het stelsel van baten en lasten. De omrekening in de tabel hieronder is daardoor niet direct relevant voor de financiële sturing en kaderstelling door de raad.
Volgens het BBV is het wel de bedoeling dat het gemeentelijk EMU-saldo gerelateerd wordt aan de individuele referentiewaarde die het Ministerie van BZK jaarlijks voor elke gemeente vaststelt. Hiermee wordt inzichtelijk welk aandeel de gemeente heeft in de toename of afname van het EMU-saldo.

Het Ministerie heeft in de septembercirculaire 2024 individuele referentiewaarden voor de gemeenten gepubliceerd. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het nadeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Met het aandeel in openbare lichamen wordt bedoeld het deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen waar een individuele decentrale overheid aan deelneemt dat aan de betreffende individuele overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden.
De referentiewaarde (aandeel in het tekort) voor de gemeente Eijsden-Margraten bedraagt € 3,738 mln. (conform septembercirculaire 2024).  De gemeente Eijsden-Margraten heeft voor 2024 een overschrijding  van € 6,357 mln. (€ 10,095 mln. -€ 3,738 mln.) ten opzichte van de norm. Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden kan de individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort een rol gaan spelen. Dat is op dit moment nog niet aan de orde.

Indicatoren

Terug naar navigatie - Indicatoren

Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Renterisiconorm

Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is om tot een spreiding binnen de langlopende lening portefeuille te komen zodat het renterisico wordt beperkt. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm Bedragen (x € 1.000)
2025 2026 2027 2028
1a Renteherzieningen opgenomen leningen 0 0 0 0
1b Renteherzieningen uitgezette leningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 8.686 3.686 3.686 3.686
3 Renterisico (1a - 1b +2) 8.686 3.686 3.686 3.686
4a Begrotingstotaal 79.181 80.204 82.450 84.448
4b Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
4 Renterisiconorm (4a x 4b) 15.836 16.041 16.490 16.890
5a Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) 7.150 12.355 12.804 13.204
5b Overschrijding renterisiconorm (3 > 4) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Rentebeleid investeringen en omslagrente

Terug naar navigatie - Rentebeleid investeringen en omslagrente

De gemeente hanteert voor specifieke investeringen (investeringen in riool, afval en grondexploitaties) een vast rentepercentage van 2,75%. Dit rentepercentage vloeit voort uit de gehanteerde percentages in de vastgestelde onderliggende meerjarenbeleidsplannen, respectievelijk exploitatie-opzetten.
Voor overige investeringen is een omslagpercentage berekend. Voor 2025 tot en met 2028 bedraagt het omslagpercentage 0,75%.

 

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Kasgeldlimiet

Het doel van de kasgeldlimiet is om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Gemeenten mogen hun financieringsbehoeften slechts voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) financieren. De norm is op 8,5% van het begrotingstotaal gesteld.

Kasgeldlimiet 3e kw 2023 4e kw 2023 1e kw 2024 2e kw 2024
Bedragen (x € 1.000)
Totaal jaarbegroting (lasten) € 66.970 € 66.970 € 72.637 € 72.637
Toegestane kasgeldlimiet
in procenten van de grondslag 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
in een bedrag € 5.692 € 5.692 € 6.174 € 6.174
Totaal netto vlottende schuld -€ 676 € 337 € 6.175 € 15.834
(vlottende schuld -/- vlottende middelen)
Overschrijding kasgeldlimiet € 0 € 5.355 € 0 -€ 9.660
Ruimte ten opzichte van kasgeldlimiet € 6.368 € 0 € 0 € 0

Drempelbedrag schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Drempelbedrag schatkistbankieren

De lagere overheden zijn verplicht overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist). Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten de schatkist mag worden gehouden: een bedrag van 2% van het begrotingstotaal. Wij mogen in 2025 dus een positief rekening-courantsaldo bij de bank hebben van  €1,575 mln..  Al het meerdere zal dagelijks naar de schatkist worden overgemaakt. 

Paragraaf 5: Bedrijfsvoering

5.1 Algemeen

Terug naar navigatie - 5.1 Algemeen

Om de ambities van het gemeentebestuur te realiseren investeren we in mensen en middelen. De paragraaf bedrijfsvoering schetst de manier waarop de organisatie hier invulling aan geeft en welke instrumenten hiervoor nodig zijn. 

Bedrijfsvoering van de organisatie is het domein en de verantwoordelijkheid van het college. Het college informeert de raad hierover via de paragraaf Bedrijfsvoering in de begroting en de jaarrekening. Deze paragraaf beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering die in 2025 worden verwacht. Door doelstellingen vast te stellen en de kaders daarvoor aan te geven, kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op de bedrijfsvoering van de gemeente. 

5.2 Organisatie in ontwikkeling

Terug naar navigatie - 5.2 Organisatie in ontwikkeling

In 2025 bouwen we voort op de reeds ingezette lijnen die uitgezet zijn in de begroting 2023-2024. De kracht van onze organisatie is de grote betrokkenheid van onze medewerkers. De verbondenheid met Eijsden-Margraten en je daarvoor inzetten. Ruimte voor initiatieven, een hands-on mentaliteit, samen optrekken, bestuurlijk en ambtelijk. Er zijn als er een beroep op je wordt gedaan. Dit alles komt samen in de missie “Dicht bij het leven, vanuit het hart”.

Op basis van deze missie ''dicht bij het leven, vanuit het hart'' wordt in 2025 verder ingespeeld op wat de samenleving van ons vraagt. Hierbij wordt focus gelegd op het verbeteren van de dienstverlening, met een bedrijfsvoering die dat ondersteunt en een samenspel tussen mensen (bestuurders en ambtenaren) die dat mogelijk maakt. Begin 2024 is een nieuwe organisatiestructuur vormgegeven en is de organisatiekoers voor de komende jaren vastgesteld.

Als organisatie is het - binnen de gegeven formatie - altijd zoeken naar de juiste balans tussen de bestuurlijke ambities en uitvoering geven aan de going concern taken. Als leidinggevend kader is het van belang dat de opgaven helder zijn, zodat wensen en mogelijkheden goed op elkaar afgestemd worden. Dit vraagt om duidelijke richting, focus en prioritering vanuit bestuur en management.

Voor elke organisatie en organisatieonderdelen gelden steeds drie centrale processen: doelen stellen, organiseren en realiseren. Dit vraagt om een visie, focus en gerichte sturing. Door strategische focus en samenhangende sturing zal in 2025 verder gericht worden gewerkt aan het verder doorontwikkelen van de organisatie.

In de kern komt de focus te liggen op het bevorderen van eigenaarschap op alle niveaus in de organisatie (bestuur, management, teams en medewerkers) door het aanscherpen van de aspecten ‘’sturen’’, ‘’organiseren’’, ‘’ontwikkelen’’ en ‘’presteren’’. Dit alles met als doel verdere invulling te geven aan onze missie en visie.

Conform de vastgestelde organisatiekoers gaan we uit van een kaderstellende top-down-benadering, met ruimte voor teams en medewerkers voor verdere invulling en ontwikkeling bottom-up, zodat de motivatiekracht van medewerkers en leidinggevende maximaal wordt aangesproken. 

We leven en werken in een complexe en dynamische wereld. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. In Eijsden-Margraten staan we voor grote uitdagingen; woningtekorten, klimaatverandering, sociale en economische vraagstukken als ook het verbeteren van het vertrouwen in de gemeente. Daarbij komen nog de financiële uitdagingen waar we de komende jaren direct mee te maken hebben. Ook wij als organisatie moeten daar antwoorden op geven.

Een belangrijk deel van ons werk ligt in het uitvoeren van wettelijke taken. Of het nu gaat om het uitgeven van reisdocumenten, verstrekken van jeugdzorg of verlenen van een vergunning: de keuze óf we dat doen hebben we niet. Wel hóe we dat doen. Daarnaast geven we uitvoering aan de bestuurlijke ambities. De basis van deze bestuurlijke ambities wordt momenteel vertaald in een koersdocument, hetgeen het kader gaat vormen voor te maken beleidskeuzes en uit te voeren projecten en activiteiten.

Met onze missie en visie geven we als organisatie de komende jaren richting aan onze organisatie en ons handelen. In de kern betekent dit het volgende:

Onze Missie:        in alles wat we doen zorgen wij voor een betekenisvolle verbinding tussen mensen onderling en tussen mens en omgeving. In verbinding met de samenleving zorgen we, passend in de verandering van tijdperk, voor kwaliteit van leven in Eijsden-Margraten dat staat voor de authenticiteit van onze gemeenschappen, kernen, monumenten, cultureel erfgoed en het landschappelijk karakter.

Onze Visie:           wij zijn een toegewijde organisatie die op efficiënte, professionele en doelgerichte wijze met plezier en trots mensgerichte dienstverlening en maatschappelijke opgaven realiseert. Elke dag weer zetten we ons in om de ervaringen en belevingen van onze inwoners, bestuurders en medewerkers in positieve zin te overtreffen en een hoge mate van tevredenheid tot stand te brengen.

Onze Drijfveer:    we handelen vanuit het principe ‘’dichtbij ’t Leven, vanuit ’t hart’’. Onze communicatie richting inwoners, bestuurders en medewerkers vindt daarbij plaats vanuit een pro-actieve, sensitieve en intensieve houding. 

De inwoner centraal: de maatschappij verandert en wij veranderen mee. De wijze waarop we onze diensten en producten leveren stemmen we af op de behoefte van onze inwoners. Ons streven is dat iedereen op een snelle, eenvoudige manier professioneel zaken met ons kan regelen. We standaardiseren en digitaliseren wat kan zodat er meer ruimte ontstaat voor persoonlijk contact, kwaliteit en maatwerk.

In verbinding met ons bestuur: als organisatie zijn we veerkrachtig en wendbaar en spelen adequaat in op maatschappelijke ontwikkelingen en bestuurlijke vraagstukken. Hierin tonen we ons als een professionele partner voor ons bestuur. Tevens bevorderen we goed samenspel tussen bestuur, management en medewerkers. Dit doen we vanuit een samenspel dat gestoeld is op respectvol met elkaar omgaan en respect hebben voor elkaars rol en waarbij vanuit wederkerigheid vertrouwen en veiligheid geboden wordt om verantwoordelijkheid te nemen en te geven. Dit helpt de organisatie om focus aan te brengen, om koers te houden, maar bovenal om te komen tot gedragen resultaten.

Aandacht voor elkaar: met z’n allen maken we onze organisatie tot wat deze is. Dat maakt dat het leidinggevende kader aandacht heeft voor de medewerkers. We gaan uit van eigenaarschap dat gericht is op het realiseren van de ambities en onze prestaties,, zowel op medewerkersniveau als binnen het leidinggevend kader. We bieden de ruimte aan iedere medewerker om vanuit zijn/haar kracht, motivatie en inspiratie het werk te doen. Medewerkers krijgen de gelegenheid om zich te ontwikkelen. Zo komt iedereen het best tot z’n recht, kunnen we spreken van een vitale organisatie en kunnen we de maatschappelijke opgaven optimaal gezamenlijk aan.

Onderstaand wordt het organisatiekader (missie, visie, drijfveren en strategie) als onderdeel van de organisatiekoers Eijsden-Margraten 2024 - 2026, nader schematisch weergegeven.  

Deze geschetste organisatiekoers zijn geen loze woorden op papier. We zijn er vanaf april 2024 reeds mee gestart. De komende jaren zal dit een vervolg krijgen. Dit doen we met z’n allen, van medewerker tot leidinggevende, zowel individueel als in teamverband. Ieder van ons heeft hier zijn eigen verantwoordelijkheid hierin.

5.3 De Strategische Agenda

Terug naar navigatie - 5.3 De Strategische Agenda

De Strategische Agenda van de organisatie Eijsden-Margraten omvat een vijftal speerpunten die bijdragen aan het realiseren van de visie en missie en derhalve aan het realiseren van de bestuurlijke opgaven.  

Het betreft de volgende vijf punten met de daarbij behorende focuspunten voor 2025:

  1. Een gezonde en solide financiële huishouding
  • het structureel en reëel in evenwicht brengen van de financiële huishouding
  • het elk jaar sluitend maken van de meerjarenbegroting (2026 – 2029)
  1. Realiseren van mensgerichte dienstverlening
  • verbeteren van de bereikbaarheid van de teams
  • verbeteren van de dienstverlening naar inwoners
  • verbeteren van de dienstverlening naar college en raad
  • De basis op orde m.b.t. informatiebeheer & datakwaliteit, e.e.a. gebaseerd op de implementatie van een nieuw werkplekconcept
  1. Opgavegericht werken
  • het realiseren van de in de begroting 2025 opgenomen bestuurlijke ambities
  • de doorontwikkeling van doelgerichte processturing m.b.t. going-concern / routinematige taken
  • de doorontwikkeling van projectmatige sturing omtrent het realiseren van ambitiegerichte resultaten
  • het verkennen, definiëren en concretiseren van programmagericht werken
  1. Ontwikkelen van eigenaarschap
  • ontwikkelen leiderschapskracht gericht op het leidinggevend kader en het persoonlijk leiderschap van medewerkers
  • ontwikkelen medewerkerskracht gebaseerd op het goede gesprek op individueel niveau
  1. Een vitale organisatie.
  • Vitaliteitsbeleid (duurzame inzetbaarheid) implementeren
  • Arbeidsmarktstrategie inzetten
  • Strategische personeelsplanning doorvoeren
  • Robuuste organisatie realiseren
  • Ziekteverzuim beperken

5.4 Binden, boeien en waarderen

Terug naar navigatie - 5.4 Binden, boeien en waarderen

De arbeidsmarktkrapte blijft een uitdaging opleveren.  Het verkrijgen en behouden van gekwalificeerd en gemotiveerd personeel blijft van cruciaal belang voor onze dienstverlening. Daarom blijven we investeren in onze medewerkers en het creëren van een positieve en stimulerende werkomgeving. De punten die in de vorige paragraaf zijn benoemd zoals het vitaliteitsbeleid, de aanpak en aandacht voor arbeidsmarktstrategie en het continue investeren in de ontwikkeling van onze medewerkers zijn hierbij belangrijke punten.

5.5 I&A (Informatie & Automatisering)

Terug naar navigatie - 5.5 I&A (Informatie & Automatisering)

 De maatschappij verandert steeds meer in een informatiesamenleving, die vraagt dat onze informatie snel, accuraat en digitaal beschikbaar is. Voor onze gemeente betekent dit dat onze dienstverlening, bedrijfsvoering en informatievoorziening voortdurend moeten worden aangepast aan de ontwikkelingen binnen deze  informatiesamenleving. Dit proces wordt versterkt onder invloed van nieuwe wet- en regelgeving.

Wij ontwikkelen onze informatievoorziening planmatig op basis van onze meerjarige investeringsagenda. Deze investeringsagenda combineert bestuurlijke ambities met noodzakelijke vernieuwingen en nieuwe kaders die voortvloeien uit wet- en regelgeving.

De voornaamste opgaven voor 2025 zijn:

  • De invoering van een nieuw ICT-werkplekconcept. De huidige overeenkomst met onze ICT-hosting partij loopt in 2025 af. Op basis van een aanbesteding wordt een nieuwe overeenkomst met een beheerpartij aangegaan en wordt  het ICT werkplekconcept vernieuwd. Hierbij wordt rekening gehouden met gemeente specifieke kaders rondom informatiebeveiliging en de archiefwet.
  • In het kader van duurzame digitale archivering vindt bestuurlijke afstemming plaats over de mogelijkheid toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg.  Alvorens een eventuele toetreding aan de orde is, zal de raad hierover worden geconsulteerd. 
  • Wegens een aflopend contract wordt de financiële informatievoorziening vernieuwd, naar een nieuwe toekomstbestendige oplossing. Met deze vernieuwingsslag wordt beoogd onze bedrijfsvoering verder te verbeteren.
  • Het lopende beleid om onze dienstverlenings- en bedrijfsprocessen lean te verbeteren en te digitaliseren wordt in 2024 gecontinueerd. Dit ter ondersteuning van de doelen van de opgavegerichte teams. Dit Daarnaast werken wij verder aan datagestuurd werken en sturen door de verdere ontsluiting van informatiebronnen, zodat de gemeente als geheel beter kan sturen op te behalen resultaten.

Informatiebeveiliging

Gemeenten zijn net als andere organisaties uitermate kwetsbaar als het gaat om hun (digitale) dienstverlening. Deze kwetsbaarheid wordt versterkt doordat gemeenten bronhouder en bewerker zijn van veel privacygevoelige informatie. Het is dus van belang om privacybescherming en informatiebeveiliging goed op orde te hebben. De informatiebeveiliging binnen onze gemeente wordt tot en met 2025 geborgd vanuit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In 2025 wordt gewerkt aan de invoering van de beveiligingsrichtlijn NIS2, die overgaat in de Cyberbeveiligingswet. Organisaties die onder deze wet vallen krijgen te maken met: zorgplicht, meldplicht, registratieplicht en toezicht.  
Ten aanzien van informatiebeveiliging wordt in 2025 horizontale verantwoording (naar de gemeenteraad) en verticale verantwoording (naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken)  afgelegd.

5.6 Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - 5.6 Wet open overheid (Woo)

Sinds 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking getreden als vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Deze wet zal over een periode van 8 jaar gefaseerd worden uitgewerkt en doorgevoerd. De Woo kenmerkt zich door actieve en passieve openbaarmaking van overheidsinformatie.

Actieve openbaarmaking

De bepalingen over de actieve informatieplicht zijn nog niet in werking getreden. Dit gebeurt gefaseerd in de vorm van de onderstaande 4 tranches:

Tranche 0: Wetten, voorschriften, besluiten van algemene strekking. 
Tranche 1: Inzicht in de organisatie en werkwijze (taken, bevoegdheden en bereikbaarheid), Woo-verzoeken en -besluiten en verstrekte informatie.
Tranche 2: Agenda’s en besluitenlijsten van de hoogste bestuurlijke organen, adviezen, klachtoordelen, onderzoeksrapporten en convenanten, ontwerpen van wetten, andere algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking waarover extern advies is gevraagd.  
Tranche 3: Jaarplannen en jaarverslagen, beschikkingen, bij de gemeenteraad ter behandeling ingekomen stukken, verplichtingen tot verstrekking van subsidies. 

De informatie uit tranche 0 wordt in Eijsden-Margraten nu reeds actief op een centrale plek openbaar gemaakt. De overige informatiecategorieën uit tranches 1,2 en 3 worden nog niet structureel openbaar gemaakt. Deze tranches worden vanuit het Ministerie van BZK nog door werkgroepen voorbereid.  

De actieve openbaarmaking zal gaan plaatsvinden via een door het ministerie van BZK in stand te houden digitale infrastructuur. Doel is alle informatie van bestuursorganen die onder werking van de Woo actief geopenbaard dienen te worden, op een plaats aan te bieden, en daarmee vindbaar en doorzoekbaar te maken. Hiertoe is onze gemeente aangesloten op de landelijke Woo-index. Door middel van deze infrastructuur zal onze organisatie stapsgewijs via de gefaseerde wettelijke verplichting per informatiecategorie informatie hier actief openbaren.

Passieve openbaarmaking

Ook onder de Woo blijft het mogelijk een verzoek om publieke informatie in te dienen, de zogenaamde passieve openbaarmaking. Bij passieve openbaarmaking wordt op verzoek van de indiener bepaalde informatie openbaar gemaakt. Naast schriftelijke verzoeken kan een Woo-verzoek ook online worden ingediend. De gemeentelijke website is hierop ingericht. 

Contactpersoon Woo

Conform art. 4.7 van de Woo heeft de gemeente een contactpersonen (uitgevoerd door 2 personen) Woo aangesteld. Deze contactpersonen zijn gericht op het beantwoorden van vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie binnen de organisatie.

5.7 Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - 5.7 Rechtmatigheidsverantwoording

Vanaf 2023 moet het College van B&W een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese bestedingen bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. Het college van B&W is al staatsrechtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid. Voorheen was de accountant die hierover verslag uitbracht en het gesprek voerde met de gemeenteraad. Nu moet het college van B&W zelf een verantwoording opstellen, die opgenomen wordt in de jaarrekening. De gemeenteraad gaat hierover in gesprek met het College van B&W en kan zo zijn controlerende rol beter vervullen. De accountant geeft alleen nog maar een getrouwheidsoordeel af, dus ook over de rechtmatigheidsverantwoording.

Paragraaf 6: Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De gemeente Eijsden-Margraten heeft bestuurlijke en/of financiële belangen in een aantal verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen.

Een verbonden partij is een derde rechtspersoon, waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een verbonden partij of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de betreffende rechtspersoon en/of als de gemeente aangesproken kan worden door derden ingeval van financiële problemen bij de verbonden partij.

Deze verbonden partijen voeren beleid uit voor de gemeente. Uiteraard behoudt de gemeente Eijsden-Margraten beleidsmatige en financiële verantwoordelijkheden ten aanzien van deze partijen.

In de Nota Verbonden Partijen wordt het door de gemeente Eijsden-Margraten gevoerde beleid inzichtelijk gemaakt. Ook wordt ingegaan op de begrippen en juridische kaders waaraan verbonden partijen moeten voldoen.

De uitgangspunten voor deelname in een verbonden partij zijn uitvoerig vastgelegd in de Nota Verbonden Partijen. Belangrijke uitgangspunten zijn:

  • De gemeente participeert alleen in derde partij (verbonden partij) indien daarmee publiek belang gediend wordt.
  • De financiële gevolgen en mogelijke risico’s van deelname in een verbonden partij dienen inzichtelijk te worden gemaakt.

Voor meer inhoudelijke informatie wordt verwezen naar deze nota.

Onderstaande tabel toont de begrote bijdragen voor 2025 van de gemeente Eijsden-Margraten per verbonden partij.

Verbonden partijen bijdrage Eijsden-Margraten 2025
Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019 € 140.000
Centrumregeling verwerving Wmo ondersteuning Maastricht-Heuveland € 40.000
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Limburg € 1.929.601
Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz € 841.085
Gemeenschappelijke regeling subsidiëring ADV-Limburg € 15.830
Regionale samenwerking leerplicht en RMC, Maastricht en Mergelland € 188.643
Regionale samenwerking leerlingenvervoer € 385.000
Lichte Gemeenschappelijke regeling inzake de samenwerking afvalwater in zuidelijk Zuid-Limburg: de regio Maas en Mergelland n.v.t.
Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4 € 2.464.077
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg € 506.764
Grensoverschrijdende Gemeenschappelijke regeling Euregio Maas-Rijn n.v.t.
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg € 2.274.611
Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) € 567.000
Gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis” € 322.225
Vennootschappen en coöperaties
MTB Regio Maastricht N.V. € 1.690.448
Bodemzorg Limburg BV € 6.464
Waterleiding Maatschappij Limburg N.V. n.v.t.
Enexis Holding NV n.v.t.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV n.v.t.
Stichtingen en verenigingen
Stichting Podium24 € 265.000
Stichting Re-integratie inbesteding Maastricht Mergelland / Annex BV € 130.500
Overige verbonden partijen
Bank Nederlandse Gemeenten n.v.t.

Informatie partijen Programma 1: Kwaliteit van Leven

Terug naar navigatie - Informatie partijen Programma 1: Kwaliteit van Leven
1. Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019
Soort Overige verbonden partijen.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten in Zuid-Limburg. Gemeente Maastricht is centrumgemeente.
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van taken op het gebied van jeugdzorg (inkoop en backoffice).
Visie Profiteren van de al aanwezige administratieve slagkracht en knowhow van Maastricht.
Beleidsvoornemens Continueren.
Financieel belang Voor de uitvoeringskosten (€ 140.000) die wij aan gemeente Maastricht betalen wordt voor ruim € 5 miljoen per jaar aan zorg ingekocht.
Bestuurlijk belang Wethouder Piatek is lid van de stuurgroep Jeugdzorg.
Ontwikkelingen Inkoop jeugd wordt de komende jaren verder doorontwikkeld. Sinds 01-01-2024 is een  nieuw contract gestart van waaruit er een verdere doorontwikkeling binnen de segmenten plaatsvindt op sub-regionaal niveau.
Risico’s De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op jeugdzorg zijn open-eind-regelingen. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten. Financieel: beperkt risico faillissement zorgaanbieders. Dit wordt beperkt door monitoring van verstrekte voorschotten door Maastricht en evaluatie prestaties zorgaanbieders door inkoopteam Maastricht.
2. Centrumregeling Verwerving Wmo ondersteuning Maastricht-Heuvelland
Soort Overige verbonden partijen.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Maastricht, Valkenburg aan de Geul, Gulpen-Wittem, Meerssen en Vaals. Maastricht is centrumgemeente.
Openbaar belang Het gezamenlijk uitvoeren van taken op het gebied van Wmo (inkoop en backoffice).
Visie Het gezamenlijk optrekken en verdelen van de administratieve lasten en kennisdeling in de regio Maastricht Heuvelland met schaalvoordelen t.a.v. inkoop.
Beleidsvoornemens Continueren.
Financieel belang Voor de uitvoeringskosten (circa € 40.000) die wij aan gemeente Maastricht betalen wordt voor ruim € 750.000,- per jaar aan zorg ingekocht.
Bestuurlijk belang Wethouder Piatek is lid van het Pho Maastricht-Heuvelland.
Ontwikkelingen Niet specifiek, betreft continue functie.
Risico’s De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op wmo zijn open-eind-regelingen. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten. Financieel: beperkt risico t.a.v. faillissement zorgaanbieders. Dit wordt beperkt door monitoring van verstrekte voorschotten door Maastricht en evaluatie prestaties zorgaanbieders door inkoopteam Maastricht.
3. Gemeenschappelijke Regeling Gezondheidsdienst Zuid-Limburg (GGD Zuid Limburg)
Soort Gemeenschappelijke regeling.
Vestigingsplaats Heerlen.
Betrokken partijen Alle 16 gemeenten in Zuid-Limburg.
Openbaar belang Zorgdragen voor publieke gezondheid, toezicht op de kwaliteit Wmo, Jeugdgezondheidszorg, Veilig Thuis, ambulancezorg, GHOR, vangnetfunctie en crisiszorg verslaafden, dak- en thuislozen, sociaal medische advisering.
Visie In het regionaal gezondheidsbeleid is vastgelegd dat het onze ambitie is om de achterstand ten opzichte van de rest van het land binnen tien jaar met 25 procent in te lopen en zo daadwerkelijk een Trendbreuk te realiseren. Om de trend daadwerkelijk te kunnen breken, is een aantal fundamentele keuzes gemaakt die tot een nieuwe aanpak moeten leiden, zoals: commitment om meerjarig werk te maken van de Trendbreuk, het smeden van allianties op zowel provinciaal- als rijksoverheidsniveau en focus en massa maken. De focus wordt gelegd op de periode vanaf de kinderwens en zwangerschap tot en met de periode waarin mensen jong volwassen zijn (van kinderwens tot kinderwens). De Trendbreuk is breder dan de focus op deze cyclus, want op andere beleidsterreinen liggen eveneens kansen om de gezondheidsachterstand in te lopen. De GGD is een belangrijke partner in de realisatie van het gezondheidsbeleid.
Beleidsvoornemens Uitvoeren van het meerjarenbeleidsplan 2024-2027.
Financieel belang Het totaal van alle gemeentelijke bijdragen aan de GGD in 2025 bedraagt:
Programma Regio
Programma GGD 9.947.291
Progr.Jeugdgezondheidszorg 21.008.542
Programma Veilig Thuis 7.528.484
RVP 1.299.000
Totaal 2024 39.783.317
Het aandeel van de gemeente Eijsden-Margraten hierin bedraagt € 1.929.601,-. Begin 2025 bedraagt het eigen vermogen € 1.739.708 en het vreemd vermogen € 36.190.680.
x € 1.000 2024 2025
eigen vermogen 1.739 1.739
vreemd vermogen 36.190 36.190
verwacht resultaat 0
Bestuurlijk belang In het algemeen bestuur wordt de gemeente Eijsden-Margraten vertegenwoordigd door wethouder Piatek.  Het Algemeen Bestuur van de GGD Zuid Limburg bestaat uit één bestuurslid per deelnemende gemeente en één plaatsvervangend lid. Als lid van het Algemeen bestuur kunnen slechts worden aangewezen leden van het college van de gemeenten. Besluitvorming vindt plaats via gewogen stemmen, gerelateerd aan het inwoneraantal
Ontwikkelingen De GGD heeft zowel te maken met een bezuinigingstaakstelling als met veranderingen in het sociaal domein.  Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorg Akkoord (IZA) zijn nieuwe landelijke ontwikkelingen die een veranderende rol vragen van de GGD. Ook de doorontwikkeling van Trendbreuk en de trendbreukopgave zelf, de versterking van infectieziektebestrijding pandemische paraatheid (VIPP), de inrichting van een gezonde leefomgeving en de versterking van de kennis- en adviesfunctie zijn opgaven die in de toekomst veel van de GGD zullen vragen. Dat brengt een nieuwe rol en positie van de GGD. Naast het uitvoeren van de wettelijke taken, krijgt de GGD de rol van procesregisseur, die namens de 16 Zuid-Limburgse gemeenten het voortouw neemt in deze ontwikkelingen. Daarvoor is een eigentijdse en solide GGD nodig. De extra externe middelen hiervoor zijn in deze begroting 2025 verwerkt. Weerstandsvermogen / Meerjarenbeleidsplan 2024 -2027.
Risico’s Bij uittreden of opheffing participeert de gemeente in de aanwezige schulden en kosten van liquidatie. Verliesbijdrage naar rato inwonertal. Zie risicoparagraaf jaarrekening. Belangrijk: Door de deelnemende gemeenten is gekozen om geen weerstandsvermogen op te bouwen bij de GGD. Mogelijke verliesbijdragen worden naar rato inwoneraantal door de gemeenten gedragen.
4. Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Sittard-Geleen.
Betrokken partijen 30 gemeenten in Limburg (Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg, Venlo, Venray, Voerendaal en Weert).
Openbaar belang Het bevorderen van openbaar vervoer (op maat) ten behoeve van de inwoners van de deelnemende gemeenten in het algemeen, en bewoners met een WMO indicatie in het bijzonder. Zorg dragen voor een goede uitvoering van collectief en individueel vervoer van die reizigers, die aangewezen zijn op één van de door de gemeenten te behartigen vormen van doelgroepenvervoer.  Vooralsnog beperkt dit vervoer zich tot het regiotaxi-vervoer, gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Visie Het voorzien in goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer.
Beleidsvoornemens Continueren.
Financieel belang Bijdrage in de exploitatie voor 2025 is begroot op € 841.085. Ultimo 2025 bedraagt het eigen vermogen € 918,4
x € 1.000 1-1-2025 31-12-2025
eigen vermogen 925 918
vreemd vermogen 5.575 5.117
verwacht resultaat    € 0 0
Bestuurlijk belang Bestuurlijk belang: Wethouder Piatek maakt deel uit van het algemeen bestuur. De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden. De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen Tekorten aan personeel in de vervoerssector; de grillige ontwikkeling van de vervoersvraag (verbruik gemeente Eijsden-Margraten ligt bovengemiddeld hoog vergeleken met andere gemeenten), groeiende zorgbehoefte bij klanten waardoor dienstverlening meer tijd kost, ontwikkelingen in het openbaar vervoer waardoor de afstand van OV tot de voordeur groter wordt, dit werkt de ambitie van Omnibuzz om het OV te stimuleren tegen.
Risico’s De regelingen op grond waarvan aanspraak bestaat op doelgroepenvervoer zijn open-eind-regelingen. Daarmee is een overschrijding van de kosten niet uit te sluiten.
5. MTB Regio Maastricht N.V.
Soort Vennootschap.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Maastricht en Meerssen.
Openbaar belang Uitvoering (en afbouw) "oude" Wet Socoale Werkvoorziening voor de drie deelnemende gemeenten alsook diverse buitengemeenten. Leerwerkbedrijf voor de brede doelgroep Participatiewet van de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten. Uitvoeringsorganisatie arbeidsmatige dagbesteding voor de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten.
Visie In opdracht van de gemeenten ondersteunt MTB inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt actief bij het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt. Van oorsprong betreft het een uitvoeringsorganisatie voor de Wet Sociale Werkvoorziening maar inmiddels ook voor de brede doelgroep Participatiewet. Dit gebeurt in hoofdzaak door mensen een leer-werktraject aan te bieden, onder zo regulier mogelijke omstandigheden en zo mogelijk bij reguliere bedrijven. Zo kunnen mensen zich ontwikkelen en zelf hun arbeidsmarktkansen vergroten.
Beleidsvoornemens Organisatie omvormen naar een mens ontwikkel bedrijf.
Financieel belang De gemeenten Eijsden-Margraten, Maastricht en Meerssen zijn aandeelhouder van MTB. Het belang van Eijsden-Margraten in het geplaatste kapitaal (99 aandelen) is 11% met een verkrijgingsprijs van € 4,950,-. Door de gemeente Maastricht is aan de MTB een achtergestelde renteloze lening verstrekt ter grootte van € 12.100.000 (nominale waarde) onder zekerheidstelling van het eerste recht van hypotheek op de panden van de MTB. Het aandeel van de gemeente Eijsden-Margraten in deze gegarandeerde kasgeldlening bedraagt € 1.331.000. Voor deze zekerheidsstelling is een voorziening gevormd. De stand van deze voorziening bedraagt € 787.003 per 31-12-2023. Dit volstaat op basis van de thans geldende inzichten rekening houdende met de boekwaarde van de gebouwen van de MTB. De begrote bijdrage 2024 voor de gemeente Eijsden-Margraten bedraagt € 1.388.187,-.
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder Financiën, wethouder Gerritsen, heeft zitting in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders MTB en heeft daarbij formeel stemrecht.
Ontwikkelingen Er is onderzoek verricht door de  MTB naar de bedrijfseconomische houdbaarheid. In dit verband is ook gekeken naar de participatieketen. Het rapport is inmiddels klaar. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen tot een nieuw mens ontwikkelbedrijf. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2025.
Risico’s De taken die MTB voor de gemeenten uitvoert, zijn onderhevig aan veranderingen als gevolg van gewijzigd rijksbeleid. Een wijziging van taken brengt uiteraard ook gevolgen voor de organisatie en bedrijfsvoering met zich mee. De gemeenten hebben hier lang niet altijd (voldoende) invloed op, terwijl ze uiteindelijk wel financieel verantwoordelijk zijn. Het risico bestaat dan ook dat autonome ontwikkelingen een negatief effect hebben op het resultaat van MTB en daarmee op het kostenaandeel van de gemeenten.
6. Stichting Podium24
Soort Stichting.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Uitvoering van de regionale werkgeversdienstverlening, vraaggericht en aanbodgeschikt.
Visie In opdracht van de gemeenten verbindt Podium24 vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De organisatie verstevigt de samenwerking tussen het bedrijfsleven en gemeentelijke partijen en fungeert daarbij als centraal aanspreekpunt. Primair staat hierbij de werkgeversvraag centraal, maar ook worden nadrukkelijk werkzoekenden aan het werk geholpen, waardoor voor de gemeenten schadelastbeperking (besparing op de uitkeringen) wordt gerealiseerd. Daarbij heeft Podium24 speciale aandacht voor de (gemeentelijke) doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt waarmee tevens de werkgever geholpen wordt diens maatschappelijke verantwoordelijkheid in te vullen.
Beleidsvoornemens Podium24 is hét werkgeversservicepunt voor de regio Maastricht-Heuvelland en daarbij verantwoordelijk voor de plaatsing van inwoners op (zo) regulier (mogelijk) werk. Vanuit het uitgangspunt van een ‘vraaggerichte en aanbodgeschikte dienstverlening’ ligt hier voor Podium24 een belangrijke taak ten aanzien van het aanbodgeschikt maken van de werkgeversvraag. Dit in nauwe samenwerking met SEM die verantwoordelijk is voor het vraaggeschikt maken van het aanbod (van werkzoekenden).
Financieel belang De bijdrage in de uitvoering van de arbeidsmarkttoeleiding (groeibanen, loonkosten- en uitstroomsubsidies) inclusief aandeel in de schadelastbeperking voor 2024 is begroot op €265.000  (€ 100.000 voor begeleiding en fees en € 165.000 voor loonkostensubsidies).
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder sociale zekerheid en arbeidsmarkt (wethouder Piatek) heeft zitting in het bestuur van Stichting Podium24. Dit stichtingsbestuur ziet toe op de uitvoeringsorganisatie als ware het het Dagelijks Bestuur.
Ontwikkelingen Podium24 is gestart per 1 januari 2016. Daarbij is een herverdeling van taken afgesproken met de andere uitvoeringsorganisaties langs de routing die de burger doorloopt; diagnose-plaatsing-ontwikkeling. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2025.
Risico’s Het verdienmodel van Stichting Podium24 bestaat uit opbrengsten uit de markt, het aandeel in Podium24 BV, opbrengsten vanuit de werkzaamheden voor de gemeenten (inclusief een aandeel in de schadelastbeperking) en opbrengsten vanuit detachering van eigen medewerkers naar Podium24 BV en SEM. Het risico bestaat dat opbrengsten (om uiteenlopende redenen) tegenvallen, wat uiteraard gevolgen heeft voor het resultaat van de stichting. Het wordt weliswaar niet verwacht, maar mocht een exploitatietekort zich in de toekomst onverhoopt voordoen, dan komt dit (conform vastgestelde statuten) allereerst ten laste van de financiële reserves van Stichting Podium24. Indien deze reserves ontoereikend zijn, dan wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedragen volgens de afgesproken verdeelsleutel SEM. Hierbij moet worden opgemerkt dat aanpassing van die verdeelsleutel SEM dus ook doorwerkt in geval van een eventueel tekort bij Podium24.
7. Stichting Re-integratie inbesteding Maastricht Mergelland / Annex BV
Soort Stichting.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Uitvoering van praktijk- en aanvullende diagnostiek in het kader van re-integratie voor de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten. Dit middels een quasi in house constructie. Het betreft in hoofdzaak het Transferium Werk en Bijstand (TWB), daarnaast andere diagnostische activiteiten en aanvullende testen alsmede de werkleiding van het Buurtteam Eijsden-Margraten.
Visie Vanuit de ‘work first’ aanpak, die de zes Maastricht-Heuvellandgemeenten voorstaan, wordt iedere burger die een beroep doet op ondersteuning bij werk en inkomen al vanaf het eerste contact geconfronteerd met werk. (Zo) regulier (mogelijk) werk gaat immers boven een uitkering. In dit kader kan ook Annex / het TWB worden ingezet. Hierin komen mensen meteen in een reële werkomgeving (geen simulatie) terecht en kunnen zij hun werknemers- en vakvaardigheden onderhouden en ontwikkelen. Ook wordt aan de hand van het werk in het TWB de diagnose gesteld, op grond waarvan samen met de consulent het verdere re-integratietraject kan worden bepaald.
Beleidsvoornemens De verdiepende diagnose vindt plaats in een praktijkomgeving, bij voorkeur bij reguliere werkgevers. Als dat geen optie is, wordt het TWB binnen de infrastructuur van MTB georganiseerd, waardoor ook de samenwerkingspartners en joint ventures van MTB kunnen worden ingezet. De medische en arbeidskundige diagnostiek alsmede aanvullende testen worden door Annex uitgevoerd.
Financieel belang De bijdrage in de uitvoering van de praktijkdiagnostiek in het kader van re-integratie (TWB, diagnostiek en Buurtteam) voor 2024 is begroot op € 140.000.
Bestuurlijk belang De portefeuillehouder sociale zekerheid en arbeidsmarkt (wethouder Piatek) heeft zitting in het bestuur van BV Annex alsook het bestuur van SRIMM. De portefeuillehouder vertegenwoordigt daarbij (vooralsnog) ook de (voormalige Pentasz) gemeenten Gulpen-Wittem, Meerssen en Vaals. Dit bestuur ziet toe op de beheersstichting alsook de uitvoeringsorganisatie als ware het het Dagelijks Bestuur.
Ontwikkelingen Bij het regionaal collegebesluit tot omvorming van MTB en een andere organisatie van de re-integratieactiviteiten in juli 2015 is o.a. besloten om SRIMM en Annex BV op te heffen. Tevens is besloten om de diagnostische functionaliteiten over te brengen van Annex BV naar MTB. In 2022 is opdracht gegeven om de MTB, Podium24 en Annex juridisch samen te voegen. De businesscase wordt momenteel uitgewerkt; besluitvorming zal, naar verwachting, plaatsvinden in 2025.
Risico’s De ontwikkelingen ten aanzien van de positionering van Annex BV hebben mogelijk gevolgen voor het takenpakket en daarmee het exploitatieresultaat van MTB. Daar waar Annex een organisatie van de zes gemeenten in de regio Maastricht-Heuvelland is, is MTB de financiële verantwoordelijkheid van slechts drie van die gemeenten. Het risico bestaat dan ook dat een herpositionering van Annex die door allen gewenst is vanuit regionale samenwerkingsoptiek, mogelijk financiële gevolgen (nadelig dan wel voordelig) met zich mee brengt voor de helft van die gemeenten. Dit wordt uiteraard in beeld gebracht bij de definitieve besluitvorming.
8. Gemeenschappelijke regeling subsidiëring ADV-Limburg
Soort Gemeenschappelijke regeling, gemeente Maastricht is centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert.
Openbaar belang Antidiscriminatievoorziening Limburg heeft de Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) status en is de professionele partner voor 27 Limburgse gemeenten in het handhaven van artikel 1 van de grondwet. Namens die gemeenten voert de Antidiscriminatievoorziening Limburg sinds 2009 de taken uit de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen uit.
Visie ADV Limburg draagt bij aan het voorkómen van discriminatie en ongelijke behandeling, via onder meer voorlichtings- en preventieactiviteiten. Dat doen ze voor én vooral met gemeenten, politie, scholen, bedrijven en instanties in Limburg. Zo willen zij een bijdrage leven aan een veilige, leefbare en aangename Limburgse samenleving, in al haar diversiteit.
Beleidsvoornemens Mensen en organisaties die willen weten hoe ze moeten omgaan met discriminatie vanuit hun beroep, bedrijf of instelling, kunnen bij ADV Limburg terecht voor informatie en advies. “Antidiscriminatievoorziening Limburg is de vanzelfsprekende plek waar individuen, bedrijven en instellingen terecht kunnen met klachten over discriminatie. Maar ook met alle vragen over dit thema. Of voor alleen een luisterend oor. Door het verzamelen en bundelen van alle ervaringen, zetten wij discriminatie op de agenda. Van je werkgever, van je buurman, van de media, van de politiek.”
Financieel belang De subsidiebaten van ADV Limburg in 2023 betreffen reguliere subsidie gemeente Maastricht, reguliere subsidie gemeente Roermond en subsidie Maastricht VR Project implementatie en bedragen € 533.237. De gemeente Maastricht vervult voor de gemeenten in Zuid-Limburg hierin de rol van centrumgemeente. De Stichting bestaat voornamelijk uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Het resultaat in 2023 bedroeg +/+ € 13,2. Het positieve resultaat is ten gunste van de overige reserve gebracht.
x € 1.000 1-1-2023 31-12-2023
eigen vermogen 221 235
te bestemmen resultaat +/+ 13,2
vreemd vermogen 102 103
Bestuurlijk belang De wethouder (wethouder Piatek) heeft hierin geen formele rol.
Ontwikkelingen Aan het Regionaal Discriminatie Overleg (RDO) nemen portefeuillehouders en contactpersonen discriminatie van politie-eenheid Limburg, het Openbaar Ministerie (OM) arrondissementsparket Limburg, gemeenten Roermond en Maastricht en ADV Limburg deel. Het overleg vindt twee maal per jaar plaats en bestaat uit een zaakinhoudelijk deel en een strategisch deel (met ambtelijk vooroverleg). Tijdens het zaakinhoudelijke deel worden de meldingen en aangiften van discriminatie, of met een discriminatieaspect, in Limburg besproken. Doel van dit overleg is het uitwisselen van informatie om een juiste aanpak en afhandeling van de meldingen en aangiften te bespreken. Door het periodieke contact met de politie is er voldoende vertrouwen ontstaan om vanaf 2018 een slag te maken met het geven van voorlichting aan het korps door ADV Limburg.
Risico’s ADV Limburg voert voor de gemeente Eijsden-Margraten de taken uit de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen uit. Financieel dienen de deelnemende gemeente mogelijke tekorten op te vangen echter is de algemene reserve groot genoeg om het risico op te vangen. Het risico op een extra bijdrage, bovenop de reguliere, is zeer gering.
9. Regionale samenwerking leerplicht en RMC, Maastricht en Mergelland
Soort Gemeenschappelijke regeling, gemeente Maastricht is centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Doel van de leerplichtwet is te waarborgen dat jongeren in de Gemeente Eijsden-Margraten onderwijs volgen en gebruik maken van hun recht op onderwijs. Door regionale samenwerking ontstaat ruimte voor kwaliteitsverbetering, het toezicht op het handhaven van de leerplicht wordt eenduidiger en meer direct en de continuïteit van de uitvoering van de functie is gewaarborgd.
Visie Voor scholen en instellingen is er één adres waar gemeld moet worden, ze worden meer betrokken in het verdere proces en zien sneller resultaat van hun melding.
Beleidsvoornemens Continueren.
Financieel belang Er is sprake van een vergoeding voor de kosten voor het personeel op basis van een vooraf vastgestelde kostprijs en formatieberekening. Besluitvorming betreft een bevoegdheid van de raden van de deelnemende gemeenten, het portefeuillehoudersoverleg adviseert hierin. De begrote kosten voor gemeente Eijsden-Margraten voor 2024 bedragen € 188.643,-.
Bestuurlijk belang Geen formele rol (wethouder Piatek).
Ontwikkelingen Voortdurende doorontwikkeling van de volgende taken: sluitende aanpak kwetsbare jongeren naar mbo en arbeid. Attitude maatwerk, preventie in de keten. Snelle reparatie op maat, effectieve verbindingen op het snijvlak van voortgezet onderwijs, middelbaar onderwijs, passend onderwijs, Jeugdwet en Participatiewet.
Risico’s Lichte vorm van een gemeenschappelijke regeling. Beleidsuitgangspunten, begroting en jaarrekening worden in gezamenlijk overleg jaarlijks vastgesteld.
10. Regionale samenwerking leerlingenvervoer
Soort Gemeenschappelijke regeling, gemeente Maastricht is centrumgemeente.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul.
Openbaar belang Leerlingenvervoer is bedoeld voor kinderen die niet zelf naar school kunnen. Bijvoorbeeld door een handicap of doordat de school ver weg ligt. Het kan gaan om een leerling van een basisschool, het (voortgezet) speciaal onderwijs of een gehandicapte leerling van een reguliere basisschool of het voortgezet onderwijs. Leerlingen uit de deelnemende gemeenten kunnen gebruik maken het leerlingenvervoer.
Visie Samenwerking leidt niet alleen tot kostenbesparing, maar ook tot meerwaarde voor leerlingen. Zo leidt efficiëntie in rijtijden tot minder lange ritten.
Beleidsvoornemens Continueren.
Financieel belang Er is sprake van een vergoeding van de kosten voor het personeel waarbij het aantal afgegeven beschikkingen de maatstaf is en een vergoeding voor de praktische uitvoering van het leerlingenvervoer waarbij het aantal aan een vervoersvoorziening deelnemende leerlingen de maatstaf is. De begrote kosten voor gemeente Eijsden-Margraten 2024 bedragen € 325.000,- (vervoerskosten) en € 58,845,- (kantoorkosten).
Bestuurlijk belang Geen formele rol (wethouder Piatek).
Ontwikkelingen Voortzetten van de standaard taken.
Risico’s De bijdrage hangt samen met het gebruik van het leerlingenvervoer. Hierin schuilt een financieel risico.

Informatie partijen Programma 3: Duurzaamheid en Klimaatverandering

Terug naar navigatie - Informatie partijen Programma 3: Duurzaamheid en Klimaatverandering
1. Lichte Gemeenschappelijke regeling inzake de samenwerking afvalwater in zuidelijk Zuid-Limburg: de regio Maas en Mergelland
Soort Gemeenschappelijke regeling.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen Waterschapsbedrijf Limburg en Limburgse gemeenten.
Openbaar belang Doelmatige en duurzame sanering van ongezuiverde lozingen van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied. Gemeenten hebben zorgplicht voor bewoners in het buitengebied die niet op riolering zijn aangesloten. Ze dienen deze een IBA (individuele behandeling afvalwater) aan te bieden. WBL heeft als zuiveraar taak om beheer en onderhoud van IBA’s te verrichten.
Visie De inzameling (en verwerking) van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied dient op duurzame en efficiënte wijze te gebeuren.
Beleidsvoornemens Niet van toepassing.
Financieel belang Niet van toepassing.
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen In de regio worden momenteel plannen uitgewerkt met als doel samenwerking in de (afval)waterketen. Deze samenwerking wordt van overheidswege gestimuleerd. Samenwerking in de afvalwaterketen is een noodzaak om de drie doelstellingen (3 K’s) kostenvermindering, kwaliteitsverbetering en vermindering kwetsbaarheid te realiseren.
Risico’s De gemeente is eigenaar van de aangelegde IBA’s en een eventuele vervanging is voor rekening van de gemeente. De kosten worden dan gedekt uit het vGRP. Het onderhoud wordt uitgevoerd door WBL.
2. Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten RD4
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Heerlen.
Betrokken partijen De gemeenten Eijsden-Margraten, Beekdaelen, Brunssum, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Vaals en Voerendaal.
Openbaar belang Het verzorgen van de inzameling en verwerking van afvalstromen voor diverse gemeenten. Het beheren van milieuparken in deelnemende gemeenten, het verzorgen van straatreiniging, transport, kringloopactiviteiten en gladheidbestrijding. Daarnaast het adviseren van gemeenten bij hun afvalbeleid.
Visie Speerpunten voor 2025 zijn verdergaande communicatie- en motivatieprojecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities.
Beleidsvoornemens Landelijke ontwikkelingen De beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van de overheid zijn vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) en het bijbehorende VANG-programma. In LAP3 wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstoffenstromen. LAP3 geeft ook antwoord op de vraag: wanneer is iets afval of een secundaire grondstof? Bronscheiden is opgenomen als voorkeursroute. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en dat iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Grondstoffenplan 2022-2026 In 2022 is gestart met de uitvoering van het Grondstoffenplan 2022-2026. Speerpunten voor 2025 zijn verdergaande communicatie- en motivatieprojecten om afvalscheiding verder te stimuleren conform de gestelde ambities. Een belangrijk onderdeel is de nieuwe app die momenteel in ontwikkeling is. Hiermee kunnen we interactief met onze burgers communiceren. De ontwikkeling van deze app is in samenwerking met de gemeenten Maastricht, Meerssen en Valkenburg geïnitieerd. Intrinsieke motivatie van burgers om deel te nemen aan een circulaire economie en verbetering van de kwaliteit van de grondstoffen zijn speerpunten van de plannen. Daarnaast zullen er campagnes gestart worden om dumpingen bij ondergrondse afvalcontainers tegen te gaan en zullen eventuele mogelijke investeringen gedekt worden uit de resultaten van het beter scheiden van afval.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2025  31-12-2025
eigen vermogen 3.629 4.226
vreemd vermogen 45.176 48.189
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen M.i.v. 1 januari 2014 is de gemeente Eijsden-Margraten toegetreden tot de GR Reinigingsdiensten Rd4. De inwoners van onze gemeente kunnen hun afval kwijt bij twee milieuparken; in Margraten en in Rijckholt. Uitgangspunt is dat in alle Rd4-gemeenten gestart wordt met de invoering van nieuw afvalbeleid. Belangrijk punt blijft het terugdringen van de hoeveelheid restafval per inwoner. Doelstelling is < 100kg afval per persoon per jaar. Dit is in Eijsden-Margraten al, als enige gemeente van de GR, gerealiseerd.
Risico’s Het financiële risico is beperkt aangezien er weerstandsvermogen is opgebouwd om risico’s te dekken.
3. Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Limburg (voorheen RUD Zuid_Limburg)
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen De provincie Limburg en 16 andere gemeenten in de regio Zuid-Limburg.
Openbaar belang Uitvoering van de gemeentelijke milieutaken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving conform het Besluit Omgevingsrecht (BOR).
Visie De missie en visie van de organisatie zijn recentelijk opnieuw geformuleerd in het Koersdocument dat eind 2017 is vastgesteld door het algemeen bestuur en luiden als volgt:  Missie: “Wij als RUD Zuid-Limburg werken samen met onze partners aan de totstandkoming van een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit".  Visie: “Wij zijn voor onze opdrachtgevers de gezaghebbende milieu-autoriteit en wij bieden meerwaarde door bundeling van specialistische kennis, een goede kennis van de lokale situatie, een efficiënte bedrijfsvoering en continuïteit van dienstverlening“.  In deze missie en visie komen tot uiting dat de RUD Zuid Limburg zich richt op aspecten van veiligheid naast omgevingskwaliteit, daarbij actief samenwerkt met de deelnemers en externe partners, meerwaarde wil bieden door expertise op het gebied van (complexe) milieutaken en met oog voor de lokale problematiek. De kernwaarden voor de organisatie zijn: flexibel, professioneel, deskundig, dienstverlenend, betrokken en samenwerkingsgericht.
Beleidsvoornemens Toekomstagenda 2021- 2025 Al eerder, in 2020, hebben wij onderkend dat het nodig is om in te zetten op een door ontwikkeling (transformeren) van de RUD Zuid-Limburg. Eind 2020 heeft het algemeen bestuur daartoe het strategisch document voor de periode 2021 - 2025, de Toekomstagenda', vastgesteld. In 2021 zijn wij gestart met het gefaseerd oppakken van de zeven thema's uit de Toekomstagenda, zijnde: 1.    Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; 2.    Een verkennende pilot verdergaande samenwerking gemeenten - RUD Zuid-Limburg starten, op voorwaarde van voldoende interesse; 3.    Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnen de dienst; het inrichten en inbedden van een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en leden Provinciale Staten; het versterken van relatiemanagement; 4. Positionering/zichtbaarheid van de dienst; 5. Interne ontschotting, om de organisatie nog integraler, efficiënter en effectiever te maken, ook richting invoering van de Omgevingswet; 6. Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; 7. RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum.
De start van de uitwerking van het thema 'RUD als kenniscentrum' is gepland voor het eerste half jaar 2022. Het versterken van de kennisinfrastructuur, de -ontwikkeling en -deling van omgevingsdiensten is essentieel voor het toekomstproof maken van de omgevingsdiensten. Het voorstel vanuit de commissie Van Aartsen is om de kennisinstituten Omgevingsdienst NL (vereniging van directeuren van omgevingsdiensten) en BRZO+ (samenwerkingsverband overheidsinstanties m.b.t. de uitvoering van het Besluit risico's zware ongevallen) te versterken. De thema's 'Groeien naar partnerschap' en 'Interne ontschotting' bevinden zich in de implementatiefase. Het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap' staat gepland om einde eerste kwartaal 2023 te zijn geïmplementeerd.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2025  31-12-2025
eigen vermogen 1.089 989
vreemd vermogen 2.508 1.623
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen De opgaven voor onze organisatie laten zich als volgt samenvatten: het zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH'-keten op orde is.
Risico’s Reguliere risico’s doen zich regelmatig voor en zijn over het algemeen goed meet- en beheersbaar. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het adequaat inrichten van de administratieve organisatie en de interne controle. Strategische risico’s zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar. De kans dat het risico zich voordoet is vaak klein maar de financiële gevolgen kunnen groot zijn. Dergelijke risico’s kunnen samenhangen met rijksbrede bezuinigingen, onvoorziene kostenstijgingen, productiviteitsverlies en veranderingen in de vraag. Op basis van de gemeenschappelijke regeling wordt weerstandsvermogen opgebouwd. De opbouw van weerstandsvermogen is vastgelegd in artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling en het beleid aangaande het weerstandsvermogen is bepaald in de beleidsnota Weerstandsvermogen die is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 8 oktober 2014. Bij de risico inventarisatie is het gewenste weerstandsvermogen berekend op € 562.252. Het weerstandsvermogen zegt iets over het vermogen van de  RUD om de gevolgen van niet-begrote strategische risico’s op te vangen zonder ingrijpende maatregelen in de eigen bedrijfsvoering te moeten nemen.
4. Bodemzorg Limburg BV
Soort Vennootschap.
Vestigingsplaats Maastricht Airport.
Betrokken partijen Bodemzorg Limburg bestaat als zelfstandige organisatie met de gemeenten in Limburg als aandeelhouders.
Openbaar belang Het vinden van duurzame oplossingen voor gesloten stortplaatsen en andere verontreinigde locaties. Daarbij dient als uitgangspunt dat de nieuwe activiteiten het duurzaamheidsbeleid van de overheid ondersteunen.
Visie Bodemzorg Limburg is permanent op zoek naar mogelijkheden om gesloten stortplaatsen een maatschappelijk verantwoorde functie te geven. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de nieuwe activiteiten het beleid van de overheid ondersteunen.
Beleidsvoornemens Niet van toepassing.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2025  31-12-2025
eigen vermogen 6.380 8.859
vreemd vermogen 1.147 672
Bestuurlijk belang De gemeente Eijsden-Margraten is als aandeelhouder vertegenwoordigd door wethouder Gerritsen.
Ontwikkelingen In samenwerking met de gemeente Eijsden-Margraten wordt onderzocht of het mogelijk is om op Het Tiende Vrij in Eijsden een parcours aan te leggen voor mountainbikers. Er is inmiddels een onderzoek afgerond naar de natuurwaarden van deze locatie. De provincie Limburg heeft dit onderzoek beoordeeld en heeft geconstateerd dat de aanleg van de mountainbikeroute niet strijdig is met de voorwaarden die in de Natuurbeschermingswet worden gesteld, mits een aantal specifieke maatregelen in acht wordt genomen.
Risico’s Het financiële risico is zeer beperkt.
5. Grensoverschrijdende Gemeenschappelijke regeling Euregio Maas-Rijn
Soort Gemeenschappelijke regeling.
Vestigingsplaats Eupen (België).
Betrokken partijen Duitstalige Gemeenschap, Beek, Beekdaelen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Roerdalen, Roermond, Simpelveld Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal, Provincie Limburg (BE), Provincie Luik, Region Aachen Zweckverband.
Openbaar belang De kerntaak van de EGTS bestaat erin de samenwerking tussen de partnerregio's te vereenvoudigen en te intensiveren ten behoeve van een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het gebied zonder binnengrenzen en om het dagelijkse leven van de burgers in alle levensomstandigheden te vergemakkelijken. De EGTS ziet zich als platform ter bundeling van taken, als bemiddelaar om de economische, sociale en territoriale cohesie te bevorderen zonder echter de plaats te willen innemen van de bestaande bevoegde autoriteiten.
Visie Niet van toepassing.
Beleidsvoornemens Niet van toepassing.
Financieel belang Niet van toepassing.
Bestuurlijk belang Het bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende regiogemeenten.
Ontwikkelingen De EGTS kan activiteiten ontplooien, programma’s en projecten uitwerken en implementeren, alsmede financiële middelen aanvragen.
Risico’s Niet van toepassing.

Informatie partijen Programma 5: Bestuur en dienstverlening

Terug naar navigatie - Informatie partijen Programma 5: Bestuur en dienstverlening
1. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Maastricht.
Betrokken partijen 16 Gemeenten in Zuid-Limburg, brandweer en Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).
Openbaar belang Het realiseren van een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke bevolkingszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Visie “De zorg voor veiligheid binnen de samenleving blijft bij de Veiligheidsregio Zuid-Limburg voorop staan. Daarom richten we ons op het zo goed mogelijk bestrijden van incidenten, rampen en crises en op het verminderen van risico’s. We leren van incidenten en passen waar nodig de werkwijze aan, zodat we burgers, bedrijven en instellingen in Zuid-Limburg nog beter kunnen (be)dienen.”
Beleidsvoornemens Zie ontwikkelingen.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2025  31-12-2025
eigen vermogen 6.785 6.579
vreemd vermogen 65.726 68.631
Bestuurlijk belang Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende regiogemeenten.
Ontwikkelingen De vijf thema’s binnen het samenhangende stelsel van brandweerzorg zullen zoals aangegeven de thema’s binnen de bestuurlijke dialoog gaan vormen. De relevante ontwikkelingen in de nabije toekomst worden onderstaand per thema verder toegelicht. Risicoprofiel en risicobeheersing In het regionaal crisisplan staan alle maatregelen in het kader van voorkomen van risico’s in gezamenlijkheid omschreven worden. Het plan beschrijft (op basis van artikel 16 Wet veiligheidsregio) hoe de crisisorganisatie bij een incident of crisis functioneert. Het regionaal crisisplan omvat: • een beschrijving van de crisisorganisatie en de alarmering hiervan; • de verantwoordelijkheden; • de taken; • de bevoegdheden. Het doel van de crisisorganisatie is: • het leveren van adequate noodhulp aan burgers, bedrijven en betrokkenen; • het bieden van leiding en coördinatie aan operationele eenheden die de ramp of crisis bestrijden; • zo snel mogelijk communiceren van relevante feiten zodat de samenleving (zelf)redzaam kan zijn; • zo snel mogelijk terug te keren naar de ‘normale’ situatie door een (voorbereide) gecoördineerde nafase. Dekkingsplan In het vigerende dekkingsplan staan de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die de brandweer nodig heeft om aan de opkomsttijden te voldoen.  Gebiedsgerichte opkomsttijden: Er wordt landelijk gewerkt aan het project RemBrand. Belangrijke (tussen)uitkomsten van dit project zijn de beweging naar de voorkant van de veiligheidsketen (voorkomen van brand door risicobeheersing) en de introductie van gebiedsgerichte opkomsttijden. Met name de gebiedsgerichte opkomsttijden -waarbij afhankelijk van de risico’s en de genomen risicobeheersingsmaatregelen ook bezien wordt of en in welke mate de opkomst flexibeler kan zijn- biedt mogelijkheden om de (kwaliteit van de) brandweerzorg in de regio opnieuw te modelleren. Daaruit vloeien voorstellen voort om de opkomsttijden van objectgebonden naar gebiedsgericht aan te passen en voor gebieden andere opkomsttijden te gaan hanteren. Een andere opkomsttijd voor een gebied betekent een andere basis voor modellering. Een van de effecten van gebiedsgerichte opkomsttijden kán zijn dat andere locaties van kazernes noodzakelijk zijn om het niveau van brandweerzorg te realiseren. Bestuurlijk is inmiddels de ontwikkeling van gebiedsgerichte opkomsttijden omarmd. Het veiligheidsberaad heeft er op 18 maart 2019 mee ingestemd en de minister verzocht de gewenste aanpassingen ook in het besluit veiligheidsregio’s te verwerken. De aanpassingen van dat besluit als uitwerking van de Wet veiligheidsregio’s is niet eerder voorzien dan dat de evaluatie van de Wet veiligheidregio’s heeft plaatsgevonden. Dan kunnen de uitkomsten van deze evaluatie ook verwerkt worden in een nieuw besluit. Het rapport van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio´s is december 2020 opgeleverd. Voor de opkomsttijden stelde het rapport een nieuwe methodiek voor, de ‘gebiedsgebonden opkomsttijd’, die gold als alternatief voor de wettelijke opkomsttijd. Hoewel het rapport een uniforme norm en werkwijze voorstelde voor deze gebiedsgebonden opkomsttijd en het Veiligheidsberaad de aanbevelingen unaniem overnam, wordt door individuele veiligheidsregio’s verschillend invulling gegeven aan de gebiedsgebonden opkomsttijd. Een uniforme standaard is nog niet gerealiseerd. Met het bestuur worden momenteel gesprekken gevoerd over de mogelijke impact van de gebiedsgerichte opkomsttijden. Besluitvorming daarover kan echter pas definitief worden wanneer deze mogelijkheid ook in wet- en regelgeving is aangepast. Het effect van dergelijke besluiten (andere kazerneconfiguratie) is daarna afhankelijk van praktische factoren zoals bestaande huurcontracten, afschrijvingstermijnen van materieel. In deze periode werden onderwerpen, relevante evaluatievragen en zienswijzen opgehaald. Deze consultatieronde leidde tot een breed geformuleerde evaluatieopdracht waarin een groot aantal onderwerpen is benoemd: “De commissie heeft tot taak de doeltreffendheid en de effecten van de Wet veiligheidsregio’s en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken en te bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen. De commissie besteedt in dit onderzoek in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: de vormgeving van (het stelsel van) de veiligheidsregio’s, mede in het licht van het gehele stelsel van de rampenbestrijding en crisisbeheersing; de wijze waarop de taken, de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende actoren in het stelsel zich tot elkaar verhouden; de samenwerking tussen de bedoelde actoren; brandweer, GHOR en bevolkingszorg; informatievoorziening; * Instituut Fysieke Veiligheid. Het is volgens de taakstelling de bedoeling dat de evaluatie zo wordt uitgevoerd dat deze inzicht biedt in wat goed werkt, waar er verbetermogelijkheden zijn, en wat bij knelpunten de oplossingsrichtingen zijn. Vrijwilligheid binnen de brandweerzorg  De vrijwilligheid, die nu de kurk vormt waar de organisatie op drijft, staat in toenemende mate onder druk. Er zijn knelpunten in de beschikbaarheid (overdag) en het vinden en binden van vrijwilligers wordt steeds lastiger vanwege het tijdsbeslag in privétijd en de opstelling van werkgevers. Ook spelen er vraagstukken rond de rechtspositie van brandweervrijwilligers binnen de regelgeving voor ambtenaren. Deze ontwikkelingen maken dat de komende jaren wordt gekeken naar andere invulling van de vrijwilligheid. Geconstateerd wordt zelfs dat het huidige organisatiemodel van de brandweer met de huidige inzet van vrijwilligers op de langere termijn tegen de grenzen van het stelsel aanloopt. Dit is een landelijke trend; er zijn diverse maatschappelijke, demografische en juridische ontwikkelingen die steeds moeilijker verenigbaar zijn met het huidige stelsel van vrijwilligheid. Om die reden is dit een goed moment om fundamenteel naar de rol van vrijwilligheid binnen de brandweerzorg te kijken. Landelijk is gestart met een programma vrijwilligheid, waarmee gezocht wordt naar nieuwe oplossingen. Beelden die daaruit naar voren komen zijn verschillende vormen van vrijwilligheid, die in de hele lijnorganisatie zijn vertegenwoordigd en in alle domeinen (risicobeheersing, vakbekwaamheid en incidentbestrijding). De belasting van vrijwilligers moet afnemen en daarom komen er waarschijnlijk meer andere vormen van vrijwilligheid (naast de gangbare ‘allround vrijwilliger’). Te denken valt aan speciale functies voor voorlichtingstaken, maar ook voor bepaalde specialismen. Om deze organisatiewijze mogelijk te maken, moet integraal gekeken worden naar de wijze waarop de risicobeheersing en incidentbestrijding wordt ingericht. Een andere inzet van vrijwilligers, betekent ook een andere inzet van beroepspersoneel en dus een fundamenteel andere inrichting van de brandweerzorg. Een dergelijke majeure ontwikkeling vraagt tijd omdat het samenhangt met aanpassingen van het stelsel, de wet- en regelgeving en de mogelijkheden in strategische personeelsplanning, nog los van de eerder genoemde ontwikkelingen rondom de WNRA en de impact op vrijwilligheid. Daarbij wordt meegegeven dat vrijwilligheid, ondanks een aantal aankomende wijzigingen, nog steeds een betaalbare basis vormt voor de inrichting van de brandweerzorg. Andere varianten vragen per definitie om meer beroepsmatige capaciteit en leiden dan tot kostenuitzetting. Zodra het onderzoek naar nieuwe oplossingen is afgerond zullen de resultaten gepresenteerd worden. Vakbekwaamheid De kwalificatiedossiers stellen steeds strengere eisen aan onze brandweermensen. Daarbij breidt de taak uit (voorbeelden energietransitie, elektrische voertuigen, terrorismegevolgbestrijding en de gevolgen van klimaatveranderingen) zonder dat andere taken verminderen. Dat maakt dat vakbekwaam worden en blijven gepaard gaat met meer en intensiever opleiden, trainen en oefenen. Als brandweerorganisatie moeten we daarbij “concurreren” met andere vrijetijdsbestedingen. Om onze -met name vrijwillige- brandweermensen daarbij tegemoet te komen zal er in toenemende mate geïnvesteerd moeten worden in instrumenten die het mogelijk maken om op voor de vrijwilliger passende momenten bij te scholen. Denk daarbij aan instructiefilms waarbij nieuwe informatie uitgelegd en toegelicht wordt, elektronische leeromgevingen waar mensen op in kunnen loggen en herhalingslessen kunnen volgen, gebruik van you-tube-achtige omgevingen en dergelijke. Om aansluiting te houden met nieuwe generaties van vrijwilligers moeten de in te zetten leermiddelen aansluiten bij de behoeften van die groepen.
Risico’s Bij uittreden of opheffing participeert de gemeente in de aanwezige schulden en kosten van liquidatie.
2. Bank Nederlandse Gemeenten
Soort Overig.
Vestigingsplaats Den Haag.
Betrokken partijen Gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in Nederland.
Openbaar belang BNG Bank is er voor het publieke domein en het publieke belang. De purpose van BNG Bank is: Gedreven door maatschappelijke impact. Bij BNG Bank draait het niet om zoveel mogelijk winst, maar om maximale maatschappelijke impact. Dat is de drijfveer van BNG Bank.
Visie Gelet op de wijze waarop BNG Bank het openbaar belang behartigt, ligt het voor de hand dat de aandeelhouder zijn aandelenbezit in BNG Bank ziet als een duurzame belegging.
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Financiële belang x € 1.000.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen 4.615 4.721
vreemd vermogen 107.459 110.819
achtergestelde schulden 38 18
Een belang van 0,0942% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde 52.455 aandelen. Het dividendbeleid van de bank gaat uit van een regulier pay-out percentage van 50% van de winst na belastingen. Het te verwachten uit te keren dividend voor 2025 bedraagt € 131.000.
Ontwikkelingen De hoogte van de nettowinst is met onzekerheden omgeven, omdat de bank geen voorspelling kan doen over de ontwikkeling van de ongerealiseerde marktwaardeveranderingen. Een betrouwbare schatting van de nettowinst voor 2025 kan de bank daarom niet maken.
Risico’s Het financïele risico is zeer beperkt.
3. Waterleiding Maatschappij Limburg N.V.
Soort Vennootschap
Vestigingsplaats Maastricht
Betrokken partijen Limburgse gemeenten en Provincie Limburg.
Openbaar belang WML stelt de drinkwatervoorziening in Limburg veilig en doet dit op duurzame wijze. Ook toont WML haar maatschappelijke betrokkenheid in Limburg en daarbuiten. Een belang van 1,8% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde negen aandelen, met een verkrijgingprijs van € 40.842.
Visie De kerntaak van WML is om in alle omstandigheden te zorgen voor voldoende drinkwater, van goede kwaliteit en onder de juiste druk. WML is tevens verantwoordelijk voor het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Hiertoe beschermt WML waterbronnen en voert zij wettelijke veiligheidscontroles uit op collectieve drinkwaterinstallaties van bedrijven en instellingen. Onze missie is dat heel Limburg op ons kan rekenen voor betrouwbaar drinkwater en waterdiensten op maat, nu en in de wereld van morgen. Dit is van groot maatschappelijk belang.
Financieel belang x € 1.000.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen 201 206
vreemd vermogen 390 394
Het positieve resultaat over 2023 bedroeg € 5,6 miljoen.
Bestuurlijk belang Wethouder Gerritsen vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhouders- vergadering.
Ontwikkelingen WML wil op de lange termijn de kwaliteit van de drinkwaterbronnen veilig stellen en ook is er de ambitie om op termijn klimaatneutraal te worden. Daarnaast zet WML in op een sterker (drink) watermerk: kraanwater is immers een gezond, duurzaam en goedkoop alternatief voor bronwater uit de fles.
Risico’s Het financïele risico is zeer beperkt.
4. Enexis Holding NV
Soort Vennootschap
Vestigingsplaats s Hertogenbosch
Betrokken partijen Gemeenten, provincie en andere publiekrechtelijke lichamen in Zuid-Nederland.
Openbaar belang Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2,7 miljoen huishoudens, bedrijven en overheden. De netbeheerderstaak is een publiek belang, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt. De vennootschap heeft ten doel het realiseren van een duurzame energievoorziening door state of the art dienstverlening en netwerken en door regie te nemen in innovatieve oplossingen. Dit om de energietransitie te versnellen én excellent netbeheer uit te voeren. Deze doelen worden gerealiseerd op basis van de volgende strategieën: - Netwerk en dienstverlening tijdig gereed voor veranderingen in de energiewereld; - Betrouwbare energievoorziening; - Excellente dienstverlening: hoge klanttevredenheid en verlaging kosten; - Samen met lokale partners Nederlandse klimaatdoelen realiseren; - Innovatieve, schaalbare oplossingen om de energietransitie te versnellen. De provincie tracht met haar aandeelhouderschap in Enexis de publieke belangen te behartigen. De infrastructuur voor energie is een vitaal onderdeel voor onze economie en voor onze samenleving.
Financieel belang Een belang van 0,3742% in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde 560.250 aandelen, met een verkrijgingprijs van € 97.876. Bij de verzelfstandiging hebben de aandeelhouders een bruglening van Essent omgezet in aandeelhoudersleningen met verschillende looptijden met een totale waarde van € 1,8 miljard. Met ingang van 2012 is Enexis begonnen met het aflossen en herfinancieren van deze leningen vanuit een programma van beursgenoteerde obligatieleningen. Deze vorderingen van de aandeelhouders op Enexis Holding NV zijn ondergebracht in de entiteit “Vordering op Enexis BV”, volledigheidshalve wordt alhier naar betreffende verbonden partij verwezen. Voor 2025 en meerjarig heeft Eijsden-Margraten een dividend opbrengst begroot van € 224.125.
x € 1.000.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen 201 206
vreemd vermogen 390 394
Het resultaat over 2023 bedroeg € 72 miljoen
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Ontwikkelingen Enexis, de provincie en deelnemende gemeenten hebben op dit moment al een meerjarige samenwerking voor de ontwikkeling en uitrol van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer in Brabant. Ook zijn er aanvullende afspraken over samenwerken in Buurkracht en nul op de Meter. In 2018 wordt deze samenwerking, mede op basis van de doelstelling “versnellen van de energietransitie” verdiept en verbreed. De alliantie tussen Enexis en provincie biedt door zowel concrete en strategische samenwerking een belangrijk fundament voor het kunnen behalen van de energiedoelstellingen ten aanzien van CO2 reductie en groene groei in Noord- Brabant.
Risico’s Enexis is financieel gezond. Enexis heeft de Standard & Poor's (S&P) rating A+ (Stable outlook) en bij Moody's Aa3 (stable outlook). De aandeelhouders lopen het risico (een deel van) de boekwaarde te moeten afwaarderen. Voor Eijsden-Margraten bedraagt deze boekwaarde € 346.995 per 31-12-2023. Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V.
5. Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV
Soort Vennootschap
Vestigingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Betrokken partijen Gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen in Zuid-Nederland.
Openbaar belang Onderdeel van Essent in 2009 bij de verkoop aan RWE, was het 50% aandeel in N.V. Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ), o.a. eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Het bedrijf Delta N.V. (destijds 50% aandeelhouder, nu 70% aandeelhouder) heeft de verkoop van dit bedrijfsonderdeel van Essent aan RWE in 2009 bij de rechter aangevochten. Als consequentie op deze gerechtelijke procedure is in 2009 het 50% belang van Essent in EPZ tijdelijk ondergebracht bij Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (“PBE”). In 2010 is op gezamenlijk initiatief van de aandeelhouders van PBE en de provincie Zeeland als belangrijkste aandeelhouder van Delta N.V. een bemiddelingstraject gestart om het geschil tussen partijen op te lossen. In 2011 is dit bemiddelingstraject succesvol afgerond. Op 30 september 2011 is, 2 jaar na de verkoop van de aandelen Essent, het 50% belang in EPZ alsnog geleverd aan RWE. PBE is blijven bestaan met een beperkt takenpakket. PBE wikkelt de zaken af die uit de verkoop zijn voortgekomen. Daarnaast is PBE verplichtingen aangegaan in het kader van het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009. Hiermee is een termijn tot sluiting van de Kerncentrale Borssele (voorgenomen sluiting 2033) gemoeid. Na een statutenwijziging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 14 december 2011 is de inrichting van PBE aangepast naar de status van een SPV, vergelijkbaar met o.a. Verkoop Vennootschap B.V. Conform de koopovereenkomst kon RWE tot uiterlijk 30 september 2015 potentiële claims indienen ten laste van het General Escrow Fonds (zie Verkoop Vennootschap B.V.). RWE had op 30 september 2015 geen potentiële claims ingediend m.b.t. verkoop van het 50% belang in EPZ. Het General Escrow Fonds is in juli 2016 geliquideerd en uitgekeerd aan de aandeelhouders.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen 1.480 1.444
vreemd vermogen 10 32
Bestuurlijk belang De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in de aandeelhoudersvergadering.
Ontwikkelingen Ondanks dat het General Escrow fonds in juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen met betrekking tot het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009 nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan of deze contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden ontbonden. Het doel is dat de vennootschap in 2022 (of eerder indien mogelijk) zal kunnen worden opgeheven en de resterende liquide middelen kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang.
Risico’s Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is relatiefgering en beperkt tot de hoogte van het gestort aandelenkapitaal en het resterend werkkapitaal in deze vennootschap.
6. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW)
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam.
Vestigingsplaats Roermond.
Betrokken partijen 29 limburgese gemeente en het Waterschap Limburg.
Openbaar belang Als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten de zorg behartigen voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen en de uitvoering van de wet WOZ.
Financieel belang x € 1.000.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen -2 -2,8
vreemd vermogen 1,4 1,1
Het negatieve saldo is ontstaan door de in 2023 doorgevoerde correctie van het OOP. Dit wordt in 2024 weer rechtgetrokken door de bijdrage van de deelenemende gemeenten en Waterschap.
Bestuurlijk belang De gemeente Eijsden-Margraten is als aandeelhouder vertegenwoordigd door wethouder Gerritsen.
Ontwikkelingen Met ingang van 1 januari 2015 is de gemeente Eijsden-Margraten toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. BsGW zal actief verdere samenwerkingsvormen met andere Limburgse gemeenten initiëren met als doel door schaalvergroting de bijdragen van de deelnemers te verlagen. De kwaliteit van de dienstverlening wil BsGW in stand houden of verbeteren en de digitale dienstverlening vergroten.
Risico’s De gemeente is mede verantwoordelijk voor negatieve resultaten. Daarnaast is er het risico op mogelijk onvolledige belastinginning.
7. Gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis”
Soort Gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam
Vestigingsplaats Landgraaf
Betrokken partijen De gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Simpelveld, Voerendaal, Schinnen, Eijsden-Margraten, Vaals, Beekdaelen, Sittard-Geleen, Gulpen-Wittem en het Waterschap Limburg.
Openbaar belang Het Gegevenshuis ontzorgt (lokale) overheden op het gebied van het opzetten en het beheren van object- en ruimte gerelateerde (Basis-)registraties en geometrie, alsmede het daarmee samenhangende beeldmateriaal. Hiermee kunnen (lokale) overheden voldoen aan wettelijke verplichtingen op dit gebied en kunnen dienstverlening en bedrijfsvoering kwalitatief hoogwaardig en kosteneffectief worden uitgevoerd.
Financieel belang x € 1.000  01-01-2023  31-12-2023
eigen vermogen 166 166
vreemd vermogen 1.060 1.060
Bestuurlijk belang Wethouder Weling maakt deel uit van het algemeen bestuur.
Ontwikkelingen - Het kunnen realiseren van de overeengekomen dienstverlening aan de deelnemers van Het Gegevenshuis heeft altijd de hoogste prioriteit. Met de invulling van de vacatures in 2024 wordt de hoop uitgesproken dat de oorspronkelijk geplande stappen tijdig kunnen worden gezet. - Het onderzoek naar de inwinning uit de pilot Digital Twin werd in 2023 afgerond en in 2024 vindt de implementatie op onderdelen plaats, startende met het project ‘Standaardisatie Primaire Processen’. - Ook al is de wettelijke verplichte ‘Samenhangende Objectenregistratie’ door de VNG stopgezet, dit betekent niet dat de verdergaande integrale benadering van de verschillende basisregistraties noodzakelijk is om zo efficiënt mogelijk kwalitatief hoogwaardige registraties te kunnen onderhouden. - Groei blijft één van de pijlers van de strategische agenda. Groei wordt nagestreefd door primair nieuwe toetreders en secundair uitbreiding van producten en diensten bij de huidige deelnemers. - Samen met de Smart Service Campus wordt onderzocht in hoeverre in samenwerking met andere overheden en bedrijven verdere digitalisering mogelijk is, waarbij ook nadrukkelijk de inzet van 3D-data onderwerp van onderzoek is. - Het gebruik van geodata in de diverse domeinen wordt steeds verder ontwikkeld. Bij het sociaal domein en zeker bij milieu en klimaatvraagstukken is een toename van de vraag bij deelnemers waarneembaar. - Voor grensoverschrijdende beleids- en uitvoeringstaken zijn in opdracht van Parkstad Limburg de stappen richting samenwerking met de stad Aken gezet. Er is een basiskaart in ontwikkeling die de over de grenzen met Duitsland en Belgie heen gaat en die voor allerlei beleidsterreinen inzetbaar is. Met S-Lim, een samenwerkingsverband van de Belgisch Limburgse gemeenten wordt onderzocht op welke onderdelen samenwerking tot voordeel kan leiden.
Risico’s De solvabiliteitsratio is exclusief de rekening courant met de gemeente Landgraaf. Het Gegevenshuis acht dit verantwoord omdat het Gegevenshuis over voldoende liquide middelen beschikt om de rekening courant vrijwel ineens af te rekenen. De solvabiliteitsratio bedraagt ultimo 2024 13,51% . Dit ratio zal in de toekomst, bij afnamen van het vreemd vermogen, alleen maar toenemen. Op basis van de solvabiliteit kan worden beoordeeld of de organisatie in staat is om op korte en lange termijn te voldoen aan haar betalingsverplichtingen.

Risico's

Terug naar navigatie - Risico's

Voor zover er, buiten de in deze paragraaf genoemde financiële consequenties, nog substantiële additionele risico’s verbonden zijn aan deelname in gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen dan zijn deze vermeld in de paragraaf weerstandsvermogen.

Kaderstellende documenten

Terug naar navigatie - Kaderstellende documenten

Paragraaf 7: Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Deze paragraaf Grondbeleid bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Grondbeleid conform Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten.
3. Richtlijn Strategische grondaankopen Gemeente Eijsden-Margraten 2024.
4. Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024.
5. Richtlijn Verwerving gronden voor woningbouw. 

1. Grondbeleid exploitaties

Terug naar navigatie - 1. Grondbeleid exploitaties

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat dat de paragraaf over het grondbeleid ten minste bevat:
a.       Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting.
b.       Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert.
c.       Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie.
d.       Een onderbouwing van de geraamde winstneming.
e.       De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.

 

Een visie op het grondbeleid

Eind 2012 stelde de raad de Nota grondbeleid gemeente Eijsden-Margraten 2012 vast. Daarbij werd gekozen voor een vorm van situatief grondbeleid: per situatie beoordelen we of we een actieve grondexploitatie voeren, een faciliterende rol vervullen, dan wel een vorm van publiek-private samenwerking aangaan. Daarbij hanteren we het uitgangspunt van faciliterend grondbeleid, tenzij zich bijzondere omstandigheden (verwachte winst en/of maatschappelijk nut) voordoen waardoor actief grondbeleid meer voor de hand ligt.

Een andere in dit kader relevante ontwikkeling doet zich voor ten aanzien van het gemeentelijk (vastgoed)eigendom. Soms verliezen gemeentelijke gebouwen hun (veelal maatschappelijke) functie en komen dientengevolge leeg te staan. Als dergelijke gebouwen geen strategisch nut meer hebben, komen zij voor verkoop in aanmerking. Als een pand te lang leeg staat, al dan niet in leegstandsbeheer, dan is dat nadelig voor de staat van het gebouw en voor de vitaliteit van de leefomgeving (vaak een dorpskern). Aandachtspunt is dan ook om leegstandssituaties te voorkomen, en tijdig over alternatieve bestemmingen na te denken.

Volledigheidshalve wordt in dit kader op deze plaats tevens verwezen naar de paragrafen “Weerstandsvermogen” en “Onderhoud kapitaalgoederen”. 

Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert

In het kader van het dualisme is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het doen van grondaankopen. Grondtransacties kunnen plaatsvinden op basis van door de raad beschikbaar gestelde middelen. Dit kan via een afzonderlijk werkkrediet bestemd voor aankopen, of via een vastgestelde exploitatie-opzet.

Van enkele lopende bestemmingsplannen zijn exploitatie-opzetten vastgesteld, dan wel middels separate raadsbesluiten specifieke financiële randkaders vastgesteld. In deze exploitatie-opzetten, respectievelijk randkaders, is voorzien in de eventueel noodzakelijke aankoop van gronden, alsook in aanleg van infrastructurele voorzieningen, uitvoering van benodigde onderzoeken (bodem, archeologie, civieltechnisch onderzoek etc.) en eventuele advieskosten.

Bij aankopen c.q. bekostiging van haalbaarheidsonderzoeken inzake locaties waarvoor géén exploitatie- opzetten, dan wel specifieke financiële randkaders zijn vastgesteld, dient door de raad een apart krediet beschikbaar te worden gesteld.

 

Prognose resultaten / onderbouwing winstneming / Reserves en voorzieningen, risico’s

De opbouw van dit onderdeel is als volgt:
- Doorkijk van de gemeentelijke grondexploitaties.
- Doorkijk van de projecten.
- Financieel kader.


Doorkijk gemeentelijke grondexploitaties
Onderstaand volgt eerst een verloopoverzicht van de geprognosticeerde boekwaarden van de bestemmingsplannen die per ultimo 2024 / begin 2025 in exploitatie zijn. Tevens is voor de betreffende plannen het te verwachten saldo en het vermoedelijke jaar van realisatie aangegeven.

Financiële tabel

Terug naar navigatie - Financiële tabel
Prognose boekwaarden - verwachte saldi - jaar van realisatie
Bedragen * € 1.000 totaal te verwachten saldo:
31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 nadelig batig realisatie in
Woningbouw
Actief
Karreweg fase 2 Sint Geertruid 166 166 2025
Mheerderweg-Noord Banholt 83 83 2025
Faciliterend
Bloesemgaard / Heiligerweg Margraten -133 -134 78 78 2027
Totaal woningbouw 116 -134 78 0 0 327
- = negatief dwz lasten > baten

Toelichting op financiële tabel

Terug naar navigatie - Toelichting op financiële tabel

Het meerjarig verloop in boekwaarden is gebaseerd op de feitelijk gerealiseerde boekwaarden per 31 december 2023 (onder aftrek van voorzieningen voor oninbare verliezen en tussentijdse winstnemingen), begrotingscijfers voor het boekjaar 2024, en aangevuld met de in de voorliggende meerjarenbegroting 2025-2028 geraamde gelden voor de aankoop van gronden, aanleg van infrastructurele voorzieningen, uitvoering van benodigde onderzoeken (bodem, archeologie, civieltechnisch onderzoek, etc.) en eventuele advieskosten.

Hierbij dient in zijn algemeenheid vermeld te worden dat:

  • Indien de betreffende locaties (versneld) tussentijds in exploitatie worden genomen er significante wijzigingen in de boekwaarden op kunnen treden als gevolg van verkooptransacties, kosten verbonden aan uitvoering, en het rente-effect over de aanwezige boekwaarden.
  • Indien de betreffende locaties vertraagd in exploitatie worden genomen – c.q. als “warme grond” worden aangehouden – dienen de kapitaallasten over de boekwaarden van betreffende gronden ten laste van het begrotingssaldo en / of reserves gebracht te worden (in plaats van jaarlijkse bijschrijving op de aanwezige boekwaarden).
  • Indien de betreffende locaties naar verwachting niet meer (of slechts gedeeltelijk) in exploitatie worden genomen, dient op het moment van constatering ter grootte van de op dat moment aanwezige boekwaarde (gedeeltelijk) een voorziening te worden gevormd ten laste van het begrotingssaldo en / of reserves.

 

Actief Grondbeleid

Sint Geertruid - Karreweg fase 2

Op 14 juli 2020 is de grondexploitatie vastgesteld voor het woningbouwplan Karreweg fase II in Sint Geertruid. Dit woningbouwplan voorziet in de bouw van 19 woningen bestaande uit 2 vrije bouwkavels, 4 levensloopbestendige woningen, 5 woningen in de sociale huursector en 8 starterswoningen. De 4 levensloopbestendige woningen en de 8 starterswoningen worden middels CPO gerealiseerd. In 2021 is het wijzigingsplan afgerond en het plan bouwrijp gemaakt en is gestart met de uitgifte van de kavels. In 2022 zijn 16 kavels verkocht en in eigendom overgedragen. De resterende kavels zijn gelegen binnen een straal van 50 meter van agrarische percelen waarop het gebruik van chemische gewasbestrijdingsmiddelen mogelijk is. Ten tijde van het vaststellen van het wijzigingsplan Karreweg Fase 2 is gebruikt gemaakt van een locatie specifiek onderzoek op basis van het EFSA-model. Nadat dit wijzigingsplan onherroepelijk is geworden, heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (in een casus van een andere gemeente) geoordeeld dat het EFSA-model te veel onzekerheden kent om als basis te dienen voor een locatie specifiek onderzoek. In 2024 is deze kwestie opgelost. Naar verwachting worden de 3 resterende kavels in 2025 verkocht. Afwerking van het plan vindt naar verwachting eind 2025 plaats. 

Banholt – Mheerderweg Noord

Op 6 mei 2020 is de grondexploitatie vastgesteld voor het woningbouwplan Mheerderweg-Noord in Banholt. Dit woningbouwplan voorziet in de bouw van 19 woningen bestaande uit 3 vrije bouwkavels, 5 levensloopbestendige woningen, 5 woningen in de sociale huursector en 6 starterswoningen. De 5 levensloopbestendige woningen en de 6 starterswoningen zijn middels CPO in de markt gezet. In
2021 is het plan bouwrijp gemaakt en is gestart met de uitgifte van de kavels. In 2022 zijn 18 kavels verkocht en in eigendom overgedragen. In 2023 is de laatste kavel in eigendom overgedragen. Daarmee zijn alle kavels in het plan verkocht. Het moment van woonrijp maken van het plan is afhankelijk van de voortgang van de bebouwing.  Afwerking van het plan vindt naar verwachting eind 2025 plaats.

 

Nieuwe grondexploitaties

Parrestraat Oost-Maarland             
De raad heeft 15 februari 2022 besloten een voorkeursrecht te vestigen en een krediet van € 1.366.994 beschikbaar gesteld voor deze woningbouwlocatie. Tevens heeft de raad ingestemd met de uitwerking van plannen voor deze locatie. Op 13 december 2022 heeft de raad tijdens een besloten raadsvergadering aangegeven de voorkeur te hebben om op de planlocatie een zo groot mogelijke ontwikkeling tot stand te brengen. Hiertoe zijn gedurende 2023 gespreken gevoerd met de 4 grondeigenaren in het gebied. Hierover is de raad Q4 2023 geïnformeerd in een BRB. 

Gebleken is dat op dit moment maximaal haalbar is, de ontwikkeling van de gronden die buiten de invloedsferen van de spuitcirkels vallen van de aangrenzende agrarische percelen ten noorden van de planlocatie.  Binnen dit gebied kunnen 37 woningen (12 grondgebonden en 25 appartementen) worden gerealiseerd. Op dit moment wordt er gewerkt aan  de verdere planuitwerking (uitvoeren onderzoeken t.b.v. het TAM-omgevingsplan en het opstellen hiervan, uitwerking civieltechnisch ontwerp en stedenbouwkundig ontwerp met bijbehorende grondexploitatie). Volgens huidige planning wordt het ontwerp-TAM-omgevingsplan eind 2024 ter inzage gelegd en in Q1 2025 wordt het TAM-omgevingsplan ter vaststelling aan de raad aangeboden. 

Mheer
In 2025 worden de werkzaamheden om te komen tot woningbouw in Mheer voortgezet.

 

Faciliterend Grondbeleid

Margraten – Bloesemgaard (Heiligerweg)
Het wijzigingsplan voor de volgende fase Bloesemgaard, bestaande uit 40 woningen is vastgesteld. Tegen het vastgestelde Wijzigingsplan is beroep ingesteld waardoor het plan nog niet onherroepelijk is. De benodigde bouwvergunningen zijn inmiddels verleend. De oorspronkelijke planning voor start verkoop, start bouw etc. is hierdoor vertraagd.  
We verwachten bij de laatste ontvangst van de contractuele vergoeding in Q1-2027 de projectexploitatie met een positief resultaat af te sluiten. Het beschikbaar komen van de contractuele vergoeding is gekoppeld aan het onherroepelijk worden van het Wijzigingsplan. Zoals hierboven aangegeven is hier echter beroep tegen ingesteld. Op dit moment is nog niet duidelijk wat dit betekent voor het moment van de ontvangst van de contractuele vergoeding.

Inmiddels is een intentie-overeenkomst afgesloten met ontwikkelaar BPD voor de volgende uitbreidingsfase van dit plan (ca. 300 woningen). Naar verwachting worden in 2025 de ruimtelijke procedures voor deze volgende fase opgestart.

 

 Randvoorwaarden

Onderstaand volgt een nadere toelichting op: 
-  Aanpassingen verslaggevings- en waarderingssystematiek.
-  Prijsbeleid, indexatie en inflatie.
-  Methodiek winst- en verliesneming.

De financiële voortgang en forecast per afzonderlijke exploitatie is reeds onder “doorkijk gemeentelijke grondexploitaties” beschreven. Voorts is aldaar een doorkijk opgenomen ten aanzien van te verwachten plansaldi. Voor de thans in ontwikkeling zijnde plannen zijn exploitatieopzetten dan wel specifieke financiële randkaders door de raad vastgesteld.

Aanpassingen verslaggevings- en waarderingssystematiek
De commissie BBV heeft de afbakening, definiëring en verslaggevings- en waarderingsregels rondom grondexploitaties kritisch onder de loep genomen. De reden hiervoor is een aantal ontwikkelingen op het gebied van grondexploitaties. Namelijk: de afboekingen van gemeenten op grondposities in de afgelopen jaren, de aanbevelingen uit het rapport Vernieuwing BBV over transparantie en vergelijkbaarheid, en de aankomende Omgevingswet. De afbakening is ook onvermijdelijk in het kader van de vennootschapsbelastingplicht voor gemeenten (Vpb). Het kan namelijk helpen in de fiscale discussie over de afbakening van de ondernemersactiviteit en de toe te rekenen kosten en opbrengsten.

De commissie BBV heeft een aantal voorstellen uitgewerkt die hebben geleid tot wijzigingen in het BBV en de uitwerking hiervan. Bij opstelling van onderhavige begroting is rekening gehouden met betreffende (technische) wijzigingen. De financiële impact van de vennootschapsbelastingplicht is samen met fiscaal adviseurs opgepakt. De gevolgen hiervan worden meegenomen in de begroting. Uitgangspunt is het creëren van een zo laag mogelijke Vennootschapsbelasting-druk voor de gemeente.

Prijsbeleid, indexatie en inflatie
Voor de eigen gemeentelijke exploitaties wordt een uniform prijsbeleid voorgestaan. Eventuele tekorten binnen de exploitatie van een specifiek bestemmingsplan of uitbreidingslocatie worden in principe, middels de hiertoe gevormde reserves, gedekt uit exploitatie-overschotten binnen andere locaties.

Met ingang van 1 juli 2008 is de Grondexploitatiewet in werking getreden. De Grondexploitatiewet beoogt een eenduidig kader te scheppen waarbinnen de gemeente het kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling in rekening dient te brengen. De nu wettelijk vastgelegde berekeningsmethodiek maakte het noodzakelijk om het vigerende uniforme uitgifteprijsbeleid te heroverwegen. Deze heroverweging is meegenomen bij opstelling van de Nota Grondbeleid, die eind 2012 is vastgesteld. Voor de reeds in uitgifte zijnde gemeentelijke bouwkavels wordt hierbij vastgehouden aan de reeds geldende vaste (uniforme) grondprijs, waarbij jaarlijks wordt bezien in hoeverre tot indexering wordt overgegaan. Voor eventuele toekomstige exploitaties waarbij sprake is van een actief grondbeleid biedt de Nota de mogelijkheid om te differentiëren binnen bandbreedtes.

Gezien stijgende kosten (bouw, inflatie etc) enerzijds en het toch mogelijk maken van bouwontwikkelingen voor starters en huurwoningen anderzijds stellen we voor om rondom het grondbeleid uit te gaan van kostendekkende grondprijzen met een differentiatie naar te realiseren woningbouwsegmenten, meer specifiek voor starters en het huursegment. Bij nieuwe nog vast te stellen grondexploitaties zal dit als uitgangspunt gehanteerd worden. 

In zijn algemeenheid dient daarnaast vermeld te worden dat vooralsnog ervan wordt uitgegaan dat alle op dit moment lopende en voorgenomen gemeentelijke exploitaties gecontinueerd worden binnen de door de raad vastgestelde maximale bandbreedtes en hieruit voortvloeiende financiële en planologische randkaders.

Methodiek winst- en verliesneming
Conform hiertoe geldende aanbevelingen en richtlijnen (Commissie BBV) wordt ten aanzien van winstneming de zogenaamde “POC”-methode gevolgd, wat inhoudt dat winstneming jaarlijks tussentijds genomen wordt. Op het moment dat een exploitatietekort wordt verwacht, wordt op grond van het voorzichtigheidsprincipe, het vermoedelijke tekort ten laste van de Reserve Bestemmingsplannen (grondexploitatie) dan wel de Algemene reserve gestort. Hierna vindt afwaardering van de boekwaarde van individuele exploitaties plaats ten laste van genoemde voorziening.

Conclusie bouwgrondexploitatie
Uit bovenstaand verslag blijkt dat de bouwgrondexploitatie op een financieel verantwoorde, in het licht van de huidige economische situatie, realistische en gedegen wijze wordt uitgevoerd.

Kaderstellende documenten

  • Nota grondbeleid 2012.

2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten

Terug naar navigatie - 2. Woningbouwopgave 2022-2030 Eijsden-Margraten

In het Bestuursakkoord is bij prioritair thema 4, wonen en leefomgeving het volgende opgenomen:
- Een TaskForce wonen instellen. Uw raad is inmiddels bij brief d.d. 15 september over het instellen van deze Taskforce geïnformeerd.
- Voor 1 juli 2023 een integraal woningbouwplan aan de raad voorleggen. 
- Op basis van het integraal woningbouwplan voor 1 januari 2025 vastgestelde omgevingsplannen aan de raad voorleggen.
 
Conform afspraak wordt de raad via een raadsinformatiebrief periodiek geïnformeerd over de voortgang en realisatie van de woningbouwplannen binnen Eijsden-Margraten. In het eerste kwartaal van het jaar wordt de gerealiseerde woningbouw versus opgave per kern inzichtelijk gemaakt. 
 
Op 20 februari 2024 heeft de raad de navolgende 9 richtinggevende kaders voor onze woningbouwopgave t/m 2030 (geamendeerd) vastgesteld: 
1.    Blijkens het in 2022 afgeronde woonbehoefteonderzoek en de vastgestelde Woonzorgvisie Eijsden-Margraten 2024-2030, circa 1.000 woningen worden gerealiseerd om invulling te geven aan de woningbouwopgave Eijsden-Margraten t/m 2030.
2.    Circa 326 van het onder beslispunt 1 genoemde aantal woningen  worden gebouwd om invulling te geven aan de lokale woonbehoefte van alle kernen en deze opgave met name wordt ingevuld door marktpartijen en particulieren. 
3.    De resterende opgave van circa 675 woningen met name bestaat uit sociale en midden-huur voor zorgvragers en bijzondere doelgroepen.
4.    Met name gestuurd wordt op de realisatie van zorgwoningen in de kernen Eijsden, Margraten, Cadier en Keer en Gronsveld vanwege de aanwezigheid van noodzakelijke voorzieningen en als de marktpartijen dit oppakken, de realisatie van zorgwoningen in de overige kernen gefaciliteerd wordt. 
5.    Dat vanwege de financiële haalbaarheid en aanwezigheid van noodzakelijke voorzieningen, sociale woningbouw en betaalbare koop voor een belangrijk deel in de kernen Eijsden en Margraten worden gerealiseerd, maar ook alle mogelijkheden in de overige kernen onderzocht zullen worden om tegemoet te komen aan de vraag naar sociale en betaalbare woningen in met name de kleine kernen.; 
6.    In Eijsden, voor de onder beslispunten 4 en 5 genoemde opgave, gestart wordt met de voorbereidingen van de planontwikkeling voor het gebied Rijksweg-Hutweg-Boomkensstraat. Daarnaast de haalbaarheid van de verplaatsing van de sportvelden en het zwembad naar de Groenstraat en de realisatie van woningbouw op de aldaar her te bestemmen sportaccommodaties, nader wordt onderzocht.
7.    In  Margraten, afhankelijk van de medewerking van derden grondeigenaren, gestart wordt met de voorbereidingen van de planontwikkeling voor de locaties Bloesemgaard Fase 3 of de Koningswinkel, om invulling te geven aan de opgave genoemd  onder de beslispunten  4 en 5. 
8.    In de plangebieden zoals onder de beslispunten 6 en 7 bedoeld, zowel in Eijsden als in Margraten een locatie van maximaal vijf woonwagenstandplaatsen onderdeel uitmaakt van de planvorming.
9.    Bij de woningrealisatie wordt aandacht geschonken aan fasering van woningrealisatie in het kader van het behoud van de groene ruimte bij veranderende behoeften (o.a. nultreden woningen). Bij voorkeur worden woningen gerealiseerd door gebruik van leegstaande (bedrijfs-)panden, woningsplitsing, inbreiding, kangaroewoningen, tijdelijke woonvormen (tiny houses). De gemeente faciliteert dit maximaal en informeert de raad hoe zij dit doen.

Op basis van deze geamendeerde besluitvorming wordt ingezet op woningbouw in alle kernen, de ontwikkeling van grotere woningbouwlocaties in de kernen Eijsden en Margraten en waar mogelijk/haalbaar ‘een straatje erbij’ in de kleinere kernen. Op basis van deze (geamendeerde) kaderstelling wordt de opgave opgepakt, wordt de raad periodiek over de stand van zaken geïnformeerd en worden voorstellen aan de raad voorgelegd als besluitvorming dat vereist. Hierbij kan gedacht worden  aan (een standpunt nemen over) grondverwerving, de vaststelling van omgevingsplannen en de hierin opgenomen woningbouwprogramma’s.

3. Richtlijn Strategische grondaankopen Gemeente Eijsden-Margraten 2024

Terug naar navigatie - 3. Richtlijn Strategische grondaankopen Gemeente Eijsden-Margraten 2024

Inleiding
Met ingang van 2020 is structureel jaarlijks een bedrag in de begroting opgenomen van € 1.000.000 voor de aankoop van strategische gronden voor natuur-en landschapsontwikkeling, zodat snel en adequaat gehandeld kan worden op het moment dat gronden te koop aangeboden worden die van strategisch belang kunnen zijn voor de gemeente Eijsden-Margraten. In de huidige Nota Grondbeleid Eijsden-Margraten 2012 is het begrip ‘strategische gronden’ onvoldoende gedefinieerd als (nota grondbeleid E-M 2012, pag 8 en 14):”met het oog op ontwikkelingen waarvoor (nog) geen concreet (bestemmings)plan is. Te denken valt aan: landschapsontwikkelingen en ontwikkeling openbare ruimte (bijvoorbeeld verbreding van wegen of aanleg van een speelplaats) of ter voorkoming van (ongewenste) ruimtelijke ontwikkelingen. Criteria voor aankoop ontbreken. Het doel van deze richtlijn is om een duidelijke definiëring en criteria vast te stellen voor de aankoop van strategische gronden door de gemeente Eijsden-Margraten, welke gedekt worden uit het budget ‘aankoop strategische gronden’. 

1. Definitie van strategische gronden
Strategische gronden worden gedefinieerd als percelen die van belang kunnen zijn voor ruimtelijke ontwikkeling, natuurontwikkelingen, de realisatie van gemeentelijk beleid of het behartigen van gemeentelijke belangen.  Dit kunnen onder andere de volgende typen gronden omvatten:
1.    Gronden die nodig zijn voor de realisatie van infrastructuur en ontwikkeling van openbare ruimte. 
2.    Gronden die van belang zijn voor landschapsontwikkeling, het behoud van natuur en groene gebieden, zoals ecologische corridors.
3.    Gronden die belangrijk zijn voor het waarborgen van cultureel erfgoed, historische waarde en landschappelijke kwaliteiten.
4.    Gronden die kunnen worden ingezet voor klimaatdoelen, voorkomen van wateroverlast, overstroming of realiseren van groen (schaduw) rondom kernen.
5.    Gronden die mogelijk ingezet kunnen worden als ruilgronden t.b.v. de onder 1 t/m 4 vermelde  doelen.


2.    Criteria voor aankoop
Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de aankoop van strategische gronden, dienen de volgende criteria in overweging te worden genomen:

2.1   Relevantie voor gemeentelijk beleid
Het perceel moet voldoen aan de definitie zoals hiervoor omschreven. Verder dient de grond verband te  houden met het huidige gemeentelijk beleid en de langetermijnvisie van de gemeente betreffende natuur- en landschapsontwikkeling. Het verwerven van de grond moet bijdragen aan de realisatie van specifieke doelstellingen en prioriteiten genoemd in de prioritaire thema’s betreffende natuur en landschapsontwikkeling, zoals vastgesteld in de gemeentelijke plannen en strategieën.

2.2   Financiële aspecten
Voor de aankoop van strategische gronden is structureel een bedrag van € 1.000.000 per jaar opgenomen in de begroting, van waaruit de aan te kopen gronden kunnen worden gefinancierd. De aankoopsom is het resultaat dat voortvloeit uit onderhandelingen met de verkopende partij, waaraan een of meerdere taxatierapporten ten grondslag liggen. Indien het doel voor aankoop betrekking heeft op de realisatie van de doelen gesteld onder 1.1 t/m 1.4 dienen voor de uitvoering voldoende financiële middelen in de programmabegroting te zijn opgenomen. 

2.3   Juridische aspecten
Voordat tot aankoop wordt overgegaan, dienen alle juridische aspecten zorgvuldig te worden beoordeeld. Hierbij moet worden gekeken naar eigendomsrechten, erfdienstbaarheden, beperkingen en andere relevante juridische factoren die van invloed kunnen zijn op het beoogde gebruik van de grond.


3.    Besluitvormingsproces
Indien een perceel al dan niet rechtstreeks aan de gemeente Eijsden-Margraten te koop wordt aangeboden, wordt het navolgende proces in acht genomen:

3.1   Ambtelijk
1.    Het primaat voor de aankoop van strategische grondaankopen ligt bij Grondzaken.
2.    Zodra een perceel te koop aangeboden wordt, zal afgestemd worden met de portefeuillehouder grondzaken.
3.    Ongeacht wat volgt uit de afstemming met de portefeuillehouder grondzaken zal mede-advies gevraagd worden bij de voor het betreffende perceel relevante disciplines. 
4.    Indien de portefeuillehouder grondzaken én het mede-advies positief is zal een taxatierapport worden opgevraagd bij een onafhankelijk taxateur. 
5.    Indien het oordeel van de portefeuillehouder grondzaken en het mede-advies niet gelijkluidend zijn, zal het college van B&W middels een memo verzocht worden richting te bepalen.
6.    Indien het proces tot aankoop voortgezet kan worden, zal na ontvangst van het taxatierapport wederom afstemming met de portefeuillehouder grondzaken plaatsvinden, waarna (onder voorbehoud goedkeuring college B&W) ambtelijk de onderhandelingen met verkoper zullen worden gestart, tenzij er belang bij is dat op een andere wijze in de onderhandeling wordt voorzien. Indien de afstemming met de portefeuillehouder grondzaken in deze ertoe leidt dat diens standpunt afwijkt van het ambtelijk advies, zal het college van B&W middels een memo verzocht worden richting te bepalen. 
7.    Indien overeenstemming wordt bereikt met de verkopende partij zal een concept-koopovereenkomst worden opgesteld. In deze overeenkomst wordt een totstandkomingvoorbehoud opgenomen, inhoudende dat de overeenkomst alleen tot stand kan komen nadat het college van B&W positief heeft besloten over de aankoop van het betreffende perceel.

3.2   College van B&W
1. Op grond van artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet is het college van B&W bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten. 
Het aangaan van een koopovereenkomst is een privaatrechtelijke rechtshandeling, derhalve is het college van B&W bevoegd te besluiten tot het aangaan van een koopovereenkomst. Aangezien er structureel een budget van 1 mln Euro is opgenomen in de programmabegroting, is besluitvorming door de raad enkel nodig indien het budget niet toereikend zou zijn.
2. Indien het college van B&W besluit over te gaan tot aankoop zal zijdens de gemeente Eijsden-Margraten conform artikel 171 lid 1 Gemeentewet ondertekening van de overeenkomst door de Burgemeester plaatsvinden en zal ambtelijk verder zorggedragen worden voor de verdere afhandeling van de eigendomsoverdracht via de notaris.

3.3   Raad
De Raad zal middels de jaarrekening in kennis worden gesteld van de aangekochte percelen welke gedekt zijn uit het budget voor strategische grondaankopen.

4. Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024

Terug naar navigatie - 4. Richtlijn Strategische verwerving gronden en/of opstallen binnen Gebiedsontwikkelingen Gemeente Eijsden-Margraten 2024

Inleiding
In deze begroting is voor de jaren 2025 t/m 2027 jaarlijks een investeringsbudget opgenomen voor de verwerving van strategische gronden en/of opstallen binnen gebieden waarvoor (het opstellen van ) een Gebiedsvisie en vervolgens een gebiedsontwikkeling is gestart. Deze bedragen zijn opgenomen om snel, adequaat en strategisch te kunnen handelen op het moment dat panden en/of gronden te koop aangeboden worden die binnen deze gebieden:
2025 : €1.500.000
2026 : € 2.500.000
2027 : € 2.000.000

In de nota Grondbeleid Eijsden-Margraten is het begrip verwerving strategisch vastgoed en/ of gronden niet gedefinieerd en de criteria voor verwerving ontbreken. Met strategische aankopen gebiedsvisies wordt bedoeld de verwerving van gronden en/of opstallen waarmee toekomstige substantiële voordelen behaald kunnen worden, zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van een strategische grondpositie, het vergroten van sturingsmogelijkheden, het bevorderen van gewenste ontwikkelingen of het optimaliseren van een onderhandelingspositie. De te verwerven gronden en/of opstallen moeten gelegen zijn in het gebied dat onderdeel is van een Gebiedsvisie/ Gebiedsontwikkeling.  Dus Poort van het Heuvelland, Stationsomgeving Eijsden en (vanaf 2025 ) kern Cadier en Keer. Deze notitie geeft de criteria weer die door het college van burgemeester en wethouders in acht worden genomen in geval van een (voorgenomen) privaatrechtelijke rechtshandeling die betrekking heeft op de verwerving van strategische gronden en/of opstallen binnen gebieden dat onderdeel is van een nader aangeduide Gebiedsvisie/ Gebiedsontwikkeling. 

1. Definities

1.1. Strategische verwerving gronden en/ of opstallen

Het betreft de verwerving van gronden en/of opstallen zonder dat daar reeds concrete plannen onder liggen, maar waarmee de gemeente verwacht in de toekomst substantiële voordelen te kunnen behalen, zoals
bijvoorbeeld het verkrijgen van een strategische grondpositie, het bevorderen van gewenste ontwikkelingen, het vergroten van sturingsmogelijkheden, of het optimaliseren van een onderhandelingspositie.

Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:
1. Strategische verwerving van gronden en/of opstallen op het moment dat er nog geen of slechts een beperkt planologisch kader beschikbaar is, en het proces om te komen tot vaststelling van een Gebiedsvisie opgestart is middels een bestuursopdracht. 
2. Strategische verwerving van gronden en/ op opstallen in gebieden waarvoor een Gebiedsvisie is vastgesteld en waarvoor de verwachting is dat er binnen 2 jaar een operationele grondexploitatie kan worden vastgesteld.
3. Verwerving van gronden en/of opstallen en vastgoed in de operationele fase, als een grondexploitatie is vastgesteld.

1.2. Gebiedsontwikkeling
Ontwikkeling binnen een nader aangeduid gebied, waarvoor een proces wordt opgestart om te komen tot een Gebiedsvisie met een uitvoeringsprogramma.

1.3 Gebiedsvisie
Een door de raad vastgestelde integrale visie betrekking hebbend op een nader bepaald gebied binnen de gemeente Eijsden-Margraten.

1.4 Uitvoeringsprogramma
Een programma gericht op concrete uitvoeringsmaatregelen binnen het gebied waarvoor een gebiedsvisie is vastgesteld en een gebiedsontwikkeling is voorzien.

1.5 Gebieden
Het gaat daarbij om de volgende gebieden :
- Poort van het Heuvelland: Het gebied gelegen tussen Maastricht oost en Cadier en Keer west.
- Stationsgebied Eijsden en omgeving: Het gebied globaal gelegen tussen de Kapelkesstraat, Voerstraat, A2, Onze Lieve Vrouweplein, Hutweg, Parallelweg, Jozef Partounsstraat, Stationsplein in Eijsden.
- Toekomstige gebieden: Kern Cadier en Keer. Nadat de raad een bestuursopdracht heeft vastgesteld om te komen tot een Gebiedsvisie en gebiedsontwikkeling Cadier en Keer en het college heeft opgedragen tot uitvoering over te gaan, zijn deze richtlijnen ook van toepassing van het aangegeven gebied. De indicatieve begrenzing van deze gebieden is weergegeven op de bijlage bij deze richtlijn. 

1.6 Bestuursopdracht
De opdracht van de raad aan het college om het proces te voeren om te komen tot een Gebiedsvisie ( met uitvoeringsprogramma) en deze ter vaststelling voor te leggen aan de raad.

2. Criteria voor aankoop
Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de verwerving van strategische gronden en/of opstallen, dienen de volgende criteria in overweging te worden genomen:

2.1 Relevantie voor Gebiedsontwikkeling/ Beleid Gebiedsvisie
De gronden en/of opstallen moeten voldoen aan de definitie zoals omschreven onder 1.1 en moeten bijdragen aan de gebiedsontwikkeling en het beleid zoals vastgelegd/ vast te leggen in een Gebiedsvisie, waarvoor de raad middels een bestuursopdracht opdracht heeft gegeven.

2.2 Begroting
Voor de aankoop van het strategisch vastgoed en grond is meerjarig van 2025 t/m 2027 een investeringsbudget opgenomen in deze begroting - 2025 € 1,5 miljoen, 2026 € 2,5 miljoen en in 2027 € 2 miljoen - waaruit de aan te kopen panden en gronden kunnen worden gefinancierd. De aankoopsom is het resultaat dat voortvloeit uit onderhandelingen met de verkopende partij, waaraan een of meerdere taxatierapporten, aan ten grondslag liggen.

2.3 Juridische aspecten
Voordat tot aankoop wordt overgegaan, dienen alle juridische aspecten zorgvuldig te worden beoordeeld. Hierbij moet worden gekeken naar eigendomsrechten, erfdienstbaarheden, beperkingen en andere relevante
juridische factoren die van invloed kunnen zijn op het gebruik van de gronden en/of opstallen.

2.4 Ontwikkelrisico
Voordat tot aankoop wordt overgegaan is een inschatting gemaakt van het risico dat de voorziene Gebiedsontwikkeling vertraging oploopt, wijzigt of geen doorgang vindt.

2.5 Bouwkundige aspecten/ bodemonderzoek
Voordat tot aankoop van opstallen wordt overgaan, wordt een bouwkundig rapport opgesteld over de toestand van de opstal. Tevens is bij zowel verwerving van gronden en/of opstallen een bodemonderzoek
vereist. Bij de bestuurlijke besluitvorming over de strategische verwerving in het college wordt onderbouwd dat aan deze criteria wordt voldaan.

3. Besluitvormingsproces
Indien een perceel/ opstal, al dan niet rechtstreeks aan de Gemeente Eijsden-Margraten te koop wordt aangeboden, wordt het navolgende proces in acht genomen:

3.1 Ambtelijk
1. Het primaat voor de strategische verwerving van gronden en/of opstallen ligt bij Grondzaken ( onderdeel afdeling Ruimte).
2. Zodra een opstal en/ of perceel te koop aangeboden wordt, zal afgestemd worden met de portefeuillehouder.
3. Ongeacht wat volgt uit de afstemming met de portefeuillehouder zal mede-advies gevraagd worden bij de voor het betreffende perceel relevante disciplines dan wel aan derden als dit voor een goede beoordeling
van de verwerving nodig blijkt.
4. Als de portefeuillehouder én het mede-advies positief is zal een taxatierapport worden opgevraagd bij een onafhankelijk taxateur.
5. Als het oordeel van de portefeuillehouder en het mede-advies niet gelijkluidend zijn, zal het college van Burgemeester en wethouders middels een memo worden verzocht om de richting te bepalen.
6. Als het proces tot verwerving voortgezet kan worden, zal na ontvangst van het taxatierapport wederom afstemming met de portefeuillehouder grondzaken plaatsvinden, waarna ( onder voorbehoud goedkeuring
college B&W) ambtelijk de onderhandelingen met verkoper zullen worden gestart, tenzij er belang bij is dat op een andere wijze in onderhandeling wordt voorzien. Als de afstemming met de portefeuillehouder in deze ertoe leidt dat diens standpunt afwijkt van het ambtelijk advies, zal het college van B&W middels een memo verzocht worden richting te bepalen.
7. Indien overeenstemming wordt bereikt met de verkopende partij wordt een concept overeenkomst opgesteld. In deze overeenkomst wordt een totstandkomingsvoorbehoud opgenomen, inhoudende dat de
overeenkomst alleen tot stand kan komen nadat het college van B&W positief heeft besloten over de aankoop van het betreffende perceel en/of opstal.

3.2 College van B&W
1. Op grond van artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewetis het college van B &W bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten. Het aangaan van een koopovereenkomstis een privaatrechtelijke rechtshandeling, derhalve is het college van B & W bevoegd te besluiten tot het aangaan van een koopovereenkomst. Aangezien er structureel een budget in de meerjarenbegroting is opgenomen, is besluitvorming door de raad enkel nodig indien het budget niet toereikend zou zijn.
2. Als het college van B&W besluit over te gaan tot aankoop zal zijdens de gemeente Eijsden-Margraten conform artikel 171 lid 1 Gemeentewet ondertekening van de overeenkomst door de Burgemeester
plaatsvinden en zal ambtelijk verder zorggedragen worden voor verdere afhandeling van de eigendomsoverdracht via de notaris.

3.3. Raad
De raad zal middels de jaarrekening in kennis worden gesteld van de aangekochte percelen die gedekt zijn uit het budget voor verwerving van strategische gronden en/of opstallen in de genoemde
Gebiedsontwikkelingsgebieden.

5. Richtlijn Verwerving gronden voor woningbouw

Terug naar navigatie - 5. Richtlijn Verwerving gronden voor woningbouw

In deze begroting is voor de jaren 2025 t/m 2027 jaarlijks een investeringsbudget van € 2.000.000 opgenomen voor de verwerving van gronden ten behoeve van toekomstige woningbouwlocaties. Dit bedrag is opgenomen om snel en adequaat te kunnen handelen op het moment dat gronden te koop aangeboden worden binnen deze gebieden, dit te meer omdat op een aantal locaties de Wet voorkeursrecht is gevestigd dan wel zal worden gevestigd. Met verwerving van gronden heeft de gemeente ook zelf de regie over de invulling van woningbouwlocaties.

Onderstaand de criteria die het college van burgemeester en wethouders in acht neemt bij de aankoop van gronden (privaatrechtelijke rechtshandeling) ten behoeve van woningbouwlocaties.

1. Definities

1.1   Verwerving gronden binnen toekomstige woningbouwlocaties
Het betreft de verwerving van gronden voor toekomstige woningbouwlocaties. inclusief de gronden die aanvullend nodig zijn om de woningbouwlocaties te kunnen realiseren, zoals gronden voor landschapsinpassing, reguleren van spuitzones en waterbuffering. De te ontwikkelen woningbouwlocaties zijn opgenomen in bovenstaande  tabel.

1.2   Woningbouwlocaties
De aangeduide woningbouwlocaties in de tabel onder beleidsveld 4.1 Woningbouw naar behoefte in elke kern, onderdeel Uitvoering geven aan de woningbouwopgave. Deze tabel wordt voor de opvolgende begrotingen geactualiseerd en de meest actuele versie is de geldende versie.

 

2. Criteria voor aankoop
Om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de verwerving van gronden ten behoeve van toekomstige woningbouwlocaties, dienen de navolgende criteria in overweging te worden genomen. Bij de bestuurlijke besluitvorming in het college wordt onderbouwd dat aan deze criteria wordt voldaan.

2.1   Relevantie voor ontwikkeling woningbouw
De gronden en/of opstallen moeten voldoen aan de definitie zoals  omschreven onder 1.1 .

2.2   Begroting
Voor de aankoop van gronden ten behoeve van woningbouwlocaties is voor de jaren 2025 t/m 2027 jaarlijks een investeringsbudget van € 2.000.000 opgenomen waaruit de aan te kopen gronden kunnen worden gefinancierd. De aankoopsom is het resultaat dat voortvloeit uit onderhandelingen met de verkopende partij, waaraan een of meerdere taxatierapporten  ten grondslag liggen.

2.3   Juridische aspecten
Voordat tot aankoop wordt overgegaan, dienen alle juridische aspecten zorgvuldig te worden beoordeeld. Hierbij moet worden gekeken naar eigendomsrechten, erfdienstbaarheden, beperkingen en andere relevante juridische factoren die van invloed kunnen zijn op het gebruik van de gronden.

2.4   Ontwikkelrisico
Voordat tot aankoop wordt overgegaan  is een inschatting gemaakt van het risico dat de voorziene woningbouwlocatie vertraging oploopt, wijzigt of geen doorgang vindt

2.4   Bodemonderzoek
Bij de verwerving  van gronden is een bodemonderzoek vereist.

 

3. Besluitvormingsproces
De gemeente gaat actief gronden verwerven. Dit houdt in dat rentmeesters de opdracht krijgen om eigenaren in de desbetreffende locaties actief namens de gemeente te benaderen. De opdracht hiertoe wordt gegeven door Grondzaken in afstemming met het team wonen. Indien de gronden  vervolgens al dan niet rechtstreeks aan de Gemeente Eijsden-Margraten te koop wordt aangeboden, wordt het navolgende proces in acht genomen:

3.1   Ambtelijk
1. Het primaat voor de verwerving van gronden ligt bij Grondzaken ( onderdeel afdeling Openbare ruimte).
2. Zodra een perceel te koop aangeboden wordt, zal afgestemd worden met de portefeuillehouder Grondzaken.
3. Ongeacht wat volgt uit de afstemming met de portefeuillehouder zal mede-advies gevraagd worden bij de voor het betreffende perceel relevante disciplines dan wel aan derden als dit voor een goede beoordeling van de verwerving nodig blijkt.
4. Als de portefeuillehouder én het mede-advies positief is zal een taxatierapport worden opgevraagd bij een onafhankelijk taxateur.
5. Als het oordeel van de portefeuillehouder en het mede-advies niet gelijkluidend zijn, zal het college van Burgemeester en wethouders middels een memo worden verzocht om de richting te bepalen.
6. Als het proces tot verwerving voortgezet kan worden, zal na ontvangst van het taxatierapport wederom afstemming met de portefeuillehouder grondzaken plaatsvinden, waarna ( onder voorbehoud goedkeuring college B&W) ambtelijk de onderhandelingen met verkoper zullen worden gestart, tenzij er belang bij is dat op een andere wijze in onderhandeling wordt voorzien. Als de afstemming met de portefeuillehouder in deze ertoe leidt dat diens standpunt afwijkt van het ambtelijk advies, zal het college van B&W middels een memo verzocht worden richting te bepalen.
7. Indien overeenstemming wordt bereikt met de verkopende partij wordt een concept overeenkomst opgesteld. In deze overeenkomst wordt een totstandkomingvoorbehoud opgenomen, inhoudende dat de overeenkomst alleen tot stand kan komen nadat het college van B&W positief heeft besloten over de aankoop van het betreffende perceel/ percelen.

3.2   College van B&W
1. Op grond van artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet is het college van B &W bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten.
Het aangaan van een koopovereenkomst is een privaatrechtelijke rechtshandeling, derhalve is het college van B & W bevoegd te besluiten tot het aangaan van een koopovereenkomst. Aangezien er structureel een budget in de meerjarenbegroting is opgenomen, is besluitvorming door de raad enkel nodig indien het budget niet toereikend zou zijn.
2. Als het college van B&W besluit over te gaan tot aankoop zal zijdens de gemeente Eijsden-Margraten conform artikel 171 lid 1 Gemeentewet ondertekening van de overeenkomst door de Burgemeester plaatsvinden en zal ambtelijk verder zorggedragen worden voor verdere afhandeling van de eigendomsoverdracht via de notaris.

3.3   Raad
De raad zal middels de jaarrekening in kennis worden gesteld van de aangekochte percelen die gedekt zijn uit het budget voor verwerving van gronden ten behoeve van woningbouwlocaties.